3.000 Jaar oud dorp met maïs-terrassen gevonden in Mexico

Het tijdstip waarop de landbouw in Amerika begon is de afgelopen decennia nogal heen en weer geschoten. In de jaren zestig werd op grond van C-datering van de aardlaag waarin gedomesticeerde pompoenzaden werden gevonden het begin van de landbouw op 10.000 jaar geleden gesteld, dus ongeveer gelijktijdig met het ontstaan van de eerste landbouw in Mesopotamië.

De vroegste Euraziatische landbouw wordt overigens veel intensiever onderzocht dan de Amerikaanse. In 1989 leverde de C-datering van Mexicaanse pompoenzaden een veel jongere datering op: 4.700 jaar geleden zou de landbouw begonnen zijn. Daarmee had de oudere datering voor veel archeologen afgedaan. Maar vorig jaar publiceerde de archeoloog B.D. Smith van het Smitsonian Institute een C-datering van Mexicaanse pompoenzaden als 10.000 jaar oud - een verrassing, want Smith had verwacht een datering van 5.000 jaar oud te vinden (Science, 9 mei 1997). Daarmee werd de wereldwijde gelijktijdigheid van het ontstaan van landbouw weer enigszins hersteld, zij het dat Smith sterk de nadruk legt op het feit dat in Mexico pas 6.000 jaar na de eerste domesticatie echte landbouwdorpen ontstonden. In het Midden-Oosten duurde het ongeveer 3.000 jaar voordat landbouw zo'n belangrijke bijdrage leverde aan het dieet dat er gesproken kan worden van landbouwdorpen. De overgang van een jagers-verzamelaarssamenleving naar landbouwgemeenschap leek dus per regio verschillend.

In de Science van deze week (13 maart 1998) wordt die hypothese versterkt met de beschreven vondst van een dorp met landbouwterrassen van 3.000 jaar oud, in Cerro Juanaqueña, Noord-West Mexico. Bouw van de terrassen, waarop maïs werd gekweekt, moet ten minste zo'n 16 manjaren aan arbeid hebben gekost. Zo'n arbeidsintensieve landbouw werd in dit gebied nog niet eerder gevonden. Iets noordelijker dan Cerro Juanaqueña werd zover bekend pas 1000 jaar later maïs verbouwd, en dan nog vanuit zeer eenvoudige, tijdelijke dorpjes. B.D. Smith schrijft in een commentaar bij het artikel dat deze vondst goed past in zijn theorie dat er een soms zeer langdurige overgangsperiode bestaat, per regio verschillend, tussen de eerste doelbewuste exploitatie van planten en de daadwerkelijke vestiging van een op landbouw gebaseerde samenleving. “Hoewel er voortdurend wordt geprobeerd om eenvoudige mondiale verklaringen te vinden voor de ontwikkeling van de landbouw (zoals klimaatveranderingen, bevolkingsdruk, El Niño of de behoefte aan 'feestvoedsel'), wordt het steeds duidelijker dat samenlevingen in verschillenden delen van de wereld verschillende ontwikkelingspaden volgden naar landbouw”, aldus Smith.