Philips 'willekeurig bevoordeeld'; Zalm moest liegen om technolease

DEN HAAG, 14 MAART. Minister G. Zalm (Financiën) kon zich vorig jaar in de Tweede Kamer en bij Europees commissaris Van Miert over technolease alleen nog verdedigen door te “liegen tot-ie doodvalt”, aldus oud-secretaris-generaal F. Rutten van Economische Zaken.

President-commissaris F. Maljers van Philips zegt dat de fiscale constructie waarmee Philips in 1993 werd gesteund, “niet ethisch meer” was omdat de schatkist veel inkomsten misliep door het gekunstelde karakter van de technolease. Ook heeft Maljers “de indruk” dat Philips destijds door de constructie “tamelijk willekeurig is bevoordeeld”.

Dit staat in het boek De onzichtbare hand van de politiek, dat volgende week verschijnt. Daarin wordt beschreven hoe de overheid de laatste vijftien jaar verlieslijdende ondernemingen opnieuw financieel te hulp kwam. Na de RSV-enquête had de overheid zich echter voorgenomen dit zo min mogelijk te doen.

Volgens Rutten kon Zalm “niet anders dan het Nederlandse belang verdedigen, logisch, want je wil geen schadepost van honderden miljoenen uit Brussel voor je rekening nemen”. Rutten was van 1973 tot en met 1990 de hoogste ambtenaar van Economische Zaken en maakte de RSV-affaire van nabij mee. Ondanks miljarden guldens staatssteun ging de scheepswerf RSV in 1983 failliet. Na de RSV-enquête ontwikkelde Rutten strakke regels waarbij slecht lopende bedrijven alleen bij zeer hoge uitzondering met overheidssteun overeind werden gehouden. Zalm werkte in die periode voor Rutten en betitelde hem later als zijn grote leermeester in de economische politiek.

Rutten zegt dat de technolease-constructie een vorm van “sjoemelen” is. Philips had in 1993 een direct financieel voordeel van 600 miljoen gulden omdat de overheid het bedrijf toestond technische kennis aan de Rabobank te verkopen en terug te huren. Het kabinet heeft de constructie destijds bewust “onder tafel” gehouden om de Europese Commissie niet te alarmeren, aldus Rutten.

Nadat de constructie vorig jaar alsnog openbaar werd, startte Europees commissaris K. van Miert (mededinging) een onderzoek. Dit onderzoek loopt nog steeds. Van Miert vermoedt dat Nederland met de constructie de Europese regels heeft overtreden door geen gelijke behandeling toe te staan. Hij kan de Nederlandse staat hiervoor een boete van mogelijk honderden miljoenen guldens opleggen. Het is het grootste onderzoek naar staatssteun dat ooit door de Europese Commissie tegen Nederland is geopend.

Volgens Rutten heeft Zalm vorig jaar tegen de Kamer en Van Miert om die reden de werkelijkheid bewust verdraaid. “Gerrit Zalm stond met zijn rug tegen de muur en kon maar één ding doen: liegen tot-ie doodvalt”, aldus Rutten.

Minister Zalm weerspreekt onwaarheid te hebben gesproken. “Bij mijn beste weten heb ik niet gelogen”, aldus Zalm in het boek. “Iedereen wist dat dit een gevaarlijk dossier was. Bij velen is dan de standaardreactie: daar blijf ik zo ver mogelijk van weg. Die standaardreactie heb ik niet vertoond”, aldus Zalm. De minister verwijst hiermee indirect naar zijn voorganger op Financiën, premier Kok, die destijds te kennen gaf niets met de technolease te maken te willen hebben.