Over penningmeester Arie van Os van Ajax, en zijn beurs- en voetbalvrienden; Een echte kreeft rijdt slechts BMW

Ajax gaat naar de beurs, en dat is binnen het bestuur van de voetbalclub vooral een zaak van de vroegere beurshandelaar en penningmeester Arie van Os. Wat is hij voor iemand? Daar praat Van Os zelf niet graag over, maar zijn beurs- en voetbalvrienden wel. Een verhaal over de mannen van Ajax, en hun sterrenbeelden.

Han Vermeulen, effectenhandelaar in ruste: “Hij komt niet uit Noord, dus komt-ie uit Oost. Want alle beursjongens komen uit Noord of Oost.”

Uri Coronel, tot voor kort bestuurslid van Ajax: “Ik dacht dat-ie uit West kwam. Uit de buurt van de Overtoom.”

Rolf Leeser, lid van de ledenraad: “Hij komt zeker niet uit Zuid.”

André Kraan, ex-bestuurslid van Ajax: “Uit de Jordaan, geloof ik. Z'n vader zal wel een arbeider zijn geweest.”

Michael van Praag, voorzitter van het bestuur van Ajax: “Geen idee waar hij vandaan komt. Hij heeft bij Schinkelhaven gevoetbald, dat weet ik wel. Als ik het hem zou vragen, waar kom jij vandaan... Maar daar heb je het al, je vraagt dat niet. Onze vrouwen doen dat wel, die hebben het over dat soort dingen. Wij niet. Wij praten alleen over Ajax.”

Zijn sterrenbeeld kent Van Praag wèl: Kreeft. Han Vermeulen begint daar ook meteen over, als hij wil uitleggen waarom Arie van Os is zoals hij is. Kreeften zijn, dat is algemeen bekend, mensen die van vastigheid houden. “Ik weet dat, want mijn vader was ook een Kreeft”, zegt Van Praag. “En die was precies als Arie. Mijn vader regelde maanden vantevoren zijn vakantie en als hij incheckte, dan wilde hij het liefst ook vast zijn instapkaart voor de terugreis.”

En dat zo'n verklaring geen onzin is kan hij bewijzen, zegt Van Praag. Want wat is hij zelf? Een Weegschaal. En wat voor soort voorzitter is hij? Eén die naar alle argumenten luistert. Een man die wikt en weegt. Zelf begint Arie van Os óók over zijn sterrenbeeld, wat in zijn ogen afdoende moet verklaren waarom hij niet over zichzelf wil praten. “Ik ben een Kreeft.” Punt. Hij staat dan in de bestuurskamer van Ajax in de Arena, een kwartier na de afgang tegen Spartak Moskou, dinsdagavond 3 maart. Wat je hem ook vraagt: “Dat is privé.” Door de telefoon had hij dat ook al twee keer gezegd en volgens zijn beurs- en voetbalvrienden kon je je dan de moeite verder besparen, ze hadden zelf nog nooit meegemaakt dat Van Os terugkwam op een eerder genomen beslissing. Die beurs- en voetbalvrienden - zo noemen ze zichzelf bijna allemaal - zitten er op hun beurt helemaal niet mee om over Arie van Os te praten, ze snappen best dat mensen willen weten wie hij is nu Ajax naar de beurs gaat. Of misschien snappen ze het niet, maar dan gaat op wat in hun beleving altijd opgaat: mensen willen alles van Ajax weten. Bovendien hebben sommige beurs- en voetbalvrienden zo hun gedachten over de beursgang, die willen ze en passant graag kwijt.

Voor wie niets van voetbal weet: Van Os is sinds negen jaar de penningmeester van Ajax. En voor wie niets van de beurs weet: Van Os maakte samen met Hans Kroon het hoekmansbedrijf Van der Moolen groot. In augustus 1986 verkochten ze hun aandelen en ze werden allebei rijk. En als je nou wat wilt weten over Arie van Os, zeggen de beurs- en voetbalvrienden, let dan eens op de verschillen tussen die twee mannen. Hoe de één met die plotselinge rijkdom omging en hoe de ander. Hans Kroon ging aan de Baambrugse Zuwe in Vinkeveen wonen en later, na zijn afscheid bij Van der Moolen in 1997, in Monaco. Arie van Os kocht een bungalow in Amstelveen. Ook niet slecht, maar een hutje vergeleken met de villa van zijn compagnon.“Arie is meer down to earth”, zegt Michael van Praag. Zelf is hij al meer dan dertig jaar vrienden met Hans Kroon, ze kennen elkaar uit de tijd dat ze scheidsrechter waren bij de amateurs. Van de beurs weet Van Praag niets, maar “het type” kent hij wel: “In de bar met flappen staan zwaaien, drink wat van mij.” Maar Arie van Os - hèm kent hij sinds hij negen jaar geleden bij Ajax kwam - is niet zo, zegt hij. “Hij woont mooi hoor en hij rijdt in een goeie auto. Maar geen vergelijk met die van Hans Kroon.”

Hij lacht even en noemt dan de merken: Van Os een BMW 850 (vanaf 274.000 gulden), Hans Kroon een Mercedes 600 V12 (vanaf 351.300 gulden). 'Ik ken hem sinds 1959”, zegt Hans Kroon. “Of eigenlijk ken ik hem al langer. Hij woonde in de Kanaalstraat, ik in de Jacob van Lennepstraat, hij zat bij mijn zusje in de klas.” Kinkerbuurt, Amsterdam-West. “Ik speelde bij Blauw-Wit, ik kwam hem tegen op het voetbalveld. Hij was een goeie, technische middenvelder. Maar te lief. Als je twee keer tegen hem opliep, deed hij niets meer.”

Ze kwamen elkaar een jaar later ook tegen bij Van der Moolen, toen een bedrijfje met vijf man personeel. Kroon was achttien, Van Os drieëntwintig. “Hij was al handelaar en hij was heel goed. Voelde de markt perfect aan. Zag hij in Duitse kranten dat de bankaandelen daar omhoog gingen en dan wist hij: over een paar dagen krijgen we dat in Nederland ook.”

In 1968 werden ze door hun baas uitgenodigd om een dagje op zijn boot door te brengen, in Vinkeveen. “Hij zei: jullie moeten de zaak samen voortzetten en grootmaken. Ik weet nog dat we een beetje dronken waren. We dronken in die tijd nooit en van meneer Leideritz kregen we iets dat we niet kenden. Dat was Pernod.”

Op de beurs werden Kroon en Van Os het koningskoppel genoemd, net als dat andere duo, hun tegenspelers Han Vermeulen en Adri Strating. Kroon en Van Os heetten ook wel de siamese tweeling, omdat ze altijd samen waren. Ze zagen elkaar vaker dan hun vrouwen en kinderen. “Arie werd als oudste de eerste man,” zegt Kroon. “Daar kon ik me goed in vinden hoor. Hij was de behoudende van ons tweeën. Ik de creatieve, de expansieve. Samen waren we ijzersterk. Onze kracht was dat we eerder dan de anderen zagen dat de beurs ging veranderen.” Toen waren er op de beurs nog tientallen hoekmansbedrijfjes die elkaar op leven en dood bevochten om opdrachten van effectenhandelaars. Nu zijn het er nog maar een paar en Van der Moolen is de grootste. Die begon in de jaren zeventig als eerste concurrenten over te nemen. “We werden ook actief in de avondhandel. Om de beurt werkten we een maandlang tot tien uur door. We hadden als principe: geen honderd gulden uitgeven als je er maar vijftig hebt. We namen lage salarissen. En privé dobbelden we nooit. Ik heb pas een effectenrekening geopend toen ik naar Monaco ging. We hadden ook afgesproken dat we nooit langer dan één dag ruzie maakten.”

Dat hielden ze vol tot 1987, tot ná Van Os' vertrek bij Van der Moolen. Hans Kroon werd president-directeur, Van Os commissaris. “Hij kon het niet laten om zich overal mee te bemoeien”, zegt Kroon. “Op een gegeven moment heb ik gezegd: Arie, hier kan ik niet mee leven. Toen is hij helemaal weggegaan. Hij had altijd gezegd dat hij op zijn vijftigste wilde stoppen. Maar toen het zover was, had hij denk ik toch spijt.” Mild: “Ik begrijp het wel, ik ben nu ook sinds een jaar commissaris. Maar door Arie weet ik hoe het niet moet.”

In 1986 hadden ze bìjna ruzie - over de beslissing om de aandelen van Van der Moolen publiek te verkopen. “Ik zat in het vliegtuig, het was in mei, en een van mijn mensen die mee was zei: hoe moet dat als jij en Arie weggaan, wij kunnen de zaak nooit overnemen, veel te duur. Toen ik weer thuis was ben ik meteen naar Arie toegegaan, we woonden toen nog allebei in Abcoude, vlak bij elkaar om de hoek. Ik zei: Arie, wat wij hebben opgebouwd is zo mooi geworden, niemand kan dat nog betalen. We moeten het naar de beurs brengen.”

Het kostte Van Os twee nachten, zegt Kroon, voordat hij begreep dat het de enige oplossing was. De beursgang - een jaar vóór zwarte maandag 19 oktober 1987 - was een droom: de aandelen gingen voor tachtig gulden per stuk weg. Er was gerekend op veertig gulden. “Een jaar later begon Arie af te bouwen en toen zei iedereen: Arie gaat weg, nou is het afgelopen.”

Hij laat een stilte vallen en zegt dan: “Ze zijn van de koude kermis thuisgekomen. In 1987 hadden we dertig man personeel en een bruto winst van vijfentwintig miljoen. Toen ik wegging had Van der Moolen honderdvijfentwintig man in dienst en een bruto winst van honderddertig miljoen.”

Bij de opening van de Arena kocht Hans Kroon voor Van der Moolen twee skyboxen, voor tweehonderdvijftigduizend gulden per stuk. (Nu zouden ze samen twee en een half miljoen opbrengen.) In de hal van het hoofdkantoor van Van der Moolen, op de Keizersgracht in Amsterdam, hangt een levensgroot olieverfschilderij van Hans Kroon, met op zijn rever een lintje. Geen portret van Van Os. “Ik mis het wel”, zegt Hans Kroon. 'Ik ken Arie via Hans Kroon, nu een jaar of vijftien”, zegt Rolf Leeser, die behalve lid van de ledenraad ook eigenaar is van een aantal kledingwinkels voor vrouwen. “We raakten bevriend door het tennissen.”

Wat alle beurs- en voetbalvrienden weten: Van Os tennist in ieder geval altijd op tweede kerstdag, al jaren.

“Op een gegeven moment moest er een nieuw bestuur voor Ajax komen”, zegt Leeser. “Ik was gevraagd als voorzitter, maar dat wilde ik niet.”

Leeser wilde niet want hij houdt niet van redevoeringen en lange vergaderingen, zegt hij. Even later zegt hij dat zijn vrouw - “compleet anti-voetbal” - het niet wilde. “Niet doen, zei ze. Niet doen, gevaarlijk voor de zaak.” Met Ajax ging het negen jaar geleden erg slecht: er werd verlies geleden, het bestuur was naar huis gestuurd en de Fiod deed onderzoek omdat spelers zwart waren betaald.

“Arie had zijn zaak net verkocht en elke keer als ik hem belde, kreeg ik zijn vrouw aan de telefoon, Arie is vissen. Dus ik zeg tegen Arie: jij hebt zeker wel tijd. Uri Coronel en Michael van Praag heb ik ook naar voren geschoven.”

Hij legt nòg een keer uit waarom hij zelf niet in het bestuur is gegaan. “Als je in de mode zit”, zegt hij, “dan ben je een ander mens dan als je in de beurswereld zit, of in verzekeringen.” (Uri Coronel werkt bij AON, insurance brokers.) Hij pakt zijn zomerbrochure en laat een wit katoenen truitje zien, korte mouwen, ronde boord. “Ook in roze en bleu”, zegt Leeser. “Ik denk dat dit het helemaal wordt. Maar dat is dus zuiver gevoel.”

Hij bedoelt: in de financiële wereld kun je beredeneren waarom iets wel of niet gebeurt - en dat trekt een ander soort mensen aan. En vandaar, zegt hij, zijn “bewondering” voor Van Os. Wat dóet hij het goed en wat hééft hij slim gezien dat Ajax nu naar de beurs moet. Met een geheimzinnig gezicht vraagt hij zijn secretaresse om hem even de brief te brengen die hij naar het bestuur heeft gestuurd. “Niets opschrijven”, zegt hij. Hij draagt hem helemaal voor, twee kantjes lang. Alléén maar complimenten. 'Ik zat in bad en toen ging de telefoon”, zegt Uri Coronel. Het was de voorzitter van de commissie die in 1989 een nieuw bestuur zocht. “Of ik er iets voor voelde. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik wilde heel graag, Ajax zit in mijn bloed. Maar ik hoorde niet bij de incrowd.”

Zijn zakenpartners vonden het niks dat hij ja zei. Wie verbond nou vrijwillig zijn naam aan iets waar het zó slecht mee ging?

“We hebben Ajax”, zegt Coronel, “van een armoedige affaire tot één van de rijkste clubs van Europa gemaakt.” Hij wil niet verhullen dat hij zich in de negen jaar waarin hij met Van Os samenwerkte ook weleens geërgerd heeft aan “zijn norsheid”. Maar dit geeft hij hem na: Ajax is er - met een omzet die van twaalf naar tachtig miljoen is uitgedijd - financieel weer helemaal bovenop. “Hij is snel”, zegt Coronel, “zeer emotioneel, onberekenbaar, aanhankelijk en soms erg aardig.” Kortom: een beursman. “Zijn idee om langlopende contracten met spelers af te sluiten, zodat ze flink moeten betalen als ze eerder wegwillen, dat is echt koopmansgedrag.” Net als, zegt hij, zijn ongelooflijke handigheid om een sponsorcontract met de ABN-Amro afgesloten te krijgen - in een tijd dat de bank daar nog eigenlijk veel te deftig voor was. Michael van Praag weet nog goed hoe ze in 1991 met z'n drieën naar hun afspraak op het hoofdkantoor gingen. “We werden bediend door obers in rok.”

Tóen moest Ajax bedelen. Nu kan de penningmeester van Ajax op zijn gemak bedenken of ABN-Amro zijn bedrijf mag begeleiden bij de emissie. “En daar”,zegt Van Praag, “is Arie erg tevreden over”. 'Het is een moeilijke man”, zegt André Kraan, oud-bestuurslid. (Toen hij zeventig werd, moest hij er tot zijn verdriet uit.) “Maar dat ben ik zelf ook. Vriendelijkheid is ons niet gegeven. Wij kijken de kat uit de boom.”

Hij vertelt over de reizen die hij met Van Os maakte, samen met het elftal mee, soms ook met Van Praag erbij of anderen. “We hadden”, zegt hij, “in het vliegtuig altijd een vaste plaats. Dat was zo gegroeid. En aan tafel ook, altijd vaste plaatsen. De eerste dag was bepalend. Waar je dan kwam te zitten, daar zat je ook de andere dagen. Van Os en ik zaten meestal met onze ruggen naar de jongens, tegenover Van Gaal. Van Gaal wilde de jongens kunnen zien, hij zat altijd te observeren.”

Nee, persoonlijk werd het bijna nooit tussen hen, ook al zaten ze graag 's middags een uurtje aan de bar, als de spelers sliepen. “We praatten over Ajax en over de jongens. We hadden het alleen weleens over de kinderen.”

Toen Van Os' zoon trouwde, twee jaar geleden, nodigde hij het hele Ajax-bestuur uit. “Een schitterende bruiloft in Amstelveen”, zegt Kraan. “En daarna een partij in dat restaurant waar hij altijd komt, in Vinkeveen.” Toen Van Os' zoon een zaak opende in de PC Hooftstaat (Emporio Armani) nodigde hij weer het hele Ajax-bestuur uit.

Han Vermeulen vertelt ook dat Van Os' kinderen “z'n alles” zijn. Vermeulen woonde in Amstelveen in dezelfde straat als Van Os. Toen hij weer naar Amsterdam ging, verkocht hij zijn huis aan Van Os' zoon.

Michael van Praag: “De enige foto waarop je Van Os echt gelukkig ziet is die met zijn kleinkind.” Die staat bij Van Os op de theetafel. Van Praag kijkt er elke keer naar als ze, altijd met koffie en gebak, bij de penningmeester thuis verzamelen voordat ze naar de wedstrijd gaan. “Die norsheid van Arie,” zegt Van Praag, “is onderdrukte emotie. Hij beheerst zich altijd - behalve als er wordt gevoetbald. Dan schreeuwt hij, dan gesticuleert hij.”

Precies waar voetbal voor is, vindt Van Praag. Zelf heeft hij er lang moeite mee gehad om bij wedstrijden zijn gevoelens te reguleren, vertelt hij. Toen hij net voorzitter was en zich jaren niet met voetbal had bemoeid, dacht hij soms al na twintig minuten: is het nou nog niet voorbij? Daarna kwam de tijd dat hij “pilletjes moest slikken tegen de zenuwen”. En nu is hij gewoon rustig, onder andere om de officials van de tegenstander niet te beledigen. “Maar eigenlijk” zegt Van Praag, “is dat niet normaal.” Joop Krant, bestuursvoorzitter van de zakenbank Kempen & Co, snapt nog niet goed waarom Ajax naar de beurs gaat, hij is erg benieuwd naar het prospectus. “Ze zeggen dat ze het niet voor het geld doen. Waarvoor dan wel?”

Krant kent Arie van Os nog uit de tijd dat hij zelf als medewerker op de beurs begon. “Je keek tegen hem op alsof hij Kalff was.” (Dat is de bestuursvoorzitter van ABN-Amro.) En Krant kent het bedrijf Van der Moolen goed: zijn bank begeleidde de emissie in 1986.

Joop Krant heeft Ajax ook in zijn bloed zitten.

“Van de zomer deed Kempen & Co een presentatie voor de ABA, over beursgang van bedrijven in het algemeen en toen zei Van Os bij het diner, ik zat naast hem: niet zolang ik hier zit. Hij wilde geen Berlusconi's die gingen bepalen wie de spelers werden en hij wilde niet gedwongen worden om dividend te betalen als het hem niet uitkwam.” Als Ajax nu “een perfect verhaal” had, zou hij de omslag wel begrijpen. “Maar ik heb het nog niet gehoord.”

Wat niet wegneemt dat zijn bank Ajax graag zou helpen bij de beursgang. En dan nu nog een advies van Han Vermeulen, die zelf zijn business-seat kwijt is nu hij zijn bedrijf, Leemhuis & Van Loon, heeft moeten verkopen. (Vermeulen is verdachte in de beursfraudezaak.) “Ik hoop dat Ajax een hoge prijs voor de aandelen gaat vragen. Je verkoopt sentiment, je kunt doen wat je wilt. Ik zou emitteren op zestig gulden. Zeker niet onder de vijftig.”

Vermeulen bewondert de zakenman in Van Os. “Honderd procent integer. Dat was Hans Kroon ook, maar anders.” Hij lacht even. “Ik heb Arie nog nooit horen schreeuwen. In ieder geval nooit zoals Hans Kroon of ik dat konden.”

En: “Hij heeft het fundament gelegd onder Van der Moolen. En hij heeft nu het fundament gelegd onder Ajax. Van een dikke min heeft hij een onwaarschijnlijke plus gemaakt. Toen hij net penningmeester was, werden er geen kerstkaarten verstuurd. Want hij vindt: dat doe je alleen als het je goed gaat.”