Slaapwandelen

Als je slaapt kun je dromen, snurken, een tijdje ophouden met ademen, met je hoofd bonzen, tandenknarsen, schoppen, praten, schreeuwen, een nachtmerrie krijgen, in paniek raken, plassen en wandelen. Maar als je wakker wordt weet je er vaak niets meer van. Alleen een droom of een nachtmerrie kun je vaak wel navertellen.

Als je naar bed gaat, ga je meestal eerst doezelen. Daarna val je in slaap. Pas een paar uur later slaap je diep. Dromen doe je dan nog niet. Dat komt pas later in de nacht. Maar in je diepe slaap kun je wel plotseling in paniek raken. Schreeuwend en huilend zit je dan rechtop in bed. Je ogen glazig opengesperd. Maar je ziet niks, want je bent niet wakker. Als je vader of je moeder je proberen te troosten hoor je ze niet. Als ze je wakker maken, wat soms niet eens lukt, blijf je ontroostbaar en doodsbang. Maar je weet niet waarvoor en je hebt ook niet eng gedroomd. De volgende dag weet je er niets meer van. Als je ouders vertellen wat er gebeurde geloof je het niet eens.

In de diepe slaap waarin je paniekaanvallen krijgt, kun je ook uit bed stappen en door het huis gaan lopen zonder dat je wakker bent. Je kunt zelfs al slaapwandelend naar buiten gaan en de straat op lopen.

In stripverhalen zie je soms slaapwandelaars met een Zzzz in een ballonnetje boven hun hoofd en met hun armen gestrekt voor zich uit door een dakgoot lopen, zonder dat ze naar beneden vallen. Maar het is niet waar dat je nooit een ongeluk krijgt als je slaapwandelt. Slaapwandelen kan erg gevaarlijk zijn.

Er zijn mensen al slaapwandelend over een balkonhekje geklommen en die hebben beneden hun botten gebroken. Het is ook wel gebeurd dat iemand tegen een kast liep. Die viel om en de slaapwandelaar brak zijn been. Er is ook eens iemand slaapwandelend in de gordijnen geklommen. De gordijnrails scheurde los van het plafond en de slaapklimmer raakte gewond. Ook is een slaapwandelaar wel eens in zijn auto gestapt en een eind gaan rijden, maar die kreeg geen ongeluk.

Je hoeft niks bijzonders te doen tijdens het slaapwandelen. Een slaapwandelaar doet wel eens dingen die hij 's morgens toch al doet, zoals onder de douche gaan staan. Je kunt zelfs zittend slaapwandelen. Als je slapend rechtop in bed gaat zitten en gaat praten, dan mag je ook al slaapwandelen noemen.

Als je een slaapwandelaar tegenkomt moet je hem niet wakker maken, want een slaapwandelaar die wakker wordt kan vreselijk schrikken en in de war raken. Neem hem zachtjes bij de hand en breng hem naar zijn bed. Behalve natuurlijk als hij bovenaan de trap staat te wiebelen, maak hem dan maar wakker.

Paniekaanvallen en slaapwandelen in het begin van de nacht horen een beetje bij elkaar, want ze gebeuren als je net diep in slaap bent. Nachtmerries zijn andere dingen. Die krijg je pas later in de nacht en na een akelige droom waarin je werd achtervolgd, of ontvoerd, of gevangen gezet, of waarin iets vreselijks met je vriendjes, broers of zussen of je ouders gebeurt. Van een nachtmerrie word je wakker en je weet meestal waar je over hebt gedroomd. Dromen doe je meestal aan het eind van de nacht als je niet meer diep slaapt, maar bezig bent met je REM-slaap. REM is een afkorting van rapid eye movements (dat is engels voor: snelle oogbewegingen). Tijdens de REM-slaap bewegen je ogen dus snel heen en weer. Als dan met elektroden aan je hoofd de elektrische stroompjes in je hersenzenuwen worden gemeten zien die er anders uit dan tijdens de slaapfasen eerder in de nacht als je doezelt en diep slaapt en nog niet REM-slaapt.

Bijna alle kleuters en kinderen die op de basisschool zitten, hebben wel eens een paniekaanval aan het begin van de nacht. Iedereen heeft ook wel eens een nachtmerrie. Slaapwandelaars zijn er veel minder. Eén van iedere zeven kinderen heeft het ooit wel eens gedaan. Heel weinig kinderen gaan iedere week slaapwandelen. Die moeten dan een veilige slaapkamer krijgen, waar ze niet tegen scherpe dingen aan kunnen lopen, of waar dingen liggen die bovenop hun kunnen vallen.

De paniekaanvallen en het slaapwandelen gaan bijna altijd over als je een puber wordt. Ook andere kinderslaapstoornissen, zoals tandenknarsen of hoofdbonzen, verdwijnen zonder dat een dokter er iets aan doet. Pubers hebben andere slaapstoornissen. Die ontstaan doordat je als puber nog wel veel slaap nodig hebt maar liever andere dingen doet dan slapen. Bijvoorbeeld tv kijken, sporten of je huiswerk maken, of uitgaan. En soms kun je gewoon niet in slaap komen omdat je verliefd bent. Pubers slapen vaak slecht in, of kunnen hun bed niet uitkomen, of vallen in de klas in slaap. Maar de nachtpaniek en het slaapwandelen zijn tenminste over.