Politie Servië grijpt niet in; Opnieuw demonstratie in Kosovo

PRIINA, 14 MAART. Tienduizenden Albanezen hebben gistermiddag in Priina betoogd tegen het optreden van de Servische regering in de Drenica-regio. De Servische politie hield zich op de achtergrond.

Op de heuvel voor het Amerikaanse culturele centrum, waar zich gisteren vooral studenten en kinderen verzamelden, werden slogans geroepen als 'Drenica', 'USA' en 'Prekazi', het dorpje in de Drenica-regio waar de politie afgelopen weekeind bloedig huishield. Het was het tweede Albanese massaprotest in Priina binnen een week. Vorige week sloeg de oproerpolitie een betoging nog met knuppels, waterkanonnen en traangas uiteen.

In Lau en omgeving, een gebied dat is omsingeld maar niet doorzocht door speciale Servische politietroepen, keerden sommige inwoners in de loop van de dag terug naar hun huizen. De LDK, De partij van de 'president' van de Kosovaar-Albanezen, Ibrahim Rugova, meldde in recente persberichten dat het verlaten dorp onder vuur zou liggen van Servische sluipschutters in de omringende heuvels en dat zes dorpelingen zouden zijn doodgeschoten. Daar bleek gisteren en vandaag bij inspectie ter plekke niets van. Wel keerden inwoners die zich tot dusver schuilhielden in dorpjes dieper in de bossen, voorzichtig naar hun huizen terug. Het naburige stadje Srbica oogde nog grotendeels verlaten. Alleen Servische politiemensen in burger en een orthodoxe priester vertoonden zich op straat.

De delegatie van Servische ministers die twee dagen in Priina was om te onderhandelen met vertegenwoordigers van de Albanese gemeenschap, vertrok gistermiddag onverrichterzake naar Belgrado. Hun Albanese gesprekspartners weigerden met hen te praten.

In Macedonië heeft de regering de lokale Albanezen opgeroepen geen misbruik te maken van de crisis in het naburige Kosovo. Van de circa twee miljoen Macedoniërs is meer dan een kwart van Albanese afkomst. De afgelopen week waren er in Macedonische steden als Skopje en Tetovo het toneel van massale steunbetuigingen aan de Albanezen in Kosovo, waarbij het Albanese volkslied werd gezongen. De Macedonische regering vreest separatistische tendenzen of het streven naar een groot-Albanië onder zijn Albanese burgers. “De politiek van de etnische Albanezen is gevaarlijk. Elke grensverandering kan een Balkanoorlog opleveren”, zei een regeringswoordvoerder gisteren.

Tot zover onze redacteur. Onze correspondent in Edinburgh voegt hieraan toe: Nog voor 25 maart komt er in Parijs een conferentie over Kosovo, waaraan zal worden deelgenomen door de landen van de Contactgroep (Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Duitsland, de Verenigde Staten en Rusland), enkele landen in de regio en de Europese Unie.

De EU-ministers van Buitenlandse Zaken gaan de leider van de Albanezen in Kosovo, Rugova, verder onder druk zetten om zijn eis van een onafhankelijke staat te laten varen en om de uitnodiging voor overleg van de Joegoslavische president MiloviEÉc te aanvaarden. Minister Van Mierlo zei zich grote zorgen te maken dat “de dingen in Kosovo uit de hand lopen”.

De EU heeft Rugova nog eens verzekerd voor autonomie van Kosovo binnen Joegoslavië te zijn. De Duitse minister Kinkel heeft Rugova gisteren al een brief hierover geschreven. Maar Rugova heeft de oproep om te gaan praten van de hand gewezen. Volgens Kinkel kan het zoeken van een oplossing voor de problemen in Kosovo voor MiloviEÉc aantrekkelijk zijn, omdat hij daardoor toenadering kan krijgen tot de EU en instellingen als het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank.

    • Coen van Zwol