Wenen herdenkt Sisi, niet 1848

“Mag dat wel?” vroeg de zwakzinnige keizer Ferdinand toen op 13 maart 1848 rellen uitbraken in Wenen. Honderdvijftig jaar later is Oostenrijk meer geïnteresseerd in het ongelukkige leven van keizerin 'Sisi' dan in de mislukte revolutie. Onze redacteuren blikken dit jaar terug op de revolutionaire gebeurtenissen van 1848.

WENEN, 13 MAART. “De ironie van de geschiedenis - vandaag willen de Midden-Europese landen niets liever dan bij het Verenigd Europa horen en een niet onbelangrijk deel van hun autonomie afstaan. In 1848 wilden ze juist de nationale weg gaan en was de grootst mogelijke autonomie het doel.” Historicus Helmut Rumpler vertelt over een revolutiecongres dat zojuist in Wenen plaatshad en waar soms nogal heftig werd gediscussieerd. “Als vanouds waren de Tsjechen en Slowaken het niet met hun Hongaarse collega's eens. Alleen de Sloveense historicus probeerde de revolutiemythe door te prikken. Hij citeerde een dichter uit zijn land die al dertig jaar geleden had gezegd dat 1848 een val was geweest voor de volkeren in Midden-Europa en dat deze val het nationalisme was.”

Anders dan in Frankrijk was de revolutie van 1848 in de Habsburgse monarchie niet alleen een 'sociale' maar ook een 'nationale' kwestie: het conflict tussen de diverse nationaliteiten deed het keizerrijk op zijn grondvesten schudden. Toch zijn de herdenkingsfestiviteiten bescheiden. Oostenrijk is veel te gefixeerd op het vorige fin de siècle (toen Freud en Wittgenstein de basis legden voor de twintigste-eeuwse cultuur) om werkelijk voor een andere periode warm te lopen. Bovendien is het precies honderd jaar geleden dat keizerin Elisabeth van Oostenrijk werd vermoord door een anarchist en daarom is 1998 tot Sisi-jaar uitgeroepen. Daar kan geen revolutie tegen op en zo blijft het bij een korte Festakt in het parlement, een tentoonstelling in het gebouw waar vroeger het ministerie van Oorlog was gehuisvest (en waar nu een bank in zit) en een paar feestelijke partijbijeenkomsten. Voor een originele noot zorgde de extreem-rechtse Jörg Haider. Hij verklaarde de legitieme erfgenaam van de boerenbevrijder Hans Kudlich te zijn en vergeleek de huidige situatie met die van 1848. “Metternich leeft weer, hij heeft vele gezichten”, riep Haider tegen zijn aanhangers die in de Hofburg met hem feest vierden.

Metternich, die meer nog dan andere staatslieden geloofde dat alles bij het oude moest blijven, werd door de revolutie verrast. Ondanks zijn netwerk van spionnen en verklikkers die alles en iedereen observeerden, had hij de situatie onderschat. Hij had het zo druk met de buitenlandse politiek dat hem bovendien was ontgaan dat de 'hofpartij', zoals de keizerlijke familie werd genoemd, zich van hem had afgekeerd. Alleen aartshertogin Sophie - het machtigste familielid - intrigeerde niet tegen hem. Sophie, die later als gruwelijke schoonmoeder van de lieftallige Sisi de geschiedenis zou ingaan, was wel een voorstander van gematigde hervormingen. De burgerij was op haar beurt bereid de eisen te matigen, maar de studenten namen daar geen genoegen mee en organiseerden een protestdemonstratie op 13 maart. De soldaten schoten op de ongewapende demonstranten en toen verspreidde het oproer zich snel. In de voorsteden gingen bovendien georganiseerde arbeiders er toe over geconcentreerd en systematisch machines te vernietigen omdat zij deze als bedreiging voor hun werk zagen. Metternich trad af en vluchtte naar Engeland. De zwakzinnige keizer Ferdinand, die bij het uitbreken van de rellen nog verbaasd had gevraagd “Mag dat wel”, beloofde hervormingen en de rust keerde terug. Maar niet voor lang. De hervormingsvoorstellen bleken nogal mager. Bovendien waren intussen ook de revolutionairen verdeeld geraakt. De liberalen maakten zich zorgen om het behoud van de monarchie.

Ze wilden wel een beetje vrijheid maar vreesden de arbeiders meer dan de keizer. Naast de sociale kloof werd ook de nationale kwestie steeds urgenter. Zo kon de vraag in welke taal de constituerende rijksdag besluiten zou moeten nemen, bij gebrek aan eensgezindheid niet bevredigend worden beantwoord. De enige verworvenheid van deze korte democratische fase - de bevrijding van de boeren - verzwakte de revolutie verder want de boeren trokken zich na het bereiken van hun doelstelling terug. Nu stonden conservatieven en liberalen samen tegenover de democratische oppositie. De democraten zochten daarom steun bij Polen en Hongaren. Leidende revolutionairen kwamen naar Wenen om daar 'de laatste grote beslissende slag' in hun voordeel te beslechten. Ook Karl Marx kwam, net als afgevaardigden van het 'revolutionaire' Duitse parlement in Frankfurt. De 'Hongaarse kwestie' zorgde in de laatste fase nog voor verdeeldheid. De Slaven vreesden de Hongaarse dominantie meer dan de Oostenrijkse, maar de Weense bevolking steunde de Hongaren. Toen bekend werd dat de keizer troepen naar Boedapest wilde sturen, werd het ministerie van Oorlog bestormd en de minister, graaf Latour, gelyncht. Dat was de aanleiding waarop het keizerlijke leger had gewacht. Na acht dagen belegering gaf Wenen zich over. De executies werden nog in naam van Ferdinand uitgevoerd maar daarna werd de achttienjarige Franz Joseph I tot keizer gekroond.

Het is eveneens de ironie van de geschiedenis dat Franz Joseph, de neo-absolutistische vorst, met een Duitse prinses trouwde die de monarchie verafschuwde. Hoe republikeins gezind de keizerin van Oostenrijk was, werd pas dit jaar duidelijk. Elisabeth had documenten in Zwitserland in bewaring gegeven die nu pas werden vrijgegeven. Nadat Sisi-biografe Brigitte Hamann het materiaal had gezien, wist ze ook waarom. “Natuurlijk wisten wij dat Sisi liberaal was en het hof minachtte maar haar politieke ideeën waren veel verder ontwikkeld dan werd aangenomen. Zij was niet alleen liberaal maar ook werkelijk republikeins. Ze haatte de adel.” Maar Elisabeth is niet door haar politieke ideeën beroemd geworden. Haar mythe is gebaseerd op schoonheid en tragiek (ze leed aan anorexia, had een harteloze schoonmoeder en haar zoon, kroonprins Rudolf, maakte een einde aan zijn leven). Oostenrijk zal de herinnering aan haar celebreren zolang de rest van de wereld er op af blijft komen. In vergelijking daarmee vinden Oostenrijkers 1848 maar een voetnoot in hun geschiedenis.