Wilhelmina

In zijn deftige bespreking van Cees Fasseurs biografie over koningin Wilhelmina gaat prof.dr. H.L. Wesseling voorbij aan twee zaken, die eigenlijk de kern vormen van het boek. Misschien komt dat omdat Wesselings column niet zozeer gericht lijkt tot de lezers van deze krant, maar meer tot kroonprins Willem-Alexander.

Zoals u zich misschien nog herinnert, heeft de kroonprins zijn doctoraal gedaan bij Wesseling. De daarbij behorende doctoraalscriptie is nimmer gepubliceerd en waarschijnlijk niet zonder reden. Het stukje van Wesseling - 'zonder toewijding en bekwaamheid zou de monarchie niet lang leven' - kan daarom zeer wel gelezen worden als een indirect adres aan de kroonprins om beter zijn best te doen. Dat gedoe met het IOC, lijkt Wesseling in bedekte termen te zeggen, dat moet maar eens afgelopen wezen. Het wordt nu tijd om serieus aan de slag te gaan. En zie, het werkte, want het is heus geen toeval dat nog geen uur na het verschijnen van Wesselings stukje de kroonprins helemaal vanuit Brasilia liet weten dat hij binnenkort een verantwoordelijke functie zal aanvaarden in het watermanagement!

Maar nu de twee zaken die prof.dr. H.L. Wesseling volkomen over het hoofd heeft gezien. Allereerst vergeet de professor te vermelden dat het boek van zijn collega een geweldig boek is. Ik weet niet wat er in Fasseur is gevaren. Zijn twee vorige boeken over indologen en Indischgasten waren kloeke en leerzame delen, maar zij halen het in de verste verte niet bij deze biografie over koningin Wilhelmina. Het heeft Fasseur ontegenzeglijk goed gedaan dat hij nu eens niet hoefde te schrijven over zijn eigen specialiteit: het droevige lot van de Indische ambtenaar. Fasseur moet zich bevrijd hebben gevoeld. Het schrijfplezier spat uit alle pagina's en werkt hoogst aanstekelijk op de lezer.

Daarmee komen wij aan de tweede zaak die Wesseling over het hoofd heeft gezien. Ik weet het, Fasseur zal de eerste zijn om het te ontkennen, maar Wilhelmina de Jonge Koningin is geschreven op het hier wel zeer dunne koord van de ironie. Met het oog op zijn onderwerp zie je Fasseur balanceren, eerst nog tastend en herstellend, maar allengs met een werkelijk superieur gemak. Wat tweehonderd columns van Freek de Jonge nooit bij mij teweeg hebben gebracht, veroorzaakt Fasseur bijna op elk van zijn 647 pagina's: de lach.

En dan gaat het ook nog om verschillende soorten lach. De glimlach, de grimlach, de schaterlach, zij springen uit het boek tevoorschijn als spermatozoïden in de ochtendzon. Maar het vreemde is dat Wilhelmina, helemaal beschreven als vertegenwoordigster van een klasse waarin het nog normaal is om in Oostenrijk op berenjacht te gaan, volkomen overeind blijft. Ondanks het voortdurend aanwezige surrealisme waarmee de monarchie gepaard gaat, stijgt Wilhelmina in de tekening van Fasseur uit tot een indrukwekkende figuur waarvoor je langzaam bewondering gaat krijgen.

Er zijn vele hoogtepunten in dit boek, maar de zorgvuldig door Emma voorbereide uithuwelijking van Wilhelmina aan een prins in het duistere jachtoord Mecklenburg zal mij het meest bijblijven. Ook treffend is de beschrijving van het bezoek van Troelstra aan Wilhelmina. Ongemakkelijk zittend, omdat de te nauwe broek van zijn smoking gescheurd is, verdedigt Troelstra met vuur zijn beslissing om geen regeringsverantwoordelijkheid te nemen.

Erg mooi zijn ook de beschrijvingen die Fasseur wijdt aan de hobbezakachtige kleding van koningin Wilhelmina. Die massieve gestalte heeft Wilhelmina gekregen omdat zij het altijd koud had. Op Het Loo tochtte het namelijk vreselijk, wat in die tijd trouwens toch het probleem was op al die kastelen en paleizen. Om nu het hoofd te bieden aan de immer dreigende verkoudheid, trokken koningen en keizers uit die dagen twee, soms drie borstrokken over elkaar aan.

In 1914 werd Wilhelmina door een Engels modeblad uitgeroepen tot de slechtst geklede koningin van Europa. Dat de stad Amsterdam een standbeeld van Wilhelmina pontificaal heeft geplaatst in wat vroeger het Confectiecentrum heette en tegenwoordig het World Fashion Centre, zegt alles over de specifieke relatie van Nederland tot de monarchie. Het beeld kijkt uit op: 'Bloemenboetiek André'.