Het studiehuis stáát nog niet

DE TRAINING in zelfstandig werken voor leerlingen van 4 Havo en 4 en 5 VWO op de Amsterdamse Berlage-afdeling van de Esprit Scholengroep heeft voor een rush op de mediatheek gezorgd. Ook het ernaast gelegen computerlokaal A25 was overbevolkt tijdens de twee inloopuren waarin leerlingen volgens eigen planning aan het werk konden. Docenten kunnen maar nauwelijks concurreren met deze populaire werkplekken. Bij sommmigen bleven de lokalen akelig leeg en was de inloop van leerlingen die extra hulp komen vragen minimaal.

Ook de kantine kon, zo bleek tijdens de evaluatie, op extra klandizie rekenen tijdens het studiehuis-experiment dat de afgelopen maand plaatsvond. Toch zijn docenten en leerlingen niet ontevreden over het verloop van het experiment. De vrijheid was misschien niet aan iedere leerling even goed besteed, de meesten vonden de grotere zelfstandigheid een goede en leerzame ervaring. Ook al lukte het soms niet om alle opdrachten op tijd af te hebben.

De Berlage scholengemeenschap behoort tot het eenderde deel van de Havo- en VWO-scholen die volgend jaar van start gaan met het studiehuis in de bovenbouw. De rest van de scholen wacht nog een jaar met de invoering van de vernieuwde Tweede Fase. Leerlingen moeten zelfstandiger gaan werken, docenten moeten minder gaan doceren en meer gaan begeleiden. Daarnaast wordt het vrije-vakkenpakket aan banden gelegd. Leerlingen kunnen in de bovenbouw uit vier doorstroomprofielen gaan kiezen: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en techniek, natuur en gezondheid. Deze profielen bestaan uit vaste vakkencombinaties die een gerichte voorbereiding moeten bieden op de studie na het voortgezet onderwijs. In de zogenoemde vrije ruimte kunnen scholieren eigen keuzes maken voor bepaalde vakken.

Door deze veranderingen in de laatste klassen van Havo en VWO wordt een betere aansluiting met het hoger beroepsonderwijs en de universiteit beoogd. Veel scholieren lopen nu nog rechtstreeks in de vrijheidsfuik als ze gaan studeren. Niemand zegt ze wat het huiswerk is voor de volgende dag. Als ze niet op de colleges komen of geen tentamens doen, kraait er geen haan naar.

De mediatheek op het Berlage is nog niet zo lang geleden feestelijk in gebruik genomen. Een grote, lichte ruimte met mooi meubilair en een keur aan informatie- en communicatietechnologie. Van de leerlingen die er het vierde en vijfde inloopuur zijn neergestreken, maakt slechts een enkeling gebruik van de computers, de rest zit alleen of in een groepje te werken. Jasmin (17, 4 Havo) zit in haar eentje vragen voor aardrijkskunde te beantwoorden. “Kijk”, legt ze uit, terwijl ze een schema te voorschijn haalt, “we hebben voor een groot aantal vakken opgekregen wat we in een maand moeten doen. Dat moet je zelf indelen en je mag ook zelf weten wanneer je er aan werkt. Je moet hier het aantal uren invullen dat je met een vak bent bezig geweest. Ik ben bijvoorbeeld niet zo goed in wiskunde en dan kan ik tijdens het inloopuur naar die docent gaan om extra uitleg te krijgen. Dat helpt goed.”

Een paar tafeltjes verderop zitten Huseyin (15), Akif (17) en Cenik (17), alle drie uit 4 VWO, tussen gezellige gesprekken door Duitse zinnen te vertalen. “Samen weten we meer dan één”, grappen ze. Het zelfstandig indelen van de tijd valt ze lang niet mee, moeten ze toegeven. Cenik bekent dat hij niet goed is in plannen: “Ik zit liever gewoon in de klas met elke dag huiswerk.”

Rob Schetzer, docent Frans, heeft in zijn lokaal bezoek van twee leerlingen die aan een ander vak zitten te werken. Erg veel inloop heeft hij nog niet gehad. “Ik zit hier meer als surveillant”, laat hij enigszins gelaten weten. Voor Schetzer is het nog maar de vraag of de zelfstandigheid die het studiehuis vereist voor iedereen goed zal uitpakken. “Voor de goede leerlingen is het natuurlijk perfect, maar ik ben bang dat de minder gemotiveerde leerlingen er kapot aan gaan. Je moet een geweldige discipline hebben. Het is allemaal te ver doorgeslagen. Ik zie er tegen op.” Rob Birkhoff, docent wiskunde en actief lid van de werkgroep Tweede Fase op het Berlage, ziet die problemen ook wel. “Maar een flexibeler systeem kan juist ook gunstig zijn voor zwakke leerlingen. Ze kunnen extra tijd besteden aan de moeilijke vakken en wat minder aan de vakken waar ze goed in zijn. Ik denk dat de leerlingen die dit halen veel beter toegerust zijn voor het hoger onderwijs.”

Vorig jaar is het Berlage in 4 VWO begonnen met een eerste studiehuis-experiment van beperkte omvang. Leerlingen kregen nog geen vrije inloopuren maar ze mochten in de les aan andere vakken werken als de situatie dat toeliet. Tijdens de laatste proefperiode werd niet alleen de vrijheid opgevoerd, maar ook het aantal leerlingen dat meedeed groter en uitgebreid tot het Havo. Enkele docenten bedachten speciale opdrachten die de zelfwerkzaamheid moesten stimuleren. Toch is het noodgedwongen nog een half experiment, want de lesmethodes die speciaal met het oog op het studiehuis zijn ontwikkeld, heeft niemand nog gezien. “Het is nu nog de gewone leerstof op een andere manier”, zegt Herman Engering, conrector van het Berlage. “Er is minder klassikale instructie, er moet meer door de leerlingen worden samengewerkt. En voor een deel is wat de leerlingen hier in de inloopuren doen vervanging van het huiswerk.”

Om te weten wat de leerlingen er eigenlijk zelf van vinden zijn er kleine delegaties uit 4 Havo en 4 en 5 VWO uitgenodigd om in een docentenvergadering mee te praten in de evaluatie van het laatste experiment. Kati (19) en Hilal (16) zitten met een lijstje voor hun neus dat ze tijdens het mentoruur met hun medeleerlingen hebben besproken. “Er moet eigenlijk geen pauze zitten tussen de twee inloopuren”, vindt Kati, “in een blokuur kun je beter doorwerken en iets echt afmaken.” Er komt nogal wat kritiek van de leerlingen op de drukte in de mediatheek en het computerlokaal. “Ze zitten daar te kletsen en spelletjes te doen, terwijl anderen willen werken. Sommige leerlingen maken misbruik van hun vrijheid en dat stoort.” Hilal vindt dat er meer regels gesteld moeten worden, bijvoorbeeld tegen het in- en uitlopen. “En sommige leerlingen moeten verplicht kunnen worden om een inloopuur voor een vak waarin ze niet goed zijn te bezoeken”, vindt ze.

Ook sommige docenten hebben zich gestoord aan de rommelige sfeer die het vrije werken tot gevolg had. Er is meer discipline nodig, vindt de scheikundeleraar. “Anders krijg je grote verschillen tussen serieuze leerlingen die hard doorwerken en de minder serieuze leerlingen die gaan achterlopen. Dat werkt selectie in de hand.” De indruk bestaat dat de Havo-leerlingen het moeilijker hadden met de geboden vrijheid dan de VWO'ers.

Hilal is het opgevallen dat het voor sommige docenten ook moeilijk is om leerlingen meer vrijheid te geven. “Ze wilden de stof toch op de oude manier behandelen, maar dat kon niet omdat we meer zelf moesten doen.” Sinds haar bezoek aan de universiteit is Hilal een stuk enthousiaster voor het studiehuis geworden. Ze heeft rondgekeken bij economie en politicologie. “Daar zijn geen leraren die aan je kop zeuren of je je huiswerk hebt gemaakt. Dit is een goede zelfstandigheidstraining. Ik heb er echt iets aan, dat weet ik zeker.” Evengoed vindt ze dat er meer rekening gehouden moet worden met niet-gemotiveerde leerlingen. “Zij worden er anders de dupe van en dan zegt iedereen: 'Zie je wel, het is een slecht idee'.”