Kritiek op politie-instituut; Amsterdams korps gispt bureaucratie

AMSTERDAM, 13 MAART. De Amsterdamse driehoek, bestaande uit de burgemeester, de korpschef en de hoofdofficier van justitie, heeft kritiek op “de moordende bureaucratie” van het Nederlands Politie Instituut (NPI).

Dit blijkt onder meer uit een brief van hoofdcommissaris J.Kuiper. Het NPI in Den Haag is het landelijke samenwerkingsverband van korpsbeheerders, korpschefs en de hoofdofficieren van justitie. Het instituut verricht facilitaire diensten. Kuipers collega's Wiarda van de regio Haaglanden en Straver van Hollands Midden zijn het niet met hem eens. Wiarda noemt het NPI “een veelbelovende ontwikkeling”. Bestuurder B. Groeneweg van de Algemene Christelijke Politiebond (ACP) noemt de opstelling van Kuiper “vreemd”. De ACP meent dat een werkgever zich niet zomaar kan losmaken van het NPI.

Korpschef J. Kuiper schrijft in een brief aan de voorzitter van de raad van hoofdcommissarissen, de Rotterdamse hoofdcommissaris B. Lutken: “De gedachte dat samenwerking ontstaat door het verplicht gelijkschakelen van processen is ten principale onjuist en vermoordt iedere vooruitgang of vernieuwing en leidt alleen maar tot een moordende bureaucratie”. Lutken ziet de brief van Kuiper als “een collegiaal signaal”.

Hoofdofficier van justitie Vrakking en burgemeester Patijn laten via hun woordvoerders weten het standpunt van Kuiper te onderschrijven. “Het NPI is een adviserend orgaan dat geen zaken moet opleggen”, zegt de woordvoerder van Vrakking.

Bij de opening van het NPI, in maart vorig jaar, zei minister Sorgdrager (Justitie) dat het van belang is dat het instituut vooral een “ondersteunende rol” gaat vervullen voor de beraden van korpsbeheerders, korpschefs en de hoofdofficieren van justitie. Het moest geen 'staat in de staat' worden. Directe aanleiding voor de brief van Kuiper is de beoogde invoer van het computersysteem ICT (Informatie en Communicatie Technologie) dat volgens Kuiper het karakter vertoont van “gedwongen winkelnering”. Kuiper krijgt “een onmachtig gevoel in mijn eigen rol van korpschef”, omdat “overal om mij heen besluiten voor en over mij worden genomen die de bedrijfsvoering betreffen en zo het resultaat van mijn korps en mijn handelingsvrijheid beïnvloeden”.

Maar volgens de voorzitter van het korpsbeheerdersberaad, de burgemeester van Nijmegen, E.M. d'Hondt, is er geen sprake van “enige machtspositie van het NPI”. Volgens hem is het NPI “een klein schakelstation” tussen de korpsen en de ministeries dat “voortreffelijk functioneert”. Hij zal binnenkort met Kuiper over de Amsterdamse kritiek praten.

Korpschef J. Wiarda in Den Haag ziet het heel anders dan de Amsterdamse commissaris. Volgens hem ontwikkelt het NPI zich tot “een veelbelovende vorm van samenhang”. Straver ziet een groot voordeel in samenwerken. “Dat maakt ons sterk”, aldus de hoofdcommissaris van Hollands Midden.

De regio Zuid-Holland Zuid wil niet reageren op de kritiek van Kuiper. De woordvoerder van het korps Midden- en West-Brabant deelt mee dat daar geen onvrede bestaat over het NPI. De ACP acht het van groot belang dat de werkgevers binnen de Nederlandse politie zich verenigen. “Wij vinden het geen goede zaak dat Amsterdam zich daar weer los van wil maken”, aldus Groeneweg.