Meier: Bouwkunst is geen mode; 'De letters FORUM op de gevel van het Haagse stadhuis bevallen me niet'

Hij ontwierp het Haagse stadhuis en het Getty Center in Los Angeles, dat 'de opdracht van de eeuw' werd genoemd. Rome krijgt zijn Kerk van het jaar 2.000. Richard Meier: “Het Vaticaan is een geweldige opdrachtgever. Gezeur met allerlei commissies heb ik niet.”

AMSTERDAM, 13 MAART. Even was de Amerikaanse architect Richard Meier afgelopen week weer in Nederland. Woensdagavond gaf hij voor een groot gehoor vol hoogwaardigheidsbekleders een lezing in het immense atrium van het door hem ontworpen nieuwe stadhuis van Den Haag. Of eigenlijk is lezing een groot woord. Meier deed wat de meeste architecten doen, als ze een 'lezing' geven: hij liet een groot aantal dia's zien van zijn ontwerpen en vertelde daar iets over. En zoals bij de vertoning van vakantiedia's in de huiskamer vaak iets mis gaat, zo verliep ook Meiers diapresentatie moeizaam. Eerst biechtte hij op dat hij er nu pas achter kwam dat de verlichting van het atrium zo werkte, dat halve verduistering van de ruimte niet mogelijk was en het publiek dus moest kijken naar fletse plaatjes van achtereenvolgens ontwerpen voor een museum en een kerk in Rome, het gebouw waarin de toehoorders zelf zaten en natuurlijk het nieuwe Getty Center in Los Angeles. Vervolgens bleek Meier niet overweg te kunnen met de geavanceerde techniek van dia-apparaten, zodat afbeeldingen twee keer werden vertoond en er een secondant bij moest komen om op de juiste knop te drukken.

Sinds de opening van zijn sneeuwwitte Haagse kolos in 1995 is hij niet meer in Nederland geweest, vertelde Meier vlak voor zijn lezing in een vergaderzaal van zijn stadhuis. “Ik heb het gevoel dat ik op familiebezoek ben. Ik vind dat het stadhuis er prachtig bij staat. Het atrium functioneert zoals ik had gedacht: het is het bruisende hart van de stad geworden, dat zich leent voor allerlei activiteiten. Ik was er vanmorgen even. Het was een grijze ochtend, maar toen de zon even doorbrak, zag ik hoe het licht de ruimte compleet veranderde. Het enige dat me niet bevalt, zijn de letters FORUM die op de gevel zijn geplakt. Dat is geen gezicht. Ik wist er niets van, niemand heeft me dat verteld. Ik zal er straks bij de burgemeester op aandringen om die letters te laten verwijderen.”

“Sommige mensen vinden het stadhuis groot, te groot zelfs. Maar de omvang heeft een duidelijke reden: het overheidsapparaat waarvoor het is gebouwd is ook groot. Er staat hier geen kamer leeg. Bovendien is het gebouw niet alleen groot, maar bevat het ook kleine, intieme ruimtes. Het exterieur vormt een schakel tussen de lage, oude stad aan de ene kant en de grote ministeries aan de andere kant. Het stadhuis is zo klein en groot tegelijk.”

Een jaar of tien jaar werkte Meier aan het Haagse stadhuis. Aan het eind vorige jaar geopende Getty Center in Los Angeles werkte hij nog langer: veertien jaar. Hoe is het leven na de 'opdracht van de eeuw', zoals het Getty Center wegens zijn kolossale omvang wel is genoemd?. “Rustig, heel rustig”, zegt Meier. “Op dit moment zijn twee rechtbanken in de Verenigde Staten naar een ontwerp van mij in aanbouw. En gisteren was ik nog in Rome voor de eerste-steenlegging van de Kerk van het jaar 2.000 die het Vaticaan laat bouwen. Het wordt een kerk in een buitenwijk voor slechts 2.000 mensen, lang niet zo groot als dit stadhuis. Maar het Vaticaan is een fantastische opdrachtgever. Gezeur met allerlei commissies heb ik niet.”

De Kerk van het jaar 2.000 wordt weer stralend wit, zoals bijna al het werk van Meier. Het gebruik van beige travertijn in het Getty Center zal geen keerpunt in Meiers oeuvre worden, maar een incident blijven dat werd veroorzaakt door een wettelijke bepaling in Los Angeles die geheel witte gebouwen verbiedt op de plek waar het Getty Center is verrezen.

Meier gebruikte de kleur wit al in het begin van zijn loopbaan in de jaren zestig, toen hij met vier geestverwanten The New York Five vormde. De vijf Amerikaanse architecten ontwikkelden een complexe variant op het Nieuwe Bouwen (of het modernisme zoals het tegenwoordig ook wel werd genoemd). Van de vijf is Meier als enige trouw gebleven aan het complexe neomodernisme van The New York Five. Voor de andere vier was het vroege werk van The New York Five het vertrekpunt voor zeer uiteenlopend werk. Peter Eisenman, bijvoorbeeld, ontdekt elk decennium een nieuwe filosoof met bijbehorende architectonische esthetiek. En Michael Graves bekeerde zich in de jaren zeventig tot het postmodernisme, compleet met kariatiden in de vorm van Walt-Disney-dwergen.

Het toeval wil dat Graves vlakbij Meiers stadhuis nu de kantoorflat met de naam Transistorium verbouwt tot een bakstenen gebouw met maar liefst twee zadeldaken, het symbool van traditionele architectuur. Het nieuwe Transistorium lijkt zo wel een provocatie van het hagelwitte neomodenistische stadhuis. Maar Meier is niet te verleiden tot kritiek op zijn voormalige bentgenoot. “Iedereen doet wat hij vindt dat hij moet doen. Eisenman en Graves zijn okay. Ik zie ze nog wel eens en dan lunchen we”, zegt hij berustend. Toch moet Meier van het postmodernisme in het algemeen niets hebben: “Veel gebouwen gaan tegenwoordig over iets anders dan architectuur. Het zijn uitbeeldingen van literaire of filosofische opvattingen. Ik ben geïnteresseerd in hoe architectuur werkt, in wat gebouwen met mensen doen. Als het goed is, zetten gebouwen mensen aan tot beter kijken en leiden zo tot een hoger bewustzijn. Gebouwen hebben invloed op mensen, al blijft het moeilijk om te voorspellen welke precies.”

Na 30 jaar neomodernisme heeft Meier dan ook geen enkele behoefte om van stijl te veranderen. “'Stijl' vind ik ook niet op zijn plaats bij architectuur. Bouwkunst is geen mode! Het gaat niet om stijl, het gaat om het creëren van ruimtes en om de wijze waarop mensen die gebruiken en ervaren en hoe ze zich daarin bewegen. Maar nu heb ik genoeg gepraat. Ik moet nu naar de burgemeester om hem te vertellen dat die verschrikkelijke letters van de gevel af moeten.”

    • Bernard Hulsman