Oude kaart leidt naar vergeten VOC factorij

Een kaart uit 1762, gevonden in Parijs. Een dagenlange tocht door de bergen onder militair escorte. Qat, zandstormen en ruïnes. De ontdekking van een VOC factorij.

DEN HAAG, 13 MAART. Op de kaart stond een Nederlands vlaggetje, ter hoogte van Mocca, het voormalig knooppunt van de koffiehandel. De kaart uit 1762, vond Ben Slot, archivaris bij het Rijksarchief in Den Haag, per toeval in een boekenstalletje langs de Seine in Parijs. Het vlaggetje suggereerde dat er in de Jemenitische kustplaats Mocca ooit een Nederlandse handelspost is geweest. De Nederlandse post, zo leerde nader onderzoek, was van 1697 tot 1757 in gebruik. Toen de kaart werd gedrukt, hadden de Nederlanders Mocca net verlaten. Veertien dagen geleden wees de oude kaart Slot de weg naar de overblijfselen van de handelspost.

“Een unieke vondst, een zeer westelijk gelegen factorij van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC),” noemt Jan Boomgaard, directeur van het Algemeen Rijksarchief, de restanten van de handelspost. Mocca was in de zeventiende en achttiende eeuw een bloeiende havenstad aan de Rode Zee, met meer dan 20.000 inwoners. Nu is het een verlaten dorp. De ongeveer duizend inwoners leven er tussen de ruïnes.

Samen met zijn collega-archivaris Ben Slot ontdekte Boomgaard de ruïne van de factorij toen ze op werkbezoek waren bij de rijksarchivaris van Jemen. Slot en Boomgaard vonden de overblijfselen van het gebouw met hulp van de dorpsoudste en door de oude kaart elektronisch op een moderne kaart te projecteren. Het vlaggetje stond precies goed: “De ruïne stond precies op de aangegeven plaats. Wel twijfelden we nog even, omdat twee gebouwen op de oude kaart precies andersom stonden. Het bleek een fout te zijn van de cartograaf destijds,” zegt Slot.

De factorij was ooit een groot, stenen gebouw, dat permanent werd bewoond. Op de bovenverdieping woonden ongeveer twintig mensen, beneden lag handelswaar opgeslagen, voornamelijk koffie. In Jemen zijn nog steeds gebouwen in gebruik met een vergelijkbare indeling. Gedurende het gehele jaar verzamelden de bewoners koffie en andere handelswaar, die eens per jaar door Nederlandse VOC-schepen werd opgehaald. Regelmatig voerden de Nederlanders strijd met de lokale machthebbers over te betalen belastingen op de handelswaar. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd Mocca minder belangrijk, omdat in andere landen als Sri Lanka goedkopere koffie werd verbouwd.

“Mocca moet een vreselijke plaats zijn om permanent te wonen,” vertelt Slot, “het kan 's zomers meer dan vijftig graden worden en overal is zand en stof. Zelf hielden we het er maar een paar uur uit. We kwamen in een zandstorm terecht en het was vijfendertig graden. Toen we de handelspost hadden ontdekt zijn we snel weer naar de hoofdstad van Jemen, Sana'a, vertrokken.” Sana'a ligt 400 kilometer landinwaarts op een koelere hoogvlakte.

Boomgaard en Slot maakten hun verblijf in Mocca en hun reis van Sana'a naar Mocca, door de bergen, aangenamer door op qat te kauwen. “Dat koop je daar overal langs de weg. De werking is vergelijkbaar met koffie. Je wordt minder snel moe en je hebt minder last van het onaangename klimaat. Het maakte de lange reis over slingerende, hobbelige bergwegen draaglijk.”

Leden van de presidentiële garde begeleidden Slot en Boomgaard op hun reis naar Mocca. “Een primitief eerbetoon aan hoge gasten, volgens mij was het niet nodig en kun je in Mocca als buitenlander rustig rondlopen” zegt Slot, “maar omdat het hoofd van het rijksarchief in Jemen minister is geweest en zeer hoog in aanzien staat, was onze ontvangst erg officieel.”

Tien jaar geleden is Slot ook al eens in Mocca geweest. Toen al had Slot de ruïnes bekeken, maar omdat hij toen nog geen historische kaart had, kende hij de oorspronkelijke functie van de gebouwen niet.

“Mocca blijft zo fascinerend vanwege de vergane glorie. Het is een stad waar de koffie, een produkt van wereldwijd belang, werd geboren en nu vind je van die rijke geschiedenis vrijwel niets meer terug. De handelspost van de VOC is uniek en moet eigenlijk worden gerestaureerd. Wij hebben de voorzichtige hoop dat er koffiebranders zijn, met voldoende historisch besef om de restauratiekosten op zich te nemen. We moeten daarvoor nog lobbyen, maar het is het waard want dit was de plek waar eens de koffie vandaan kwam,” aldus Slot.