In de skyboxen

Je ziet meteen dat ze anders zijn. Hun schoenen zijn van minder fijn leer, hun pakken hangen losser om hun lichaam. Eén van hen heeft zelfs een baard. “Belastingdienst”, zegt de penningmeester van de ledenraad. “Heel hoog.” Hij heeft ze door de businessclub van Ajax laten uitnodigen om hen eens te laten zien hoe het is, een avondje in de skyboxen van de Arena. De penningmeester werkt zelf ook bij de belastingen.

Om half acht zitten de mannen - het zijn er drie - aan hun dessert van chocola met kaneelcrème in de ABA-lounge (Ajax Business Associates), aan één tafel met de voorzitter van de business club, Klaus Vink. Aan de tafels om hen heen zitten nog driehonderdzestig mensen. Het is dinsdagavond 3 maart. Ajax speelt tegen Spartak Moskou.

Vink is zelf advocaat en belastingadviseur en om zijn taak van gastheer te verlichten heeft hij zijn collega Dennis Dresden meegenomen. “Ik hou niet van voetbal”, fluistert die bij de koffie. “Maar dit werkt beter dan een concert. Welke mannen houden er nou van muziek? Zitten ze maar op hun horloge te kijken, is die Rakmanikof, of hoe heet-ie, nou nog niet afgelopen?”

Om acht uur geeft Vink de belastingmannen een rondleiding - “het lijkt hier wel een hotel” - en brengt ze daarna naar hun ereplaatsen in de buurt van het Ajax-bestuur. Zelf gaat hij, met Dennis Dresden, naar de skybox van bloemenexporteur Rob Zurel.

Daar huurt zijn kantoor een paar plaatsen, net als Lex Daniëls van galerie Reflex (Appel, Corneille, Herman Brood). Danie komt om kwart over acht binnen, in driedelig goud ribfluweel en een das van Armani. Even later maakt Zurel zijn entree. Zwijgend gaat hij zitten, zijn kuitlange zwarte bontmantel houdt hij strak om zich heen. Pas aan het eind van de eerste helft - Ajax staat met 1-0 achter - doet hij zijn mond open. “Om ons heen”, grinnikt hij, “zitten alleen maar arme mensen.”

“Weten jullie al dat Herman Brood een eigen parfumlijn gaan uitbrengen?” zegt Daniëls.

Vink, commissaris bij Zurel, vertelt over zijn vier kinderen en de opvoedkundige ideeën van zijn Israelische vrouw. “Alles mag.” In de rust zegt hij: “Kom op. We gaan buurten bij Harry Mens.”

In de gang achter de skyboxen is het vol mensen die, als in de Italiaanse Opera, even bij elkaar langs gaan. Mens recipieert alsof hij zijn veertigjarige huwelijk viert: als hij de ene gast een hand geeft, kijkt hij al naar de volgende.

De tweede helft wordt gelaten uitgezeten. Ajax krijgt nog twee doelpunten tegen te verwerken en scoort er zelf maar één. Om kwart over tien loopt de doorsnee van de skyboxen en business-seats naar de ABA-lounge, voor muziek en drank. De elite mag naar de bestuurskamer, waar Michael van Praag en Arie van Os en de andere officials ontvangst houden. Aan een tafeltje in het midden zitten de drie belastingmannen. Als Van Praag hen begroet staan ze op. “Gecondoleerd”, zeggen ze. (Met de nederlaag.) “Nee, we zitten hier geen zaken te doen”, zegt de man met de baard. “Onze omzet is groot genoeg.”

Een verdieping lager, in de ABA-lounge, legt Dennis Dresden nog een keer uit wat voor een onzin voetbal eigenlijk is. “En dan al die krantenpagina's die erover worden volgeschreven. Allemaal over niets.”

“Lees jij ze?” vraagt hij aan de fabrikant van leren damestassen die naast hem staat.

De man kijkt hem niet begrijpend aan. “Ja, natuurlijk.”

Om twaalf uur rijdt Vink - zwart pak met vest, wol en zijde - in zijn Jaguar naar Amsterdam-Zuid. Onderweg vertelt hij over de vier Cinquecento's die hij ook nog heeft. En over de beurs - dat het zo niet kan doorgaan, Baan is nu al meer dan honderd keer de winst waard. “Totale gekte.” Hij denkt erover om nog maar een huis te kopen. Dat is toch safer.