M'n potlood terug!

WAS DAT LACHEN vorige week, om die boze burgemeester Patijn van Amsterdam, die maar geen verkiezingsuitslagen kreeg. En het werd helemaal gieren toen bleek dat er maar één man was die de boel aan de praat kon krijgen, en dat die 'of all places' in de sauna zat! Geen soap-scenarist die het durft te bedenken.

Maar eigenlijk viel er niets te lachen. Flinke aantallen stemmen waren onleesbaar, zoek. Dat is iets dat in een volwassen democratie absoluut onmogelijk hoort te zijn. Uiteindelijk heeft men, zo stond in de krant, ten minste één weigerachtig flopje met geweld moeten 'kraken'. Een beschamende vertoning, want wie kan nog echt garanderen dat na de kraak ook werkelijk de originele gegevens onveranderd en volledig zijn uitgelezen? Het zál wel zo zijn, maar dat is niet genoeg. Democratie bestaat bij de gratie van gezond onderling wantrouwen.

Inmiddels stemt ongeveer driekwart van Nederland per computer, terwijl niemand eigenlijk ooit heeft duidelijk gemaakt wat daarvan nu precies het grote voordeel is. En dat terwijl er in elk geval heel wat nadelen aan zitten, zowel technisch als in psychologisch opzicht.

Wat in Amsterdam gebeurde, laat iets zien van de technische problemen die elektronisch stemmen met zich meebrengt. Uit de berichten daarover kwamen drie dingen naar voren: de onleesbaarheid van flopjes, problemen met de aansluiting van de stem-software op het systeem van het Amsterdamse bevolkingsregister, en een klunzenstreek van de verantwoordelijke programmeur, die vergat om het programma van zijn testomgeving om te zetten naar de echte omgeving. De laatste twee gevallen zullen wel verschillende formuleringen van hetzelfde probleem zijn, maar dat doet er niet zo veel toe. De fundamentele moeilijkheid blijft immers dezelfde: stemmen is een betrekkelijk zeldzaam gebeuren. Maar stem-software moet worden gekoppeld aan de databanken van het bevolkingsregister, dat elke dag draait. Tegen de tijd dat de volgende stemming er aankomt, is de kans groot tot zeer groot dat het systeem achter de bevolkingsadministratie verbeterd, veranderd of uitgebreid is. Dat betekent dat ook de stem-software telkens moet worden aangepast. Een goede automatiseerder kan dat wel, en hij kan de nieuwe versie ook testen in een nepwereld, een proefomgeving. Maar echt proefdraaien in de echte omgeving is er niet bij, je kunt de kiezers moeilijk op proef laten opkomen. Dat betekent, zelfs zonder stommiteiten, dat je vrijwel altijd werkt met een prototype.

Vragen om moeilijkheden, heet dat. Fouten die pas in de praktijk aan het licht komen, zijn immers bij stemmingen onherstelbaar. Voeg daarbij dat een potlood plus biljet nauwelijks kapot kan, en bovendien goedkoop en gemakkelijk te vervangen, terwijl een stemmachine kwetsbaar en duur is, en niet één-twee-drie gerepareerd kan worden, terwijl er wel mee rondgezeuld wordt, en het is duidelijk dat verkiezingen technisch gesproken ondingen zijn om te automatiseren. Duidelijke gevallen van overautomatisering.

Daar staan twee voordelen tegenover, die allebei psychologisch van aard zijn: er is de schijn van moderniteit, natuurlijk, de aantrekkelijkheid van het mooie speeltje. Maar dat is alleen een voordeel voor de organisatoren, dus telt het niet mee. Wat rest, zijn snellere stembusuitslagen, en niets anders. Want niemand zal durven beweren dat tellen met de hand slordiger gebeurt, of dat onzichtbare elektronische data minder fraudegevoelig zijn dan bussen met biljetten.

Maar is die bevrediging van het ongeduld wel een voordeel? Als je goed kijkt, dan begin je te vermoeden van niet. Ondanks de steeds snellere stembusuitslagen in de laatste twee decennia stijgt de betrokkenheid van de kiezer niet. Hij daalt, over de gehele linie. Automatisering heeft in elk geval blijkbaar geen merkbaar positief effect op de betrokkenheid van de kiezer, om wie het allemaal draait. Vergelijk dat nu eens met zoiets knulligs als het Eurovisie Songfestival. Dat festival is een ware dinosaurus, oer-ouderwets en fantasieloos van opzet en vormgeving. Niet meer dan een doodsaaie rij derderangs-artiesten die futloze riedeltjes kwelen die meestal niet om aan te horen zijn. Urenlang. Toch is het een onverwoestbaar kijkcijfersucces. De enige reden daarvoor zit in het spannende stemmen aan het eind: 'Netherlands one point - Pays Bas un point.' Ook al gaat het nergens over, het is een zorgvuldig bewaard, razend spannend en langdurig ritueel, dat geen Europeaan wil missen.

De dalende opkomstcijfers bij echte, belangrijke verkiezingen vind je in de kijkcijfers van het Songfestival niet terug. Dat het ritueel, hoe zinloos ook, werkelijk de kern van de aantrekkingskracht van de zaak is, zou met het Songfestival eenvoudig te testen zijn - al wil terecht geen omroepbaas ervan horen. Laat één keer alle jury's tegelijk hun stemmen doorbellen, en maak zonder meer meteen de einduitslag bekend. Het volgende jaar kijkt er gegarandeerd in heel Europa geen hond meer.

Datzelfde effect zien we optreden bij elektronisch stemmen. Het is een van de factoren die de dalende opkomstcijfers veroorzaken. Stemmen per computer reduceert het ritueel tot vrijwel nul. Een simpele druk op de knop vervangt de aandachtige controle van de oproepkaart in het grote boek met stemgerechtigden. De plechtige uitreiking van het stembiljet, het onherroepelijk rood kleuren (niet voor niets moet dat met rood, al is het desnoods rode lippenstift!) van het juiste hokje, en het definitief laten wegglijden van het zorgvuldig dichtgevouwen biljet in de stembus. Een druk op een knop. Zielloos en emotieloos. Iets als het aanklikken van de stofzuiger, of de juiste knop op de sigarettenautomaat. En even onbelangrijk.

Maar, zal menigeen protesteren, verkiezingen zijn toch geen amusement. Het gaat toch om serieuze zaken? Om politiek, om programma's? Dat is waar. Maar het belang dat mensen hechten aan handelingen wordt niet alleen door de ratio bepaald. Emotie, traditie en geheiligde rituelen zijn minstens zo belangrijk. Koningshuizen bestaan ervan. Parlementen hangen van de rituelen en tradities aan elkaar. Waarom zou dat voor verkiezingen anders zijn?