Juggernaut

Juggernaut (Richard Lester, 1974, GB). BBC1, 1.15-3.00u.

Slecht weer en zeven tikkende tijdbommen aan boord, dat is geen fijne combinatie voor een schip, zeker als er 1200 passagiers zijn. Dus heeft de Britannic, varend op de Atlantische Oceaan, een probleem. Een afperser, Juggernaut, vraagt een half miljoen Engelse ponden; als hij het geld niet krijgt ontploft het schip bij het aanbreken van de dageraad.

De paradox van rampenfilms is dat ze, zeker als er een race tegen de klok is, altijd spannend zijn, ook al staat de goede afloop vast. Want de natuur wint wel eens in films, maar nare terroristen niet. Juggernaut (1974) onderscheidt zich van de meeste omdat hij niet Amerikaans maar Engels is, en de regisseur Richard Lester heet.

Amerikaanse rampenfilms kenmerken zich door spektakel en melodrama. In Juggernaut reageren de passagiers kalm op het nieuws dat de kans groot is dat ze de volgende ochtend niet meer zullen leven: niemand gaat gillen of wordt vervelend dronken. Wat komt, kome: de Britten zullen er geen overdreven emoties om gaan tonen. Opvallend is ook het gebrek aan romantiek, ondanks de aanwezigheid van lady killer Omar Sharif als kapitein - voor Amerikanen moet dat een onvergeeflijke gemiste kans zijn.

Herkenbare stijlkenmerken van Richard Lester (bekend om o.m. Beatles-films als A Hard Day's Night) zijn het schokkerige inzoomen, en de typerende droge humor. Op een moment dat de situatie nog geheim wordt gehouden voor de passagiers, zitten twee kinderen aan dek de uitgestoken vlaggetjes op te zoeken in een scheepscodesboek. “Dat betekent dat er explosieven aan boord zijn”, constateert het jongetje als hij een rood vlaggetje ziet. “Vijftien punten voor mij.” Op het gemaskerd bal, bedoeld om de stemming op peil te houden, is iemand verkleed als Arabische terrorist, een grote zwarte bal onder zijn arm met witte letters erop: BOMB.

De held, de stoere, alcoholische explosievenopruimer, zoals het hoort cynisch en een tikje excentriek, wordt gespeeld door de Ier Richard Harris, bekend van rollen in A Man Called Horse, Patriot Games en The Field. Maar nog meer om de grote pophit die hij zong: het lange, zeer melodramatische MacArthur Park. En, niet onbelangrijk voor zijn street credibility: hij speelde trombone op platen van James Brown.