Installaties over de realiteit van alledag

De Italiaanse beeldend kunstenaar Federico D'Orazia wil met zijn kunst de mensen tot nadenken stemmen over de recente ontwikkelingen in de wereld. Hij exposeert nu in Almere. “In Italië zitten ze niet op mijn kunst te wachten.”

Tentoonstelling 'Winter', D'Orazio, De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere. T/m 22/3, di-zo 12-17u. Inf. (036) 537 82 82/545 04 00.

ALMERE, 14 MAART. Federico D'Orazio (Bologna, 1968) verraste de Nederlandse kunstwereld de afgelopen jaren keer op keer met installaties waarin hij onze samenleving op een kritische manier onder de loep nam. Net als veel andere jonge kunstenaars laat de in Nederland woonachtige Italiaan zich inspireren door de alledaagse realiteit. Zijn installaties ontstaan vaak op de tentoonstellingslocatie. Wat Federico D'Orazio onderscheidt van zijn collega's is de manier waarop hij zijn ideologieën tot onderwerp van zijn kunst maakt. D'Orazio deinst er niet voor terug scherpe politieke uitspraken te doen. Dat maakt hem tot een zeldzaam verschijnsel in de zo a-politieke Nederlandse kunstwereld.

Het kunstcentrum De Paviljoens in Almere heeft hem onlangs opdracht gegeven een van de hallen in te richten als winterlandschap. Het glazen paviljoen, met uitzicht op het weidse polderland, heeft D'Orazio inmiddels omgebouwd tot een artificieel grasveld waarin de bezoeker tot zijn enkels wegzakt zonder vieze schoenen te krijgen. De ruimte is gevuld met matrassen van waterbedden, waarover een plastic zeil ligt, bedrukt met een print van verdord wintergras. Springend en koprollend op de meeverende groene bodem voel je je weer even kind.

“Dit idee ontstond toen ik bij een bezoek aan Almere uit de auto stapte en tot mijn enkels in de modder zakte”, vertelt de kleine, langharige Italiaan. “Ik vond het een vreemde ervaring dat ik op een plek liep, onder de zeespiegel, waar vroeger alleen water was. Alles in Nederland is kunstmatig aangelegd. Wat jullie bossen noemen, zijn in feite alleen maar zaadjes die jaren geleden door mensen in de grond zijn gestopt. Maar elke keer dat de mens de natuur probeert te imiteren, gaat er iets aan kracht verloren. De echte natuur is altijd overweldigender dan een nagemaakt landschap. Dat wil ik benadrukken in dit werk. Kunstmatiger dan mijn grasland van plastic kan een landschap niet zijn.”

Net als de andere werken van D'Orazio is Winter in de eerste plaats aantrekkelijk en esthetisch, maar het heeft daarnaast een diepere betekenis. “Met Winter wilde ik ook inspelen op recente ontwikkelingen, zoals de vraag of er een tweede nationale luchthaven bij IJmuiden in zee moet worden gebouwd. Ik wil me hiermee niet voor of tegen een tweede Schiphol uitspreken, maar het probleem aan de orde stellen.”

In voorgaande werken was de mening van Federico D'Orazio uitgesprokener en provocerender. Zo liet hij in 1995 in W139 het werk Electric Baby Chair zien, een kinderstoel die was aangesloten op een spanning van tienduizend volt. Kinderen die op een stoel in dezelfde ruimte zaten, werden via een glaswand in de elektrische stoel gereflecteerd. Hun ouders konden door een luikje naar binnen kijken en beslissen of ze hun kind een virtuele executie wilden laten ondergaan. D'Orazio: “De aanleiding vormden berichten over kinderen die in Brazilië worden gekidnapt en beroofd van hun organen - kleine krantenberichtjes, waar je gemakkelijk overheen leest. Wanneer je eigen kind op een elektrische stoel zit, is dat een veel directer confrontatie.”

De onderwerpen die D'Orazio aan de kaak stelt, lopen uiteen van genetische manipulatie, bio-industrie en milieuverontreiniging tot prostitutie en de eenwording van Europa. Zonder prekerig te worden weet de kunstenaar zijn boodschap over te brengen, door bijvoorbeeld gebruik te maken van luchtige, kleurrijke materialen als opblaasbaar plastic. Ook humor speelt een grote rol. Voor een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Helmond maakte hij het werk Please dont't go (1996) over de suprematie van mediagigant Berlusconi en de verziekte Italiaanse televisie. In een ziekenhuisbed had hij een tv-toestel gelegd, omzwachteld met verband en aangesloten op een infuus met morfine. Onophoudelijk waren beelden te zien uit het programma Non è la RAI waarin meisjes in bikini vol overgave dansen op steeds hetzelfde liedje.

“Dit is een van de ergste programma's van Berlusconi's televisie. Het wordt elke dag om twee uur, dus rond etenstijd, uitgezonden en je kunt de omroep opbellen om te zeggen dat je de volgende dag meer blond of minder roodharigen in beeld wilt hebben. Berlusconi is de enige man ter wereld die vier tv-zenders heeft en bovendien in de politiek zit. Je kunt je voorstellen hoe gevaarlijk dat is. De enige andere man met vier tv-stations was de Roemeense dictator Ceaucescu. Aan het eind van de tentoonstelling heb ik euthanasie gepleegd op het tv-toestel, omdat de patiënt niet herstelde.”

Het Gemeentemuseum wilde het werk aankopen, maar had geen ruimte in het depot. D'Orazio bedacht een oplossing door met een bulldozer over het werk te rijden en de restanten in een autosloperij tot een klein pakketje te laten persen. “Dat pakketje heb ik in een mooie vitrine gezet en teruggebracht naar het museum. De titel was inmiddels veranderd in Please don't go 1997, na euthanasie.”

D'Orazio wil voorlopig hier blijven werken. “In Italië zitten ze niet op mijn kunst te wachten, daar zijn ze te druk bezig met het conserveren van hun oude kunstschatten. Bovendien word je in Italië pas beschouwd als jonge kunstenaar als je minstens 45 jaar oud bent. Ik ben 29. Ze zagen mij daar als een terrorist. Een tentoonstelling die ik in een gekraakt pand had georganiseerd, werd door de politie ontruimd. En dat terwijl in een ander deel van de stad een bom werd gelegd. Op die manier kon ik niet langer werken.”