Moord op vluchteling in opdracht Turkije

AMSTERDAM, 14 MAART. De Turkse geheime dienst (MIT) heeft in 1982 een Armeense vluchteling in Nederland laten vermoorden. Dat staat in het niet-openbare deel van het zogeheten Susurluk-rapport. De MIT stond ook achter acties tegen Armeniërs in Hengelo en Enschede.

Volgens dit rapport was de moord in Utrecht op 5 november 1982 op de 22-jarige Nubar Yalimyan onderdeel van een reeks acties tegen Armeniërs in Nederland en Frankrijk. Tot die acties behoort ook de beschieting van een Armeens café in Hengelo op 7 juli 1983 en de brandstichting de volgende dag in woningen van leden van de Armeense jeugdorganisatie in Enschede.

Yalimyan was in 1978 als politiek vluchteling naar Nederland gekomen en werkte als tolk in een tolkencentrum in Utrecht. Hij werd door messteken en pistoolschoten in zijn woning om het leven gebracht. De dader of daders ontkwamen. De Turkse ambassadeur in Nederland was onbereikbaar voor commentaar. Hij is in Ankara voor besprekingen. De aanslagen in Nederland werden volgens het rapport uitgevoerd door verschillende groepen.

In het rapport wordt met name de extreem-rechtse, voortvluchtige misdadiger Abdullah Çatli in verband gebracht met de acties tegen de Armeniërs in Nederland en Frankrijk. Çatli kwam eind 1996 bij Susurluk aan de westkust van Turkije om bij een auto-ongeluk samen met een hoge politiefunctionaris, Hüseyin Kocadag, en een voormalige schoonheidskoningin, Gonca Us.

In de auto zat ook nog een Koerdische parlementariër die het ongeluk overleefde. Dit ongeluk vormde het begin van wat in Turkije het Susurluk-schandaal is gaan heten over de banden tussen overheid en mafia.

Pagina 2: Çatli pleegde aanslagen

Het Susurluk-rapport is onder meer gebaseerd op documenten van de geheime dienst MIT. Het rapport meldt dat de MIT contact zocht met de in '96 verongelukte misdadiger Çatli over acties tegen de Armeense bevrijdingsbeweging ASALA. “Bij het eerste gesprek is Çatli uitgelegd wat zijn taak was en is hem gevraagd of hij zonder tegenprestatie die taak wilde uitvoeren. Hij accepteerde en aan hem is die taak gegeven”, aldus het rapport. Oktober 1984 werd Çatli in Parijs opgepakt wegens drugssmokkel en “daarop is ons contact verbroken” aldus de MIT in het Susurluk-rapport. Onder de acties staan genoemd bomaanslagen in Parijs, Marseille en Alfortville.

ASALA wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord, tussen 1975 en 1985, op circa veertig Turken in binnen- en buitenland. In 1983 voerde ASALA een aanslag uit op het Parijse vliegveld Orly, waarbij acht doden vielen.

Het Susurluk-schandaal leidde onmiddellijk tot het ontslag van de minister van Binnenlandse Zaken en het voormalige hoofd van de politie, Ar, wiens handtekening onder het valse identiteitsbewijs en de wapenvergunning van Çatli stond. Samen met de huidige minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier Çiller wordt Ar verantwoordelijk gehouden voor de overname van het speciale staatsbureau voor de terreurbestrijding door extreem-rechtse misdadigers.

De kern van de beschuldigingen tegen de autoriteiten is dat verschillende veiligheidsdiensten rechtse mafia-clans hebben gebruikt om politieke vijanden te elimineren. In ruil daarvoor kregen deze 'gangsters in uniform' de vrije hand in de handel in drugs en bij het afpersen van personen en organisaties. Die criminele activiteiten hadden de laatste jaren plaats onder het mom van de bestrijding van de Koerdische terreur, op grond waarvan de politie, de gendarme en de inlichtingendiensten buitengewone volmachten werden toegekend.