Ruim 4 miljard subsidie in 16 jaar; Steun aan Philips zonder resultaat

DEN HAAG, 13 MAART. De miljarden guldens staatssteun die de overheid sinds begin jaren tachtig aan Philips heeft gegeven voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten hebben nauwelijks effect gehad. “De onontkoombare vaststelling is dat het weinig concrete resultaten heeft opgeleverd”, zegt president-commissaris F. Maljers van Philips.

Het elektronica-concern kreeg de laatste zestien jaar ten minste 3,010 miljard gulden nationale staatssteun toegezegd, zo staat in het boek De onzichtbare hand van de politiek, dat volgende week uitkomt. In dezelfde periode kreeg Philips bij de Europese Commissie en in andere Europese landen minstens 1,1445 miljard gulden subsidie. Het totale bedrag aan subsidie komt daarmee op 4,1485 miljard gulden. Maljers meent dat “die gelden weinig hebben bijgedragen aan de oplossing van de problemen van de onderneming”.

Volgens oud-voorzitter C. van Dijk van de parlementaire enquêtecommissie RSV uit 1985 moet de Tweede Kamer nieuw onderzoek instellen naar de staatssteun die de laatste tien jaar aan slecht lopende bedrijven zoals Philips, Daf en NedCar is verleend. Uit de RSV-enquête bleek dat de ruim 2,6 miljard gulden staatssteun die de scheepsbouwer Rijn-Schelde Verolme over zestien jaar van de staat kreeg vooral aan mismanagement verloren is gegaan.

Na deze enquête nam de politiek maatregelen om te voorkomen dat staatssteun opnieuw grootschalig verloren zou gaan in verliesgevende projecten. Volgens Van Dijk is hier vrijwel niets van terechtgekomen. “Het lijkt er soms op dat dezelfde fouten zich altijd maar blijven herhalen. Mensen blijken erg hardleers, zeker in de politiek”, aldus Van Dijk.

De overheid steunt sinds medio jaren tachtig diverse individuele projecten van Philips onder de vlag van het technologiebeleid. De drie grootste waren een megachipsfabriek in Nijmegen, de ontwikkeling van de TV-standaard HDTV en de grootschalige productie van platte TV-beeldschermen (flat panel displays). In geen van deze projecten is het beoogde doel bereikt.

Een groot deel van de financiering van de projecten komt uit een jaarlijkse subsidie van 100 miljoen gulden die Philips sinds 1987 krijgt van Economische Zaken. De minister die deze afspraak destijds maakte, VVD'er R. de Korte, betwijfelt nu of de steun moet worden voortgezet. “Ik kan mij voorstellen dat men nu zegt: moeten wij, als de resultaten blijkbaar zo mager zijn, hier nog mee doorgaan?”

Ook de Europese subsidies die Philips sinds begin jaren tachtig heeft ontvangen zijn vrijwel zonder resultaat gebleven. “Ik kan een lange lijst opstellen van deelproducten die uit de subsidies zijn voortgekomen. Maar écht nieuwe producten heeft Philips er niet aan overgehouden”, zegt N. Hazewindus, van begin jaren tachtig tot eind 1997 voor Philips degene die de werving van Europese en nationale subsidies verrichtte. Hij wijst erop dat de subsidies wel redelijk goed zijn uitgepakt bij de ontwikkeling van nieuwe chips.

D66-minister H. Wijers (Economische Zaken) wil ondanks de magere resultaten doorgaan met subsidiëring van Philips. “Je kan natuurlijk een heel cynische uitspraak doen over een aantal grote projecten die zijn gesteund”, zegt Wijers, maar volgens hem komen deze Philips-mislukkingen vooral voort uit verkeerde beslissingen van het management. “Dat heeft niets met de R&D-steun als zodanig te maken.” Hij wijst erop dat concurrerende bedrijven van Philips in de hele wereld worden gesteund voor de ontwikkeling van nieuwe technologie. Wijers is verbaasd over de uitspraken van Maljers en zegt door Philips juist te worden aangespoord om meer subsidie vrij te maken. Mede daarom wil hij de jaarlijkse subsidie voor Philips eventueel verhogen, “als de financiële ruimte er is”.

Volgens de onderzoeker R. van der Meijden van TNO is Economische Zaken er al jaren mee bekend dat technologiesubsidies nauwelijks effectief zijn. Van der Meijden evalueerde voor het ministerie verscheidene subsidies. “Het werkt simpel: het werkt nauwelijks”, aldus Van der Meijden. “Het ministerie kent mijn rapporten en weet, kàn althans weten, wat er aan de hand is.”