Naast bèta ook alfa en gamma

Het is mooi dat zes onderzoeksscholen in Nederland de kwalificatie 'top' hebben gekregen en dat ze voor dit keurmerk een flinke premie ontvangen. Het is een pijnlijke vergissing dat er geen voorstellen zijn gehonoreerd uit de alfa- en gammasector.

Het is ronduit beschamende nonsens te beweren dat de oorzaak hiervoor gelegen zou zijn in het feit dat er in die sector sprake is van onderzoek op “nationaal niveau”, gekenmerkt door “een richtingenstrijd” en “onenigheid over de vraag welke onderzoeksschool de beste prestaties levert”, zoals prof.dr. A.F.J. van Raan doet (NRC Handelsblad, 10 maart).

De bèta-sector zou in de operatie 'dieptestrategie' (een verschuiving van universitaire middelen naar een beperkt aantal onderzoekconcentraties van hoog wetenschappelijk niveau) hoog scoren, dat was al op voorhand te voorzien. De uitkomst is dus geen verrassing, veeleer een bevestiging van de bestaande situatie in de verdeling van middelen. Maar wie kijkt naar internationale inbedding en uitstraling van Nederlands onderzoek, moet tot de conclusie komen dat er twee onderzoeksvoorstellen te weinig zijn gehonoreerd: die van LOT (Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap) en NICI (Nijmegen Institute for Cognition and Information), geassocieerd met het Max Planck Institut für Psycholinguïstik. Kort geleden nog liet het ministerie van OCW weten dat de Nederlandse wetenschap op het gebied van de linguïstiek internationaal het hoogst scoorde. En daarmee gaf het ministerie een geluid af dat herkenbaar was voor iedereen die ook maar iets van deze tak van wetenschap afweet.

LOT, NICI, Max Planck uitsluitend nationaal? Gekenmerkt door richtingenstrijd? Onenigheid? De heer Van Raan zou met opfrisverlof moeten en de tijd moeten krijgen of nemen om zijn stukken beter te lezen. Bijvoorbeeld het rapport van de selectiecommissie, waarin deze voorstellen uit de alfa- en gammasector juist werden geprezen om hun internationale karakter, een van de redenen waarom ze als volwaardig door mochten naar de tweede ronde.

Het Nederlandse onderzoekslandschap is fascinerender dan de uitkomst nu doet vermoeden en kent enkele 'toppen' die de cartografen eenvoudig vergeten zijn.

De oplossing zou gevonden kunnen worden door de twee volgende kandidaten op de lijst aan de reeds gekozen zes onderzoeksscholen toe te voegen. Financieel kan dit. Het gaat immers om kruimels op de rok van het universum. Als deze twee 'toppen' erbij getekend worden, geeft dit een evenwichtiger en dus ook realistischer beeld van het Nederlandse landschap dan nu dreigt te ontstaan.