21.033 gulden van Aegon

Een mooie brief van Aegon ontvangen. In het briefhoofd staat naast mijn naam, maar in veel grotere letters: 'ontvang al over drie jaar 21.033 gulden'. De brief legt uit dat ik daarvoor drie jaar lang iedere maand 250 gulden moet betalen voor speculaties op de beurs, maar dat bedrag is geheel aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als betaalde rente.

In dit plan van Aegon worden aandelen namelijk niet gekocht maar gehuurd. Maar wat een huurauto kan overkomen, is ook mogelijk bij een gehuurd aandeel: een crash. Daarover schrijft Aegon in de bijgevoegde folder dat ik dan met een schuld blijf zitten ter hoogte van het verschil tussen het bedrag van 37.500 gulden waarvoor ik aandelen bij Aegon kan huren en de misschien wel veel lagere waarde van diezelfde aandelen na drie jaar. Als de beurs bijvoorbeeld daalt met 44 procent (dat gebeurde in Japan in 1990), dan moet ik bij Aegon een schuld gaan aflossen van meer dan 16.000 gulden.

Aegon schrijft daar over: “U krijgt van ons de garantie dat u uw contract altijd kunt verlengen in afwachting van betere tijden.” Dat is dan waarschijnlijk tegen dezelfde rente van 15 procent per jaar die nu ook in rekening wordt gebracht. Als de beurs meer dan 50 procent daalt (zoals in de VS in 1973 en 1974) zit ik over drie jaar met een schuld aan Aegon van 20.000 gulden.

Zulke rekenvoorbeelden staan niet in de brief en de folder van Aegon, maar zijn toch niet onbelangrijk, omdat ik de nare cijfers ontleen aan feitelijke ervaringen op grote buitenlandse beurzen. Wat daar is gebeurd, kan hier niet bij voorbaat worden uitgesloten.

De rekenvoorbeelden in de brief van Aegon behandelen tien verschillende gunstige scenario's en precies één niet-zo-gunstig scenario waarbij de koersen op de Amsterdamse beurs over drie jaar met in totaal 6 procent dalen. Sinds 1960 zijn de koersen in Amsterdam in zeven verschillende jaren gedaald met méér dan 6 procent, vaak zelfs met aanzienlijk meer. Daarom is het echt niet overdreven om serieus rekening te houden met een scherpe daling in de koersen, alvorens op het aanbod van Aegon in te gaan.

De 21.033 gulden die zo nadrukkelijk wordt beloofd in briefhoofd, folder en advertenties is berekend onder de veronderstelling dat de koersen ook de komende jaren stijgen met 16 procent per jaar. Aegon vermeldt dat zo'n jaarlijkse koersstijging behaald is 'over de laatste vijf periodes van drie jaar', maar dat is een wat glibberige formulering omdat het dan gaat om overlappende perioden. In feite kijkt Aegon dus niet meer dan zeven jaar terug in de geschiedenis om die uitspraak te onderbouwen.

Het wordt dus allemaal wel erg rooskleurig voorgesteld met onderbelichting van de zeer aanzienlijke risico's van dit nieuwe beleggingsproduct. Wie meent dat de beurs met 16 procent gaat stijgen kan veel beter nu voor 8.000 gulden call opties kopen op Koninklijke Olie met een uitoefenprijs van 130 gulden in oktober 2001. Verwachte opbrengst bij 16 procent koersstijging per jaar: 21.473 gulden (meer dan Aegon) zonder enig neerwaarts risico. Kosten: 8.000 gulden en dat is minder dan de 9.000 gulden verspreid over drie jaar bij Aegon.

In andere landen, bijvoorbeeld het vrije, kapitalistische Amerika, is het verboden om bij aandelenproducten in de propaganda te vermelden wat de verwachte winst zal zijn. Zo'n verbod is verstandig, want als Aegon vandaag 21.033 gulden belooft kan morgen een concurrent gaan adverteren met een even willekeurig, maar nog hoger bedrag, en dan geldt: the sky is the limit.

Het is zuiverder om te benadrukken dat beleggen in aandelen in alle gevallen al anders is dan sparen, omdat de beurs immers ook langdurig kan dalen. Percentages of bedragen wekken ten onrechte de indruk dat de beurs voorspelbaar is, maar dat is niet het geval. Op 2 januari 1990 moeten alle Japanse aandelen in handen zijn geweest van beleggers die meenden dat de beurs in Tokio dat jaar zou stijgen, want anders hadden zij beter hun bezit op oudejaarsavond kunnen verkopen en de opbrengst ergens veilig stallen.

Het feit dat alle aandelen vrijwillig worden aangehouden door beleggers, in combinatie met het historische gegeven dat de beurs soms lelijk kan dalen, moet logisch betekenen dat de gemiddelde belegger niet in staat is om dalingen van de koersen te voorzien. En ongetwijfeld zijn de aandelenbeleggers bij Aegon heel deskundig, maar eerlijk gezegd hebben zij de laatste drie jaar het iets minder goed gedaan dan het gemiddelde.

Het zou me trouwens verbazen wanneer Jan Overmeer, hoofd aandelenbeleggingen van Aegon, geheel gelukkig is met de uitspraak van zijn marketing managers, dat 16 procent per jaar de beste prognose is voor de toekomstige stijging van de beurs.

Veel van zijn professionele collega's houden rekening met lagere groeivoeten en zien de grote koerswinsten van de laatste jaren meer als een eenmalige aanpassing van het koersniveau aan de gunstige combinatie van een lage inflatie, nieuwe kansen en mogelijkheden in de wereldhandel, en de triomf van het vrijemarktdenken.

Dat zijn belangrijke, maar eenmalige gebeurtenissen die de koersen tillen naar een hoger plateau, zonder de jaarlijkse groeivoet permanent op te krikken.

De enthousiaste propaganda van Aegon is toegestaan omdat hier in Nederland de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) geen strenge regels stelt aan de voorlichting. Het huren van aandelen zonder bescherming tegen een lagere beurs is uitermate riskant, maar de reclame valt helaas niet onder de regels van De Nederlandsche Bank voor beleggingsfondsen.

Wat Aegon aanbiedt is namelijk geen beleggingsfonds, maar een huurovereenkomst. Wat we dus zien is dat aanbieders van beleggingsfondsen zoals ABN Amro of Robeco geen schijnbeloften doen in hun reclame en zich conformeren aan regels van De Nederlandsche Bank, terwijl Aegon het veel griezeliger huren van aandelen mag aanprijzen met tot op de gulden berekende opbrengsten over drie jaar.

Daarom hoop ik dat één instantie de bevoegdheid krijgt om reclame voor alle beleggingsproducten, inclusief het huren van aandelen, te toetsen aan een uniforme set regels.

Gelijke spelregels voor alle financiële informatie: dan komt eindelijk ook in Nederland een level playing field, en blijven misschien sommige consumenten verre van financiële avonturen die ze zich beter niet kunnen permitteren.