Maf stel van vier dansers

Voorstelling: Frenesí door Naranti Productions. Choreografie: Helena Lizari. Dans: Sergi Faustino, Tomas Frederiksson, Helena Lizari, Carole Perderau. Gezien: 12/3, Theater Bellevue. Aldaar t/m 14/3. Inl.(020) 530 53 01.

In Nederland studeerde de Spaanse Helena Lizari aan de School voor Nieuwe Dans Ontwikkeling en danste zij onder meer in producties van Marcelo Evelin. Via de Danswerkplaats Amsterdam en De Melkweg, is zij nu, met haar vijfde eigen choreografie Frenesí, in Theater Bellevue beland.

Afgezien van enkele klap- en tuinstoeltjes, een tafeltje behangen met plastic fruit en een sliert kleurige feestverlichting, is het toneel leeg. Op zuidelijk klinkende muzak betreden vier dansers na elkaar de ruimte. De jongen in de knaloranje blouse gluurt vanachter zijn krant naar jongen nummer twee, die stoer met een enorme kam - zijn hoofd is kaal - in het rond zwaait. Met de twee meisjes (de één wat meer 'femme' dan de ander, die als een introverte muis haar rode rozen probeert te slijten) is het maffe stel compleet.

De opzet van de voorstelling is helder. Aanvankelijk 'besnuffelen' de vier individuen elkaar vooral, met mimische gebaren die doen denken aan een doventaal. Maar al snel komt het - in stilte of op muziek - tot allerlei voorzichtige ontmoetingen en heftige confrontaties. Meestal tussen twee personen (man-vrouw, man-man, vrouw-vrouw), een enkele keer tussen beide dames en beide heren. En waar worden al deze personages door gestuurd? Liefde natuurlijk, of beter gezegd: het chaos veroorzakende verlangen daarnaar (het Spaanse woord 'frenesí' houdt het midden tussen hartstocht en waanzin).

Wat op den duur onbevredigend werkt is dat het maffe stel individuen een maf stel individuen blijft. Of het bloemenmeisje nu met een ballon danst of haar rozenknoppen opeet, het maakt nooit de emotionele indruk die Lizari volgens mij wel wil achterlaten. In Frenesí is alles mogelijk. Wanneer alles mogelijk is, heb je in het beste geval een bizarre situatie. In het slechtste geval - wanneer men niet ver genoeg gaat - ontstaat er onverschilligheid.

Het merendeel van de dansbewegingen komt als terloops voort uit, of is een variatie op, normale bewegingen. Een aai langs een wang eindigt in een dansante zwaai van de arm. Gewoon lopen krijgt opeens een hupje ertussen. Er liggen te weinig bewegingsideeën aan ten grondslag om dit, overigens al langer beproefde, recept spannend te maken. Het concept en de esthetiek doen denken aan voorstellingen van Evelin. Frenesí is nog te weinig 'eigen' om geen aftreksel te zijn.