Open Friese titelstrijd?

Gisteren is in Heerenveen het WK allroundschaatsen begonnen. Het aantal favorieten is zeer beperkt. Is allroundschaatsen nog serieus te nemen als mondiale sport?

Ids Postma, samen met Rintje Ritsma de grote favoriet: “Het is juist mondialer dan vroeger. Tegenwoordig zijn het niet alleen Nederland, Noorwegen en Rusland die sterk meedoen, maar ook Japan en de Verenigde Staten. Er zijn ook nog nooit zoveel deelnemende landen geweest als nu. Blijkbaar vinden velen het allroundschaatsen toch het mooiste onderdeel. Alleen heb je momenteel geen Koss of zo, een buitenlander die er bovenuit springt. Maar toen ik vorig jaar kampioen werd, eindigde ik vóór Shirahata, Dittrich en Boutiette. Dit jaar worden we ook geen één, twee en drie. Zeker weten.”

Leo Visser, oud-schaatser: “Wat een trieste vraag. Het lijkt wel alsof we het leuker vinden om op ons donder te krijgen van de Noren. Nu het zo goed gaat, steken we onze vinger omhoog en vragen we ons af of het nog wel iets voorstelt. Laten we genieten van de topprestaties die we momenteel leveren. Ik weet ook wel dat de specifieke afstanden in een olympisch jaar aan waarde winnen. Het is heel mooi om de beste te zijn op één afstand, maar het is nog veel mooier om alles goed te kunnen.”

Frank Snoecks, televisie-commentator: “De allrounder is een uitstervend ras. Zo'n toernooi is een aangelegenheid voor Nederlanders. Voor de sport zou het goed zijn als bijvoorbeeld KC Boutiette zou winnen, maar daardoor zou hij in Amerika niet populairder worden. Boutiette is alleen wereldberoemd in Nederland. In Amerika weten ze niet eens dat Eric Flaim ooit wereldkampioen werd. Ik ben geneigd te zeggen dat de toekomst voor de specialisten is. Dat neemt niet weg dat de meerkamp mij erg aanspreekt. Het Nederlandse publiek zal het allrounden nooit saai gaan vinden, ook al blijven onze schaatsers domineren. Kort na de Olympische Spelen was het NK in Deventer. Een troosteloos toernooi met regen, hagel en sneeuw. Toch hadden we meer dan een miljoen kijkers.”

Gerard Kemkers, coach van de Amerikaanse ploeg: “Het zal nooit als voetbal of tennis worden, want ik zie niet snel Zuid-Amerikanen meedoen. Maar als je ziet hoe wij naar dit toernooi toegewerkt hebben, blijkt het best mee te vallen. Daarbij ga ik ervan uit dat andere landen hetzelfde hebben gedaan. Als Nederland overheerst, wordt altijd angstvallig gekeken of het goed voor de sport is. Het is echter een golfbeweging. Op de Olympische Spelen van Lillehammer dacht Nederland ook alles te winnen, maar het kwam zonder gouden medailles terug. Ik denk dat dit toernooi voor schaatsbegrippen mondiaal genoeg is. Het is trouwens goed dat er vaak grote toernooien in Heerenveen worden gehouden. Het zit er vol gekke mensen die hun kelen schor schreeuwen. Betere beelden kun je niet naar Amerika sturen.”

Bart Veldkamp, specialist op de lange afstanden: “De Nederlanders steken met kop en schouders boven de rest uit. Andere landen concentreren zich meer of specifieke afstanden. Dat zijn olympische disciplines en daarvoor krijg je financiële steun als je presteert. Schaatsers maken zich niet meer druk om afstanden waar ze toch niet goed in zijn. Ik train bijvoorbeeld bijna niet meer op de 500 meter. Het is niet de moeite om er alles aan te doen om viertiende van mijn tijd af te halen, want dan is het verschil met de top nog twee seconden. Ik kan er beter voor zorgen dat ik op de vijf en tien kilometer bij de eerste drie eindig.”

P. de Jonge, burgemeester van Heerenveen: “Het is belangrijk om de sport breder te maken dan ze nu is. Daardoor kan het alleen maar aantrekkelijker worden. Het is misschien voor een keer leuk om één, twee en drie te worden, maar niet voortdurend. Vroeger was allroundschaatsen breder. Vooral Zweden en de Sovjet-Unie hadden altijd goede deelnemers. We moeten er alles aan doen om er daar nieuw leven in te blazen. Als we eenmaal terug zijn bij de situatie van vijftien jaar geleden, kunnen we het schaatsen verder uitbouwen naar andere landen.”