Leerstoel (2)

Uw overigens genuanceerde en goed gedocumenteerde artikel maakt terecht onderscheid tussen de levensbeschouwelijke bijzondere leerstoelen en de overige, die in oneigenlijke zin het predikaat 'bijzonder' dragen. Het is niet voor niets dat de wet alleen regelingen kent voor bijzondere leerstoelen aan openbàre universiteiten.

De recente groei van deze tweede categorie is inderdaad onmiskenbaar. Met het 'wilde' daarvan valt het wel mee. Je kunt niet in het wilde weg benoemen: er zijn wettelijke voorschriften en zorgvuldige en niet zelden tijdrovende universitaire procedures mee gemoeid. Een voorbeeld: de veelgenoemde bijzondere 'CDA-leerstoel' in Nijmegen. In het voorbereidingstraject werd ik door mijn Eindhovense faculteitsbestuur gevraagd advies uit te brengen over de inrichting van die leerstoel en de beoogde kandidaat. De Nijmeegse wijsgerige faculteit had net als bij 'gewone' benoemingen een adviesronde bij de zusterfaculteiten in gang gezet. Dit soort adviesverzoeken voor gewone en bijzondere leerstoelen zag ik de voorbije jaren regelmatig passeren - wat overigens iets zegt over mijn acceptatie als bijzonder hoogleraar binnen de eigen instelling.

In mijn hoofdtaak als wetenschappelijk directeur van de Radboudstichting, die een netwerk van tien bijzondere leerstoelen wijsbegeerte en theologie bij de openbare universiteiten in stand houdt, heb ik regelmatig contact met de collega's van de reformatorische en humanistische zusterstichtingen. Net als wij laten ook zij zich 'intern' steunen door een zwaarbezette wetenschappelijke adviesraad, waardoor we ter voorbereiding van de universitaire procedures zorgvuldig de kwaliteit van onze kandidaten in het oog houden. Geen wonder dat het dan niet gebeurt dat de universitaire benoemingsadviescommissie een andere kandidaat voordraagt dan degene die in de interne voorselectie naar voren was gekomen.

Met hun bijna dertig bijzondere leerstoelen van levensbeschouwelijke signatuur (waarbij de signatuur trouwens een denk-optiek aanduidt en geen zendingsopdracht) leveren deze drie stichtingen een rijk en niet zelden zeer welkom aanbod van algemene vorming bij de openbare universiteiten. Wanneer deze instellingen ook de levensbeschouwelijke bijzondere leerstoelen kosten voor faciliteiten in rekening zouden gaan brengen is dat een penny wise, poundfoolish-beleid.

De geïnterviewde Tilburgse rector De Klerk ('Er zit bij ons misschien hier en daar nog wel iets katholieks') lijkt duidelijk even niet bij de les, of vergiste zich wellicht in de context. Want zijn héle instelling draagt de katholieke signatuur, zoals hij beslist zal weten. Daarom is daar ook geen Radboudleerstoel. Of zou dat tóch zo'n gek idee nog niet zijn?

    • Wil Derkse