Prijsval olie verscheurt Opec

OPEC heeft haar spoedvergadering uitgesteld. Interne conflicten door de val van de olieprijs zijn zo hevig dat het kartel niet staat is tot noodmaatregelen.

ROTTERDAM, 14 MAART. 'Hoger productieplafond zet realistische toon voor 1998', kopte het Opec-bulletin in december jongstleden. In november hadden de elf ministers van het oliekartel besloten hun productieplafond met 10 procent te verhogen tot 27,5 miljoen vaten olie per dag. Nu hebben de meeste olieministers spijt van dat besluit.

Opec verkeert in een ernstige crisis, want de productie van haar lidstaten beloopt nu bijna 29 miljoen vaten en het kartel is te verdeeld om daar iets aan te doen. Een spoedvergadering voor aanstaande maandag in Wenen werd gisteren afgeblazen.

De grote oliestroom heeft de prijzen sinds november met ruim 6,5 dollar per vat (40 procent) doen kelderen. Deze week daalde de prijs tot onder 13 dollar. Gijs van Dam, termijnhandelexpert van SmithBarney in Amsterdam, verwacht een stabilisatie. “Maar als Opec binnenkort niet tot maatregelen komt, wacht de markt een nieuwe klap.”

Voor de industrielanden is het lage prijsniveau voor olie prettig. Maar voor bijna alle olie-exporterende landen is het een hard gelag. Vooral de economieën van Opec-landen, bijna uitsluitend op olie-inkomsten gebaseerd, krijgen harde klappen.

Secretaris-generaal dr. Rilwanu Lukman van de Opec had voor maandag alle elf lidstaten uitgenodigd: Algerije, Indonesië, Iran, Irak, Koeweit, Libië, Nigeria, Qatar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela. Maar Venezuela en Saoedi-Arabië gooiden roet in het eten. Zonder hen is een besluit om de olieproductie fors te verlagen onmogelijk. Woensdag zei de olieminister van Oman in deze krant dat een reductie van zeker 3 miljoen vaten per dag nodig is voor herstel van evenwicht tussen aanbod en vraag. Opec, dat driekwart van de wereldoliereserves bezit en zo'n 40 procent van de wereldmarkt bedient, is ooit opgericht om evenwicht op de markt en redelijke prijzen te bewaren.

In november was de financiële crisis in Azië die de vraag naar olie fors naar beneden brengt al in volle gang. Ook wisten de olieministers dat Irak met de Verenigde Naties sprak over over uitbreiding van zijn olie-export. Intussen is daar nog vraaguitval door de zachte winter in het Westen bijgekomen.

Op initiatief van het machtigste Opec-lid Saoedi-Arabië werd in november toch ingezet op verhoging van de productie. De Saoediërs gokten op een grotere afzet omdat de wereldvraag naar olie nog steeds toeneemt. Maar ze kwamen van een koude kermis thuis, want heel snel barstte de concurrentie binnen Opec los. Venezuela en Nigeria, twee andere grote producenten, zagen hun kans schoon en brachten meer olie op de markt dan hun Opec-quota toelieten.

Al jaren is de controle op naleving van de quota per lidstaat een zwak punt. Keer op keer zijn er boosdoeners die meer zien in een groter exportvolume dan in een redelijke prijs.

Dat spel heeft Opec nu zo verzwakt dat openlijk wordt gespeculeerd over uittreding van Venezuela, dat een sterke marktpositie in de Verenigde Staten heeft en veel raffinaderijen. Hoewel ook de Venezolanen hun inkomsten fors zien dalen zijn ze wat minder kwetsbaar voor een lage prijs voor ruwe olie omdat ze door raffinage veel waarde aan dat product toevoegen. De concurrentie tussen Saoedi-Arabië en Venezuela heeft al geleid tot een harde onderlinge woordenstrijd. Riad doet niet mee aan vermindering van de Opec-export als Caracas zich niet houdt aan zijn quotum. De Venezolaanse olieminister Arrieta zei eind vorige maand de productie “met zelfs niet één vat” te willen reduceren. “Ik plaats de Venezolaanse belangen boven die van Opec.” Donderdag kreeg hij krachtige steun van president Caldera.