De padvinder

Het optreden tijdens het Boekenbal van het in poldergroene uniformen gestoken 'Veens brulkoor' sloot goed aan bij de associatie die ik krijg bij 'Panorama Nederland', het thema van de boekenweek. Denkend aan het landschap van mijn jeugd zie ik malse, groene weilanden zich uitstrekken tot aan de horizon, polderslootjes vol kikkerdril en weggetjes omzoomd door knotwilgen. Achter die knotwilgen vermaakten zich op woensdagmiddagen geüniformeerde kinderen. Op afgebakende veldjes waar een vervallen houten keet als clubhuis dienst deed, kwamen de leden van het plaatselijke brulkoor samen. Ze noemden zich padvinders en schaarden zich, getooid met malle petjes en kniekousen met kwastjes rond een vlag, waar ze geheimzinnige eden aflegden en liederen zongen.

Er bestond een duidelijke tweedeling onder de kinderen van het dorp: de ene helft mocht of moest op de padvinderij, de andere mocht of wilde dat niet. Ik hoorde bij de dienstweigeraars, maar was intussen razend nieuwsgierig naar wat dat pad-vinden in onze drassige polder eigenlijk inhield. Af en toe besteedde ik een vrije middag aan het bespieden van mijn met fluitjes, sterren en andere insignes uitgeruste leeftijdgenoten. Liggend in greppels of gehurkt tussen het eikenhakhout zag ik hoe meisjes die op school vrij normaal leken, uitgedost in bruin-gele jurkjes en mutsjes willoos bevelen uitvoerden van mevrouwen die zij Oehoe of Akela noemden. Zelf waren ze 'kabouters', terwijl hun manlijke evenknietjes als 'welpen' of 'verkenners' door het leven gingen.

Van mijn moeder die in de jaren twintig padvindster was geweest, had ik al de nodige gruwelverhalen gehoord over deze jeugdbeweging. Zij moest haar akela aanspreken met WAHVU, wat een afkorting was van Wij Allen Houden Van U - een manier van bejegenen waar sommige moderne hopmannen nog steeds verzot op zijn. Want de padvinderij bestaat nog, al heet ze nu anders

Omdat er in Nederland, ondanks het weidse boekenweek-thema, nergens meer een pad te vinden is dat niet op ANWB-paddenstoelen staat aangegeven, heten padvinders tegenwoordig scouts en hun hopmannen scoutingleiders. Ze zijn in het nieuws, omdat er in de clubhuizen of achteraf-weitjes wel eens andere dingen blijken te gebeuren dan spoorzoeken, insignes borduren of knopen ontwarren. Twentse scoutingroepen protesteerden deze week tegen de aankoop door de gemeente Enschede van De padvinder, een schilderij van Ronald Ophuis waarop een verkrachting is te zien van de ene scout door een andere.

Tegelijkertijd maakte een 'oneerbare' relatie tussen een 34-jarige groepsleider en een veertienjarig meisje binnen een scouting-groep duidelijk dat dit protest enigszins schijnheilig is. Wie de kranten een beetje bijhoudt, stuit trouwens op het ene schandaaltje na het andere in dit milieu van puur-natuurliefhebbers.

Om een paar voorbeelden te noemen: in mei 1996 kwamen bij de politie in Venray tien aangiftes binnen van seksueel misbruik door een 32-jarige leider van een scouting-groep. De slachtoffers waren tussen de zeven en twaalf jaar. De man werd gearresteerd en legde een bekentenis af. Een paar maanden later, in oktober 1996, gaven twee 27-jarige mannen zichzelf aan bij de politie in Lisse, omdat zij ontucht hadden gepleegd met 26 kinderen in de leeftijd van vijf tot twaalf jaar, van wie er twintig deel uitmaakten van scouting-groepen. En een 48-jarige man uit Heemstede bekende afgelopen zomer als leider van een scouting-groep ontucht te hebben gepleegd met jongens, van wie er zeven aangifte deden.

Scouting Nederland (met 125.000 leden de grootste jeugdvereniging van het land) ontvangt jaarlijks ongeveer twintig meldingen van seksueel misbruik, wat volgens de organisatie vermoedelijk nog maar het het topje van de ijsberg is. Per jaar schorst Scouting Nederland gemiddeld vijf volwassen leden, van wie is bewezen dat ze kinderen hebben misbruikt.

De vraag is, of dit incidenten zijn of dat er een patroon herkenbaar is. Ik denk: incidenten. Niemand zal de padvinderij als zodanig in staat van beschuldiging willen stellen wegens het entameren van ongelijkwaardige seksuele relaties. De oprichter, Baden-Powell, was al van mening dat zijn organisatie voor iedereen open moest staan, behalve voor atheïsten en pedofielen. Bovendien is prins Hendrik nog beschermheer geweest van de Nederlandse padvinderij, al zal dat niet alom als een overtuigend brevet van kuisheid worden beschouwd.

Mijn probleem met de padvinderij is altijd meer ingegeven geweest door de militaristische uniformpjes en hiërarchische structuren - in het leven geroepen tijdens de Afrikaanse boerenoorlog van een eeuw geleden - dan door de verdenking van grootscheepse ontucht. Maar die verdenking wordt nu alsnog gevoed door de ondertekening deze week van een heus protocol dat 'alle seksuele handelingen en intieme relaties tussen leidinggevenden en jeugdleden verbiedt'.

Als zulke richtlijnen nodig zijn, zou je haast denken dat de hopmannen tot dusver vrij spel hadden. Of een protocol de scouts afdoende tegen handtastelijkheden beschermt, is nog maar de vraag, want over het algemeen richten zulke gedragscodes niet veel uit. Aan de andere kant zullen ouders zich voortaan wel even bedenken voordat ze hun kinderen het bos in sturen met een club waar zulke onsmakelijke codes gelden.

Onsmakelijk? Ja, men wil de kinderen voortaan met 'expliciete voorbeelden' gaan uitleggen wat een pedofiel is. De Nederlandse Jeugd Groep, waarvan Scouting Nederland deel uitmaakt, heeft daar een mevrouw van de Rutgersstichting voor gevraagd. In de Volkskrant van dinsdag legde ze uit hoe de padvinder anno 1998 weerbaar wordt gemaakt: 'Stel dat de buurman je vraagt om de nieuwe poesjes te komen bekijken, ineens zijn gulp opendoet en je vraagt om zíjn leuke poesje te aaien. Is dat dan gewoon? Zo kun je een kind bewust maken.'

Het zou een kekke tekst zijn voor het Veens Brulkoor. Gulp open! Leuk poesje! En dan de motto's van de padvinderij er achteraan. Doe je best! Altijd bereid! Weest paraat! Dient!

Er valt nog veel te verkennen in Panorama Nederland.