Wachten op de doorbraak

Trifling Work' met werk van: Bob and Roberta Smith, Jane Bendix, Martin Walde, Voebe de Gruyter en David Burrows t/m 29 maart in W139, Warmoesstraat 139, Amsterdam. Wo t/m zo 13-19u. Website WWW.XS4ALL.NL/NÑW139.

'2000 jaar onzekerheid' met werk van Gerda ten Thije, Grootendorst & Van den Berg, Rinke Nijburg, Aafke Bennema en Puck Willaarts t/m 29 maart in De Veemvloer. Wo t/m za 13-18u.

'Dat wordt goed man! 'Jonge kunst, jonge curatoren' met werk van Bas Louter, Joep van Liefland, Ellen Ligteringen, Maziar Afrassiabi en Mike Bonsen t/m 5 april in Begane Grond, Lange Nieuwstraat 2, Utrecht. Wo t/m za 12-17u. en zo 13-17u.

Nu het afgelopen lijkt met nieuwe stijlontwikkelingen in de kunst is er voor kunstenaars ook geen reden meer om in groepsverband naar buiten te treden. De schilders Domburg, Klashorst en Van Hall, als groep 'After Nature' inmiddels ontbonden, gaven de onmogelijkheid al aan. Zij hadden in Paul Groot nog een echte eigen huisfilosoof - net als de Cubisten met Apollinaire of de Surrealisten met André Breton - maar dat kon natuurlijk niet zonder ironie gebeuren; ook klonk er een romantisch verlangen naar de tijden van weleer in door.

Toch is de groepskunstenaar geen verdwijnend fenomeen. Tentoonstellingen met pakkende titels, die zijn samengesteld door 'curators' en waaraan minstens vier tot hooguit twaalf kunstenaars meedoen, zijn schering en inslag.

De groepskunstenaar van vandaag bestaat echter tot de sluitingsdatum van een tentoonstelling. De groepskunstenaar is meestal jong, wacht op het moment dat hij als solist kan doorbreken en heeft op de meest uiteenlopende thema's altijd een passend kunstwerk paraat. De beste thermometer voor de stand van zaken vormen dan ook de groepstentoonstellingen met onbekende of slechts halfbekende namen, te zien in de niet-commerciële kunstinstellingen. Op dit moment zijn verschillende van dit soort exposities te zien: Dat wordt goed man! - Jonge kunst, jonge curatoren in De Begane Grond in Utrecht en in Amsterdam in W139 Trifling Work en in De Veemvloer 2000 jaar onzekerheid. Drie tentoonstellingen met elk vijf deelnemers.

Bij Dat wordt goed man! gaat het om een groep deels debuterende Utrechtse kunstenaars die elkaar van tevoren slechts half en half kenden. De folder - ontwerp 178 - is in ieder geval veelbelovend vormgegeven met Techno-Lego. H. Frings, de curator (samen met Maaike Wijdeven): “Wat hen bindt? Totale gekte. Het ziet er lekker trashy uit.” Hier is de tentoongestelde kunst inderdaad gemaakt van afvalmateriaal en ook ontbreekt de zo langzamerhand op elke tentoonstelling aanwezige filmloop niet. Heeft U een oude projector op zolder: geef hem aan een kunstenaar. Mike Bonsen projecteert tegelijkertijd maar liefst negen 8mm filmpjes onder, naast en boven elkaar; een lappendeken van bewegende jeugdherinneringen, geprojecteerd in een kleine zaal vol blauwe ballonnen. Zijn loops blijven, zoals wel vaker het geval is, steken in inwisselbare autobiografie.

Als we van iemand uit dit vijftal meer zullen horen is dat hopelijk Bas Louter. Zijn muur- en plafondschildering, waarin hij dierfiguren 'uitrekt' tot lange banen, die zijn weergegeven met allerlei soorten plakband en getekende en geschilderde lijnen, maken de sterkste indruk.

Bij W139 hangt boven de voordeur in de Warmoesstraat de tekst 'Make Art Not War' van Bob and Roberta Smith (een Londenaar met zijn vrouwelijke alter ego). In een videopresentatie zien we hem met stevige bakkebaard en ongepolijste stem opgewonden als een schoolmeester oreren: 'Making art is the best thing a young man or woman can do! Enjoy the making of art!' Hij pakt een vel papier en maakt met een stuk houtskool strelende bewegingen 'nice and slow' om vervolgens wild dwars door het papier te steken '... not like this...'. Verderop in de tentoonstelling, die als titel Trifting Work draagt maar volgens samensteller Theo Tegelaers van W139 misschien beter 'Killing Time' had kunnen heten, volgen twee grote tekstborden met grote gekleurde letters die Smith 'Idiot board's' noemt. De aardigste, 'Red idiot board' gaat over Yoko Ono die de Beatles-single 'She loves you' als kerstcadeau aan Joseph Beuys geeft, die het plaatje op zijn beurt weer cadeau doet aan John Lennon met de notitie 'and you can have her mate'. De meest indrukwekkende bijdrage komt van de Deense Jane Bendix. Twee diaprojectoren laten haar prachtig geboetseerde poppetjes zien die razend knap van uitdrukking zijn. We horen afwisselend Gregoriaanse muziek, stadiongeluiden en troubadourmuziek bij haar dramatische ensceneringen, waarbij ze zowel uitging van een schilderij van Giotto als houdingen van voetballer Frank de Boer.

Zwembadscènes

Van de Oostenrijker Martin Walde liggen tientallen verschillend gekleurde stukjes 'zeep' die het publiek mag uitproberen in een speciaal voor de gelegenheid opgestelde spoelbak. De op dit moment zeer actieve Voebe de Gruyter heeft een transparante plastic gang gemaakt waarin kleurenfoto's hangen van zwembadscènes. De gang loopt dood in een hemelsblauwe, van achter belichte, wand. Haar werk Swim is helder van idee maar moet het wat stunt betreft afleggen tegen David Burrows, die flinke koppen toont, gemaakt van kauwgom, uitgestald op een kleurrijk kleed. Zijn koppen, vooral in gefotografeerde vorm, doen sterk aan die van Bendix denken.

Van de drie groepstentoonstellingen maakt Trifting Work in W139 veruit de sterkste indruk; in De Veemvloer blijven de wat optimistische en pretentieuze bedoelingen steken in schoolse braafheid. In de tentoonstelling 2000 jaar onzekerheid ondernemen vier kunstenaars en een duo een poging om, elk uitgaande van een van hun kunstwerken, tot een verheldering van hun werk te komen door het vergezeld te laten gaan van een beeldende of tekstuele verklaring. Ironisch genoeg maken die vaak een sterkere indruk dan de kunstwerken zelf. De kunstenaars proberen, zo verwoordt hun filosofe Margreet Borsten, antwoord te vinden op de vraag in hoeverre een kunstenaar duidelijkheid moet verschaffen over zijn werk. De meesten komen niet verder dan het tonen van jeugdfoto's en plaatjes of beelden die ze mooi vinden. Aafke Bennema vormt een lichtpuntje op de tentoonstelling met haar geschilderd portret en bijpassende tekening, die beide zijn opgebouwd uit talloze gekleurde strepen die de afbeelding zowel een mooie ruimtelijkheid geven als voor een vervreemdend effect zorgen. Haar horen we via een koptelefoon verklaren: 'Ik vond het nodig de schilderkunst weer helemaal opnieuw onder de loep te nemen'.