Adieu

Een zonnekind op ijs: het was zo mooi.

Thialf, Hamar, Davos, Sneek, de dakgoten konden uit de daken vriezen, hij bleef van de Caraïben. Van de samba en de salsa. Geblakerd op weidse stranden, de geur van olijfolie, Piz Buin-crème op het gezicht. Sneeuw kende hij alleen van ansichtkaarten. En uit de brieven van zijn moeder. Het hele leven on the rocks.

Falko Zandstra.

Zijn naam alleen al was een zomerhit. Ritsma, Romme en Veldkamp hebben een cirkelband van ijs om zich heen. Ze breken er niet doorheen. Niet in de kerk, niet in het bed, niet in een Porsche. Hun schaduw schaatst voor hen uit, ook bij 35 graden in de schaduw. Zij blijven gekromd naar noren, zelfs in een Sanex-bad. Pas later, over een jaar of vijftig, zullen ze tegen elkaar zeggen: nooit geweten dat dooi zo'n smerige troep was.

Zandstra zat te chique in het vlees om alleen maar schaatser te zijn. Hij was gestempeld door een Club Med-achtige facelift: sport als etalage van welgedaanheid, van nieuw geld vooral. Un homme du monde. Ontstegen aan de spruitjeslucht van boeren, burgers en buitenlui. Een prooi voor meisjes die gekleed worden door Ralph Lauren.

Hij stopt met schaatsen.

Het missen van het startbewijs voor het WK-allround in Heerenveen heeft hem de moed ontnomen nog langer in competitie te blijven. De daaropvolgende mededeling dat zijn sponsor het voor gezien hield, deed de deur helemaal dicht.

Ook al waren de prestaties van Zandstra de laatste tijd niet denderend, Nederland verliest een groot kampioen. Een metafoor zelfs. Zijn wereldtitel in 1993 in Hamar was een exploot buiten categorie. De consumptie van het succes was nog mooier. Ik heb Willem-Alexander in Atlanta zien buitelen als water op de rotsen. Maar toen, in Hamar, ging het verder: na de triomf van Zandstra wilde de kroonprins in de huid van de Jouster kruipen. Hij wilde Falko zijn, of op z'n minst zijn evenbeeld.

Dat wilden er wel meer. Zandstra was een van de zeldzame topsporters met de wervingskracht van een popster. Een jongen als Danny Blind heeft het respect van de natie. Neutrale liefde. Ronald de Boer weekt al meer identificatielust los, maar zal door de horden niet besprongen worden voor een haarlok. Zandstra wilde je aanraken, voelen, kussen. Slapen met zijn zweetbandje - daar kon geen clitoris tegenop, nietwaar dames?

Twee jaar geleden werd hij uit de kernploeg verwijderd. Een mokerslag kwam neer op een jonge god. Schaatsen in naam van de roos, was er niet meer bij. Hij scharrelde nu op het ijs. Ik voel nog die pijn die ik ook voelde toen Miguel Indurain met de tong zwaar uit de mond zijn ondergang tegemoet fietste. Falko zelf bleef van de Caraïben: stralend, vrolijk, tot onder de tenen gebruind. Het volk bleef met een doodschreeuw zijn naam scanderen. Hij was nog steeds ongenaakbaar voor de cirkelzaag van verlies en succes, voor de spiraal van roem en vernedering. Zandstra bleef cult.

Deze zomer is het allemaal voorbij. De 26-jarige moet verder zonder de sirene van Thialf in de nek. Hij gaat een bedrijfje opstarten. Dat is jammer. Voor het weer winter wordt is hij niet meer van de zon, van het water, van Piz Buin. Hij is dan van de bank en waarschijnlijk binnen de kortste keren verleased tot op het bot. Het open jongensgezicht zal dichttrekken. Nog zal hij blijven lachen, maar nu uit een nevel.

Coach van de vrouwen, zou dat niet beter zijn? Wat Van Poppel - die hark - in het wielrennen kan, is Zandstra zeker toevertrouwd. Als geen ander zou hij Marianne Timmer van dat provinciaalse gestotter afhelpen. Hij zou de underdog in haar doden. Haar rijp maken voor een glanzend optreden in de reclamespot van Piz Buin. De meisjes zouden uit hun achterbaks gekonkel treden en weer een groep vormen. Tot ver na de Olympische Spelen. Want Zandstra spreekt de taal van vuur.

Ik zie hem nu sputteren op de snelweg Zwolle-Heerenveen. De koffer volgeladen met versgebakken badtegeltjes. Hilversum 3 als behang. Hij praat in zichzelf. Wegwaaiend gemompel over erosievrije, wachterdichte, makkelijk afwasbare steentjes. En over BTW.

Ik hoor mezelf janken.