Miljardeninjectie voor Japanse banken

TOKIO, 13 MAART. Japanse banken krijgen een kapitaalinjectie van de overheid. De injectie maakt deel uit van een groter plan voor steun aan banken, waartoe in december is besloten. Vandaag stemde de regering in met het eerste deel van dit pakket, dat bestaat uit 395 miljard yen (6,5 miljard gulden) voor vier banken via aankoop van aandelen of obligaties.

Het gaat om de Dai-Ichi Kangyo Bank, de Long Term Credit Bank of Japan, Nippon Credit Bank en Chuo Trust and Banking. Komende week volgt een besluit voor 17 andere banken.

Het plan is ingegeven door de problemen van de banken om te voldoen aan de internationale eis dat de banken 8 procent eigen vermogen moeten aanhouden tegenover uitstaande leningen. Tot nu toe hield Tokio niet strikt de hand aan deze eis. Veel banken gaan gebukt onder 'slechte' leningen die zijn overgebleven uit de periode van de 'luchtbel' eind jaren tachtig. De regering heeft besloten strenger op te treden tegen banken die de vermogenseis niet halen, dit in het kader van de stapsgewijze liberalisering van de financiële sector. Wegens het faillissement van de Hokkaido Takushoku Bank in 1997 en de troebele economische omstandigheden heeft de regering besloten de banken een handje te helpen.

De krant Asahi meldde vandaag dat de regering tevens van plan is geld van de door de overheid gecontroleerde Postspaarbank te gebruiken om de beursindex deze maand op te krikken tot boven de 18.000 punten. Ook dit zou de banken helpen om op 31 maart hun kapitaalratio te halen omdat een deel van hun eigen vermogen uit aandelen bestaat. Topman Koji Omi van het Economisch Planbureau (EPA), die de rang van minister heeft, sprak vanmorgen zijn twijfels uit over het plan. De beurs reageerde positief. Vandaag maakte het EPA ook bekend dat in het laatste kwartaal van 1997 de Japanse economie met 0,2 procent is gekrompen, waardoor de groei over 1997 uitkomt op 0,9 procent.