De Armeniërs stemmen alleen met hun hart

De Armeniërs kiezen maandag de opvolger van president Levon Ter-Petrosian, die in januari struikelde over de kwestie-Karabach.

ARTASJAD/JEREVAN, 14 MRT. Artasjad is een grauw stadje in Armenië op 30 kilometer van de hoofdstad Jerevan, aan de grens met Turkije. Een boerenstadje, gedomineerd door de Ararat, die oprijst uit de vlakte, een witte piramide, kolossaal, majestueus, 5.100 meter hoog, het tragische symbool van de Armeniërs, tragisch omdat hun heilige berg in Turkije ligt. Ooit, meer dan 21 eeuwen geleden is Artasjad nog een tijdje de hoofstad van Armenië geweest, hier liggen zeven Armeense koningen begraven en het amfitheater is het oudste gebouw van het land. Vergane glorie: nu is Artasjad een boerendorp, met vuile huizen en kapotte straten en een grote hijskraan die is ingevroren in zijn eigen roest, een straatarm stadje in een land dat uitsluitend uit bergen, rotsen, stenen en stof blijkt te bestaan.

Op het plein voor het theater prijst een spandoek Robert Kotsjarian aan als “de meest waardevolle Armeniër” die het presidentschap ten volle verdient. De hele bevolking is naar het plein gekomen, een zee van zwarte hoofden met hier en daar wat grijs. Boerenkoppen, ruig, verweerd, mannen met holle wangen met stoppels. Het leven in Artasjad is geen vetpot. Een sceptisch publiek. Presidentskandidaat Robert Kotsjarian, de held van Karabach, de man die die Armeense enclave in Azerbajdzjan vrij vocht van de Azeri tot hij vorig jaar premier van Armenië werd, mag populair zijn, daarvan is hier in dit kale dorp op de vlakte weinig te merken. Een enkeling zwaait met het rood-blauw-oranje, de nationale driekleur en het publiek doet er op deze bijeenkomst voortdurend het zwijgen toe.

De held van Karabach is een frêle man met een mager gezicht en dunnend zwart haar dat hier en daar al grijs dreigt te worden. Zijn keurigheid en zijn blauwe pak misstaan in dit stadje. “Mijn dierbaar volk”, noemt hij zijn toehoorders. Hij somt op wat hij het afgelopen jaar voor dat dierbare volk heeft gedaan, als premier. Alle grote staatsproblemen heeft hij onder handen gehad. “Mijn programma is alles wat voor het volk belangrijk is”, zegt Robert Kotsjarian. “Er is geen punt waarvoor ik geen oplossing weet.” Extra banen, dat is zijn eerste prioriteit, er moet een horlogefabriek komen, hij heeft al contact met de Zwitsers gehad.

In de hoofdstad Jerevan is van verkiezingen niets te merken. Geen optochten, geen rumoer, geen propaganda. Hier en daar een affiche, formaat A4, met het hoofd van Karen Demirtsjan, van 1974 tot 1988 partijchef van Armenië en Kotsjarians belangrijkste rivaal. In de kranten doen de kandidaten hun zegje. Het zijn clichés, oppervlakkigheden. Inhoud ontbreekt. We moeten samen bouwen aan de toekomst, zegt Robert Kotsjarian in zo'n krant. Vazgen Manoekian, derde in de peilingen, de man die jarenlang de oppositie tegen president Ter-Petrosjan heeft aangevoerd maar die oppositie uiteindelijk niet bijeen wist te houden, meldt dat “Armenië alleen toekomst heeft als we de baas zijn in eigen land”. Hij belooft een vertienvoudiging van de lonen. Paroeir Hairikian, eveneens een opposant en in Sovjet-tijden een bekende dissident, zegt dat de president van Armenië hoe dan ook in God moet geloven. “Hij moet een christianocraat zijn.” Karen Demirtsjan zegt dat “alles goed komt als we hoop en geloof niet verliezen”. “We hebben geen werk omdat we geen arbeidsplaatsen hebben”, weet hij nog te melden.

“Alle kandidaten willen hetzelfde: brood, democratie en Karabach”, zegt spottend Hagop Avedikian, hoofdredacteur van Azg (natie) een onafhankelijke krant - de tweede krant van het land, al is de oplage met 6.500 exemplaren per dag wel heel bescheiden. Avedikian is een forse grijze man met een vlezig gezicht, een teruggekeerd lid van de Diaspora: hij was hoofdredacteur van een Libanese krant, kwam in 1990 naar Jerevan voor een reportage en is nooit meer weg gegaan.

De Armeniërs, zegt hij, zijn moe en ziek van beloften, van leuzen, van programma's. “Hier tellen alleen persoonlijkheden, geen programma's, daarvan hebben ze er de afgelopen jaren te veel gezien. De mensen hier hebben gezien hoe de democratie werd misbruikt. Armenië is altijd een kolonie geweest, van Rusland, van Perzië, van Turkije. Democratische tradities ontbreken. En ook Levon Ter-Petrosian was geen democraat. De presidentsverkiezingen van 1996, waarin hij Manoekian versloeg, werden vervalst. Soldaten moesten en bloc op hem stemmen, en niet één maar drie keer. Zo won hij. Het is hier zoals Stalin zei: belangrijk is niet het stemmen, belangrijk is alleen het tellen van de stemmen.”

Bovendien, zegt Avedikian, de campagne is te kort geweest. Ter-Petrosian, de man die Armenië sinds de onafhankelijkheid van 1991 heeft geleid, struikelde in januari onverwachts over de concessies die hij in de kwestie-Karabach had gedaan. “De drie belangrijkste kandidaten zijn bekend, Kotsjarian, Manoukian en Demirtsjan. De anderen zijn het nauwelijks en in twee maanden hebben ze zich niet fatsoenlijk kunnen presenteren.”

Wie wint is vooralsnog onduidelijk. “We hebben geleerd het onverwachte te verwachten”, zegt Avedikian. “We verwachten alleen maar verrassingen.” Eén van die verrassingen was de razendsnelle opkomst van Karen Demirtsjan, de vroegere partijchef, de patriarch van Jerevan. Tien jaar is hij weg geweest uit de openbaarheid, maar hij is vanuit het niets opeens een van de favorieten. Demirtsjan is een oude communist, grijs, oud en bijna doof. Maar, zo heeft hij gezegd, “Beethoven schreef zijn mooiste werken ook toen hij doof was”. De plotselinge populariteit van Demirtsjan wordt verklaard uit de nostalgie van de Armeniërs naar het stabiele verleden. “Toen Demirtsjan onze leider was, lagen de winkels vol en kwamen de mensen uit Azerbajdzjan naar Jerevan om boter en kaas te kopen”, zegt een vrouw op de markt van Jerevan. Nu zijn boter en kaas onbetaalbaar, zoals alles onbetaalbaar is voor mensen die moeten rondkomen van gemiddeld 40 gulden per maand. Bejaarden krijgen 12 gulden in de maand - maar moeten voor een kilo tomaten wel 1.800 dram (7 gulden) betalen en voor een kilo kip 950 dram (bijna 4 gulden). De onafhankelijkheid heeft niets dan ellende gebracht. Aan de grens woedde de oorlog om Karabach, de grenzen met Turkije en Azerbajdzjan zijn al jaren gesloten, spaargeld is door inflatie verdwenen, 40 procent is werkloos, de industrie draait niet meer, de landbouw is ingestort, de corruptie is wurgend, Armenië is door de buitenwereld vergeten, en zonder de hulp van de Armeense Diaspora zouden de Armeniërs letterlijk verhongeren.

“In die situatie stemmen mensen niet met hun hersens, maar met hun hart”, zegt Hagop Avedikian. “En Demirtsjan symboliseert nu eenmaal tijden waarin het relatief goed ging. Of hij iets van de markteconomie of de democratie snapt, weet niemand en het interesseert ook niemand. Hij is tien jaar directeur geweest van Armelektromasjien, één van de grootste fabrieken hier. Daar werkten vroeger 12.000 arbeiders. Nu werken er nog maar 3.000. Maar de mensen redeneren: de fabriek draait tenminste nog, terwijl alle andere fabrieken zijn gesloten.”

Bovendien, zegt Avedikian, weet Demirtsjan met mensen om te gaan. “Hij zal bij een toespraak nooit direct naar de microfoon lopen - eerst mengt hij zich onder de mensen, maakt grapjes. Laatst stond een jongeman op, die hem toeriep: de noten zijn te duur en slecht zijn ze ook. Waarop Demirtsjan terug riep: je bent nog te jong om noten te eten. Noten gelden hier als goed voor de potentie. Met zo'n antwoord heeft Demirtsjan de lachers op zijn hand.”

En Robert Kotsjarian, de premier, de man die Ter-Petrosian ten val bracht, de held die Karabach vrij vocht? Kotsjarian geldt als serieus, zegt Avedikian. Iedereen respecteert hem. Iedereen weet dat hij doet wat hij zegt. “Maar hij wordt niet vertrouwd, wegens zijn wortels in Karabach. Armenië is een land vol lokaal patriottisme. Een Armeniër uit Jerevan voelt zich in Goemri in het noorden in een ander land en omgekeerd. Men verdenkt Kotsjarian ervan als president overal mannetjes uit Karabach neer te zetten. Dat heeft hij als premier niet gedaan, maar toch bestaat de verdenking. En vergeet niet: Demirtsjan komt uit Jerevan. En een derde van alle Armeniërs woont in Jerevan.”

Volgens de jongste peiling kan Demirtsjan rekenen op rond 32 procent, Kotsjarian op 25 procent en Manoekian op 15 procent. Maar 36 procent weet nog niet wat te stemmen. Zij zullen de doorslag geven. Zij en de kandidaten die in de eerste ronde van maandag worden uitgeschakeld en die in de tweede ronde, twee weken later, één van de beide resterende rivalen zullen steunen.

De mensen stemmen met hun hart en niet met hun hersens. “Niemand verwacht verbetering”, zegt Hagop Avedikian. “Maar de mensen die op Demirtsjan stemmen denken dat hij kan vasthouden wat we hebben. Die begrijpen niet dat we niets meer hebben om vast te houden.”