Sigaretten en coltruien bij Gaultier; Armani deelt eten uit aan de armen; Grote contrasten Parijse wintercollecties

Geconfronteerd met een politieverbod op de presentatie van zijn collectie in Parijs, verklaarde de Italiaanse modeontwerper Giorgio Armani de oorlog aan Frankrijk. Alleen in de fringe dagen lokale couturiers het buitenlandse monopolie nog uit.

PARIJS, 14 MAART. Lief of agressief zijn de tegenpolen in de mode van het komende winterseizoen, zoals die deze week in Parijs wordt gepresenteerd. Aan de ene kant zijn er vrouwen die de baas zijn, of tenminste die indruk willen wekken in gebeitelde tailles en hautaine bontkragen van Givenchy, ontworpen door de Britse Alexander McQueen. Er tegenover staan de meisjes van Stella McCartney voor Cloe, die je ondertussen wel quasi-onschuldig een blik in hun decolletés gunnen.

Er zijn meer contrasten: warmbloedige, folkloristische, etnische en uitbundige sferen bij John Galliano en Jean Paul Gaultier tegenover de koelere, heldere, ascetische stijlen van Ann Demeulemeester of Martin Margiela. Of de tegenstelling tussen klein - kleine truitjes, kleine rokjes, dunne stofjes die glad vallen over strakke huidjes - versus volume, dat bereikt wordt met gequilte en dik-gewatteerde materialen, grove breisels of met plooien, vouwen en draperieën.

Frankrijks beroemdste couturier Jean Paul Gaultier liet gisteravond een voor zijn doen 'verrrassend' gewone collectie zien. Begeleidt door relaxte jazztonen en ongegeneerd geïnspireerd op de jaren-vijftigsfeer van Juliette Gréco en Jean-Paul Sartre, toonden ostentatief rokende modellen coltruien, gebreide rokken en wollen minijurken in Peruaanse dessins. Brillen, loshangende haren en wollen mutsjes verleenden de vereiste intellectuele uitstraling.

Grootmeester van de plooi, Issey Miyake uit Japan, vouwt en rimpelt ruisende zijde en krakendwitte katoen tot gracieuze vormen. Hij gebruikt daarbij meters van stoffen die wonderen van vederlichte techniek zijn. Vurig oranje habijten, capuchons als buitenformaat monnikskappen, te lange mouwen aan kimonojassen, en zwabberendwijde broekspijpen met omgeslagen zomen, omhullen en verhullen het kwetsbare lichaam. Daarmee verwijdert Miyake zich ver van de minimale, soms bijna onzichtbare (doorschijnende, huidkleurige!) kleren in veel etalages. De futuristische apotheose van tinkelend zilveren en gouden capes ontlokte het trouwe Miyake-publiek emotioneel gebravo. Voor de realiteit van alle dag voorziet menige collectie in het mannenpak voor vrouwen, maar dan wel in een elegante zandloperlijn die de sekse niet verloochent. Waaruit nog maar eens blijkt hoe schatplichtig de huidige generatie ontwerpers is aan de 'uitvinder' ervan, Yves Saint-Laurent, wiens 40-jarig jubileum in de mode dit jaar wordt gevierd met een overzichtstentoonstelling in New York. Yves kan het zich dan ook veroorloven zijn eigen klassiekers te perfectioneren, zoals hij aan het begin van de Parijse modeweek liet zien. De permanente strijd in de mode om vernieuwend te zijn wordt overigens gevoerd op de millimeter. In een wereld waarin kopieën de originelen inhalen en trendvoorspellers plus internationale winkelketens de grote gelijkmakers zijn, onderscheiden ontwerpers zich met details - splitten en slippen waar je ze niet verwacht, trompe-l'oeileffecten, accenten met echt of nepbont - en met bijzondere stoffen. Elke ontwerper heeft de mond vol van kwaliteit, en wil natuurlijk het liefst geschiedenis schrijven met een stijl die jaren, zo niet decennia meegaat. Maar tegelijkertijd zitten couturiers gevangen in de tredmolen van halfjaarlijkse geldverslindende shows.

Wat dat betreft is het een verademing om een blik te werpen in de veel kalmer en toegankelijker salons en kledingbeurzen aan de zijlijn van het showgeweld. Ook, gebiedt de eerlijkheid te erkennen, omdat de modekoningen het journalistiek gepeupel ieder jaar weer verder de stad doorjagen in hun zucht naar originele ambiances. Soms zo origineel dat de Parijse politie om veiligheidsredenen een show vlak voor aanvang moest verbieden, zoals Armani afgelopen woensdag overkwam. “Het is nu oorlog tussen de Italianen en de Fransen,” brieste de Italiaanse ontwerper, die met zijn eerste show in Parijs de opening van de Emporio Armani winkel in St. Germain-des-Prés wilde vieren.

Armani suggereerde dat het besluit was ingegeven door chauvinisme en om buitenlandse ontwerpers te dwarsbomen, en zei dat hij ook bij de overname van het winkelpand op een bureaucratische muur was gestuit. Het is overigens denkbaar dat de autoriteiten geïrriteerd zijn omdat ontwerpers tenten laten optrekken in de stad, terwijl het Carrousel du Louvre gapend leeg blijft. Dat is, met Frans belastinggeld, speciaal gebouwd voor de modedefilés, zei de leider van de Franse milieubeweging, die woensdag een demonstratie hield tegen de overname van de culturele en intellectuele St. Germain wijk door de luxe-industrie. Het diner voor de 1200 genodigden werd uitgedeeld aan de zwervers uit de wijk, en een verbeten ogende Armani kondigde aan dat hij zijn nieuwe collectie volgende maand zal presenteren in New York.

In de salons en hotelsuites verbergt zich tenslotte ook Nederlands talent, van onder meer Aziz Bekkaoui en de People of the Labyrinths, een Arnhems duo dat al ruim tien jaar in trek is bij de beau monde van wintersportoorden in Europa en Amerika. Met hun barokke beschilderde stoffen passen ze overigens niet in de klare Hollandse stijl, die met name in Japan een eigen plek verovert. Wegbereider daarvoor is ongetwijfeld Alexander van Slobbe die deze maand een eigen winkel van zijn SO label in Japan opende en een tweede, goedkopere en sportiever lijn SoGenes lanceerde. Dat Van Slobbe op zijn internationale reizen last van heimwee heeft, blijkt wel uit zijn laatste 'isn't it all about going home' mannencollectie. Met nostalgische Ard Schenk-ijsmutsen, plattegronden van Nederland geprint in waterblauwe overhemden en op schipperskleding geinspireerde duffelse pakken maakt hij effectief reclame voor mode uit de lage landen.