STEKELBAARS (2)

Als dierfilosoof word ik tijdens de spreekwoordelijke verjaardagspartijen steevast geconfronteerd met anekdotes over het geliefde huisdier, waaruit moet blijken hoe slim en gevoelig deze zijn. Om te voorkomen dat ik de komende tijd door NRC-lezers (en vooral lezeressen) geconfronteerd word met televisie kijkende dieren, wil ik mijn mening over het artikel van Tijs Goldschmidt hierover (W&O, 7 maart) graag publiek kenbaar maken.

De boodschap die bij de meeste lezers van dit artikel zal zijn blijven hangen, is: dieren, en vooral stekelbaarsvrouwtjes, kunnen televisie kijken, omdat zij door hebben dat er iets mis is met een gefilmd dier (in de besproken experimenten een soortgenoot van het andere geslacht). Helaas voor de dierenvrienden onder ons, is dit niet wat aangetoond is in het door Goldschmidt besproken Bernse onderzoek met stekelbaarzen. Het paginagrote artikel kan in één zin samengevat worden: 'Na jarenlang onderzoek zijn biologen in Bern er nog niet achter door welke kenmerken van mannetjes stekelbaarsvrouwtjes seksueel opgewonden raken.'

De Zwitserse biologen zijn op zoek naar een antwoord op dezelfde vraag als Niko Tinbergen 60 jaar geleden, dat Goldschmidt ook aanhaalt. Het enige verschil is de onderzoekstechniek: Tinbergen moest het met in elkaar geknutselde wasmodelletjes doen; de Bernse biologen hebben televisie en animatiefilms ter beschikking. En, zoals het goed onderzoek betaamt, worden eventueel storende effecten als gevolg van de onderzoekstechniek zoveel mogelijk uitgeschakeld. Zodra de stekelbaarsvrouwtjes door hebben dat er iets mis is met de gefilmde mannetjes, wordt de techniek uitgebreid en - in de ogen van de onderzoekers - levensechter gemaakt. (Tot de wal het schip keert, en veldonderzoek of experimenten met levende dieren terugkeert.)

Ook de hypothese van Goldschmidt zelf, dat de stekelbaarsvrouwtjes de animatiemannetjes onder een verkeerde hoek zien, past in het kader van deze, oude vraagstelling én wijze van beantwoorden. Het wachten is nu nog slechts op apparatuur die het mogelijk maakt dat de vrouwtjes de nep-mannetjes ook kunnen ruiken of betasten, en exit is het verhaal over televisiekijkende dieren. Kortom, en om Goldschmidts eigen vergelijking met pornofilms aan te houden, Goldschmidt raakt blijkbaar niet alleen overstuur van gefilmde en echte vrouwen en/of mannen, maar ook van een stuk techniek, dat weliswaar de onderzoeksagenda van deze ethologen hád kunnen veranderen, maar dat niet gedaan heeft.