Literatuur

Kester Freriks maakt zich (10 maart) terecht druk om het feit dat Geert Mak met zijn boek Hoe God verdween uit Jorwerd het dorp en het omliggende platteland zo abrupt terugplaatste op de landkaart.

Dat daar nu alles platgelopen en -gereden wordt door 'gedesoriënteerde' lezers is inderdaad een gotspe. Daarmee gaat Freriks echter voorbij aan iets veel wezenlijkers, namelijk dat al die lezers in Jorwerd juist op zoek zijn naar literaire oriëntatie. En dat is bedoeld als compliment aan Geert Mak. Want terwijl Mak geen literair boek in de gebruikelijke betekenis van het woord schreef, is het in de ware betekenis ervan veel literairder dan veel andere Nederlandse moderne literatuur. Vervorming van de werkelijkheid is de essentie van kunst en literatuur, schrijft Freriks, maar hij vergeet daarbij te vermelden dat echt grote kunst bovendien op de een of andere manier de grond blijft raken en appelleert aan de essentie van het leven. De sluier die door de massamedia over het moderne leven en de hedendaagse werkelijkheid is komen liggen, alle aangebrachte wetenschappelijke categorieën, kennis en taal, heeft veel mensen het (eigen) zicht ontnomen. Niet in de laatste plaats het zicht op onze natuurlijke (of culturele) omgeving. En niet in de laatste plaats geldt dit voor onze schrijvers. In die zin is het gekozen thema van de Boekenweek een voltreffer: we zijn inderdaad hard toe aan een herwaardering van het platteland en een herwaardering van het boerenleven. In tegenstelling tot veel stedelingen bekijken boeren hun omgeving minder door de bril van Descartes - ze kijken veel naakter de wereld in. Kijken met de boerenbuik zou ik dat willen noemen. Of ze daarmee meer of minder zien is minder belangrijk, ze nemen anders waar. En daarmee kan elke schrijver toch zijn voordeel doen.

    • Paul Ophey