Het succes van Carlos Castaneda; Een uitgekookte sjamaan

Carlos Castaneda: Magical Passes: The Practical Wisdom of the Shamans of Ancient Mexico. HarperCollins 1998, 225 blz. ƒ 61,95

Carlos Castaneda: The Teachings of Don Juan: A Yaqui way of Knowledge. Simon and Schuster, 1968. 256 blz. ƒ 39,95 (pbk)

Margaret Runyan Castaneda: A Magical Journey with Carlos Castaneda. Millenia Press, 186 blz. ƒ 49,60

Het begon in 1960, in de woestijn van Arizona. De student antropologie 'Carlos' ontmoet daar in een busstation een stokoude Yaqui-indiaan, die hij leert kennen als 'Don Juan'. De man blijkt een sjamaan te zijn, vertrouwd met eeuwenoude magische tradities en met peyote, de hallucinaties opwekkende drug die uit de cactus wordt verkregen.

Carlos wint het vertrouwen van 'Don Juan', die hem aanneemt als leerling. Er volgen jaren van intensieve training, spectaculaire paranormale krachten en psychedelische ervaringen. En er volgt een boek: The Teachings of Don Juan. Carlos ondervindt aan den lijve dat de alledaagse wereld een perceptuele 'constructie' is, die toegang biedt tot talrijke andere dimensies. Er volgt nog een boek. En nog een. Totdat Don Juan, vele boeken later, in een onbekende dimensie verdwijnt en Carlos achterblijft als zijn opvolger.

Generaties New Age-adepten zijn weggedroomd bij deze serie boeken die Carlos Castaneda schreef over 'Don Juan', de Yaqui-indiaan en brujo (tovenaar) die hem zou hebben ingewijd in de geheimen van indiaanse magie en mystiek. Het verslag van de initiatie van 'Carlos', eerst met behulp van peyote en daarna op eigen kracht, leverde Castaneda vanaf zijn eerste boek in 1968, nu precies dertig jaar geleden, een miljoenenpubliek op - èn een doctoraat in de antropologie. De lessen van Don Juan werden namelijk niet gepresenteerd als fictie, maar als waarheidsgetrouw verslag van veldwerk, en daarmee als vernieuwende menswetenschap.

Maar was het dat? Critici plaatsten al snel vraagtekens bij de authenticiteit van Castaneda's boeken, en dertig jaar later betwijfelt buiten zijn kring van bewonderaars vrijwel niemand meer dat ze niet uit de woestijn, maar vooral uit de bibliotheek en de verbeelding van de auteur afkomstig zijn. Met De lessen van Don Juan schreef Castaneda de eerste esoterische roman for the millions. De burger van de late twintigste eeuw, voor wie het traditionele geloof ongeloofwaardig is geworden maar de moderne wetenschap onbegrijpelijk, heeft voor zijn spirituele huishouding kennelijk behoefte aan zulke comfortabele, troostende wijsheid, bij voorkeur afkomstig uit geromantiseerde culturen.

Hier zien we een massa-variant van de spiritistische lectuur die eind negentiende eeuw in zwang raakte onder leden van de hogere burgerij. Toen waren séances, geestesbezweringen en de wijze lessen van oosterse goeroes nog een zaak voor de bourgeoisie, die na gedane zaken thuis probeerde op te boksen tegen de ontnuchtering van hun wereldbeeld door arbeid en kapitaal, de anonieme factoren waarop de samenleving steeds sterker leek te drijven. In de twintigste eeuw heeft dat proces zich doorgezet naar de lagere middenklasse - de eerste-generatie-studenten die wegliepen met Castaneda - en nu dan uiteindelijk naar het volk, dat samendromt bij Jomanda. Ook op spiritueel gebied voltrekt zich, met de indianen-romantiek, niet zozeer een verwildering alswel een 'aristocratisering van de massa'.

Als schrijver opende Castaneda (die acht miljoen boeken verkocht in zeventien landen) zodoende de sluizen voor een onafzienbare stroom spirituele pulp die voortduurt tot op de dag van vandaag. Met titels als De stem van de aarde. Een innerlijke zoektocht in het land van de aboriginals, door Elisabeth Fuller (1998), en natuurlijk De Celestijnse Belofte, de spirituele doktersroman van James Redfield die in 1993 verscheen en het 165 weken uithield in de (fictie) bestseller-lijst van The New York Times. Al deze boeken, waarin telkens weer andere moderne westerlingen op zoek gaan naar telkens weer dezelfde indianen, Afrikanen en aborigines, zijn schatplichtig aan de avonturen die Castaneda zijn 'Carlos' liet beleven.

Eén ding aan Castaneda's boeken is nog steeds waar. De lessen van Don Juan zijn inderdaad een initiatie - in de gedachtenwereld van de jaren zestig, wel te verstaan, niet in die van de indianen. Castaneda, een ambitieuze maar getroubleerde nieuwkomer in het Californië van de vroege jaren zestig, trof daar een suggestibel milieu aan, dat draaide op een brandstof van mystiek, chemische roes en romantiek. Wetenschappers waren op zoek naar 'nieuwe paradigma's', in het voetspoor van Kuhn en Feyerabend die de traditionele rationalistische wetenschap hadden onttroond. Studenten waren op zoek naar psychedelische kicks en luisterden hoe Jim Morrison van The Doors op het topje van zijn longen zong over sjamanen, mystieke hagedissen en een onbekende realiteit 'aan de andere kant'.

Don Juan viel, kortom, in een gespreid bedje.

Maar waar kwam 'Carlos' vandaan?

Niet uit Brazilië, zoals hij zelf jarenlang volhield. Carlos César Salvador Arana Castaneda werd in 1926 geboren te Cajamarca, Peru. Ook niet in een universitair milieu, zoals hij zelf vertelde, maar als zoon van een eenvoudige horlogemaker. Halverwege de jaren vijftig vertrok hij naar Los Angeles om te studeren, eerst op college, later aan de universiteit.

Hij ontmoette er zijn vrouw, Margaret Runyan, evenals Castaneda hevig geïnteresseerd in mystiek en metafysica. Beiden raakten in de ban van de mystieke scene die in Los Angeles bloeide rondom de schrijver Aldous Huxley. Castaneda verslond Huxley's The Doors Of Perception (1954) en vond in de auteur zijn wetenschappelijke rolmodel. 'Zo'n man wilde Carlos worden', schrijft Margaret Runyan in A Magical Journey with Carlos Castaneda, het lezenswaardige en geestige boek dat ze heeft gepubliceerd over haar huwelijk met Castaneda, dat duurde van 1960 tot 1973. Het paar, dat een zoon kreeg, hield het een jaar samen uit. Een formele scheiding werd pas uitgesproken in 1973, toen Castaneda zijn eerste miljoen binnen had.

Castaneda moest zijn geldingsdrang eerst nog snel aanpassen aan de tijdgeest, die met het jaar turbulenter leek te worden. De studeerkamer-mysticus Huxley werd als pop-icoon afgelost door de flamboyantere Timothy Leary, die de jeugd van Amerika voorhield dat LSD de snelste invoegstrook was naar een hoger bewustzijn. Voor de conventionelere, introverte Castaneda was Leary's mediamieke narcisme een brug te ver. Runyan beschrijft een feestje in New York, waar een in pak gestoken Castaneda schaapachtig moet toekijken hoe de giechelende Leary en zijn hooghartige coterie stoned zitten te worden.

Tovenaarsleerling

Lang hoefde hij niet te tandenknarsen. Zijn eigen doorbraak kwam in 1968 met The Teachings of Don Juan, uitgegeven door de California University Press. In dit eerste boek beschrijft Castaneda zijn ontmoeting met Don Juan Matus (een pseudoniem van het type 'Jan Smit'), en de 'eerste fase' van zijn met peyote aangevuurde opleiding als tovenaarsleerling. De uitgever wist dat hij met het manuscript goud in handen had, schrijft Margaret Runyan. 'Het land barstte van de studenten die dweepten met drugs'.

Daarna ging het snel. Haar wettige echtgenoot werd een cultfiguur, aanbeden door studenten en gevreesd door 'ouderwetse' wetenschappers. Runyan beschrijft de hysterie rond zijn optredens, en de wolk van teleurstelling die over het stonede publiek schoof zodra hun kortgeknipte idool het podium opkwam. De universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA), uit het lood geslagen door studentenprotest en op zoek naar 'nieuwe paradigma's', verleende hem in 1973 de doctorstitel voor een proefschrift over indiaanse magie. Het bleek het manuscript van zijn derde Don Juan-boek, Journey to Ixtlan (1972). De trilogie en de academische titel stuwden Castaneda op tot grote hoogtes. Zijn boekjes werden per rugzak de wereld overgesjouwd, van Amsterdam naar Kathmandu, vooraanstaande wetenschappers als de sanskritist Frits Staal citeerden eruit, in publicaties over magie en mystiek.

Castaneda's symbiose met de sixties, eindeloos gerecyceld in de popcultuur, maakt ook begrijpelijk waarom het povere literaire gehalte van zijn werk het succes allesbehalve in de weg stond. Castaneda's stijl is vlak en kleurloos, zijn beschrijvingen van personen en plaatsen zijn anoniem en slaapverwekkend. Wie een paar van zijn stroperige wijsgerige dialogen hardop voorleest, waant zich eerder in een comateuze aflevering van The Bold and the Beautiful dan in de woestijn van Sonora. Terwijl de belevenissen van Carlos er toch niet om liegen: hij verandert in een kraai, suist door nieuwe dimensies, en, klap op de vuurpijl, wisselt met zijn indiaanse leermeester van gedachten over de fenomenologie van Edmund Husserl.

Maar juist die slaapwandelende stijl en de plompheid van zijn filosofische uiteenzettingen, worden door zijn lezersschare diep gewaardeerd, en wel om dezelfde reden die soap-fanaten hebben om hun helden trouw te blijven: het wordt niemand moeilijk gemaakt, en de tijd glijdt ongemerkt voorbij. Castaneda biedt, net als The Bold and the Beautiful, even 'een rustig moment voor jezelf'.

De vraag of de auteur de waarheid vertelt, is daardoor steeds minder relevant geworden. Verscheidene critici hebben aangetoond dat Castaneda zijn boeken oplepelde uit een hutspot van eigen universitair veldwerk, oosterse mystiek, esoterische lectuur in de universiteitsbibliotheek, en talrijke gesprekken met geestverwanten. Geen klassieke oplichter dus, die aanbelt om je bloemen te verkopen die hij eerst uit je tuin heeft gerukt, maar wel een ambitieuze fantast, die in zijn eigen boodschap is gaan geloven. Na zijn massaroem was er natuurlijk geen weg terug meer. Hij werd 'een man verzwolgen door zijn eigen legende', aldus Margaret Runyan.

Voor Castaneda's lezers maakt dat hoegenaamd niets uit. Zijn status als spirituele verteller heeft inmiddels dankzij de New Age-beweging nieuwe lagen beits gekregen, zijn boeken worden nu doorgaans gelezen als allegorieën. En als er wordt doorgezeurd over de waarheidsvraag, kan die worden ontweken met de relativistische platitude die sinds de jaren zestig hoogtij viert: jíj hoeft het niet te geloven, het is míjn waarheid.

Hutspot

De opvatting dat de werkelijkheid relatief is, een 'conventie' is, of een 'sociale constructie', vormt immers de basisgedachte van The Teachings of Don Juan. Ouderwetse onderscheidingen als die tussen feit en fictie zijn niet van toepassing in de wondere wereld van de chemische cactus. Ook de voorvechters van new journalism, spraakmakend toen Castaneda in Los Angeles na een cursus creative writing voor het eerst een pen op papier zette, beweerden al triomfantelijk dat goede fictie meer waarheid bevat dan de beste journalistiek.

Of niet. In 1976 publiceerde Rick DeMille (zoon van de regisseur Cecil B.) de kritische tekst-analyse Castaneda's Journey: The Power and the Allegory, waarin hij aannemelijk maakte dat de lessen van Don Juan eerder allegorie zijn dan reportage. De chronologie van de boeken bleek op talloze punten tegenstrijdig, beschrijvingen van flora en fauna klopten niet, en ondanks herhaalde verzoeken produceerde Castaneda nooit de aantekeningen die hij tijdens zijn veldwerk zou hebben gemaakt.

Argwaan wekte ook dat de hoogbejaarde Don Juan, verscholen in de rotsen van Arizona, feiloos de trends in de Amerikaanse jeugdcultuur wist te volgen. In de eerste boeken, verschenen op het hoogtepunt van de psychedelische cultuur, worden nog volop geestverruimende drugs gebruikt, maar in de katerige jaren zeventig verschuift het accent naar meditatie en natuurlijke 'highs'. Eerst ontmoet Carlos alleen mannelijke tovenaars, maar later, als het feminisme van zich doet spreken, duiken ineens vrouwelijke sjamanen op.

Het fileerwerk van DeMille werd jaren later overgenomen door de antropoloog Jay Courtney Fikes in het boek Carlos Castaneda, Academic Opportunism and the Psychedelic Sixties (1993). Fikes, die jarenlang onderzoek deed onder de Huichol-indianen in Mexico, beschuldigde Castaneda ervan een commerciële en destructieve karikatuur te hebben gemaakt van hun cultuur, op hapklare maat gesneden voor New Age-toeristen. Enkele antropologen die Castaneda's werk destijds achteraf ondersteunden, bleken bovendien nauw bevriend met hem te zijn geweest, en mogelijk als bron te hebben gediend. UCLA deed nooit een poging Castaneda zijn titel te ontnemen, hoewel voor nadere inspectie ook aan de universiteit zelf aanleiding genoeg was.

Ondanks deze pogingen tot debunking werd Castaneda multimiljonair en is hij nog steeds een merknaam, onlosmakelijk verbonden met de erfenis van de jaren zestig. De thans 71-jarige Peruviaanse middenklasse-telg staat aan het hoofd van een imperium met ondernemingen voor seminars, boeken en video's. Hij wordt beschermd door een lijfwacht van jonge vrouwen. De laatste keer dat zijn ex-vrouw Margaret hem ontmoette zag hij er slank en fit uit, en droeg hij cowboylaarzen, een spijkerbroek en een open zijden hemd. Timothy Leary had Aldous Huxley alsnog ingehaald.

Jane Fonda

Toch is de kritiek op zijn werk Castaneda, aanvankelijk niet alleen lonkend naar de roem maar ook naar de wetenschap, niet helemaal in de koude kleren gaan zitten. Al twee decennia mijdt hij het academische milieu als de pest en spreekt hij alleen nog op New Age-seminars en in 'workshops', tegen indrukwekkende honoraria. Zijn nieuwste werk, Magical Passes, is zelfs helemaal geen verhaal meer, maar een handleiding voor sjamanistische lichaamsbewegingen, in de Amerikaanse traditie van Jane Fonda's body work out. Uiteraard leverbaar met (drie) instructie-video's.

Het boek is de weerslag van een techniek die Castaneda 'Tensegrity' noemt, een samenstelling van tense en integrity. De 'magische passen' zijn oefeningen die Castaneda zegt te hebben ontleend aan occulte indiaanse tradities van vóór de komst van de Spanjaarden. Het gaat erom het 'assemblage-punt' van het menselijk lichaam te ontdekken, waarmee men heen en weer kan zappen tussen diverse realiteiten. Erg opzienbarend zijn de oefeningen in het boek niet: ze ogen als een combinatie van vechtsport, sjamanistische dans, en tai chi. Volgens sceptici heeft Castaneda ze geleerd van een bevriende Aziatische vechtsporter in Californië.

Het oefenboek onderstreept de nieuwe identiteit die Castaneda zich heeft aangemeten. Hij is geen antropoloog meer die op zoek is naar een nieuw 'cognitief paradigma', maar de opvolger van Don Juan, die zelf het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld. Carlos is van leerling nagual geworden, de laatste tovenaar. Het schrijven van boeken is derhalve ook geen reportage meer, maar een sjamanistische handeling. Boeken zijn power.

Dit jaloers makende vermogen tot mystificatie en zelfpromotie, dat in Hollywood wel vaker is gegund aan goochelaars zoals de 'magician' David Copperfield, komt ook uit A Magical Journey goed naar voren. De 77-jarige Runyan beschrijft haar ex-echtgenoot als een geboren, wat humorloze mystificator met een onlesbare dorst naar metafysica. Ze noemt hem 'Mister Metaphysical' en ook zij houdt er openlijk rekening mee dat zijn werk een 'pastiche van feit en fictie' is. Voor de figuur van Don Juan geldt dat zeker: Castaneda kende wel indianen, maar pas achter de typemachine ontstond 'een ander schepsel, een alwetende constructie die bestond uit echte indiaan, pure verbeelding, bibliotheek-onderzoek en dozijnen gesprekken.' Runyan suggereert dat zij Castaneda op het idee heeft gebracht een personage te creëren om zijn boodschap beter over te brengen.

Geen wonder dat Castaneda niet blij was met dit boek. Tot overmaat van ramp bevat het enkele foto's van zijn gedrongen en cameraschuwe verschijning. De multimiljonair sloeg éénmans-uitgeverij Millenia Press - dat eerder het boek van Fikes had uitgegeven - om de oren met dwangbevelen. Maar pogingen het boek uit de handel te laten nemen waren tevergeefs, en zo is de waarheid omtrent de Californische brujo toch een stap dichterbij gekomen.

De gevolgen voor de indianenstammen in het Zuidwesten van de Verenigde Staten zijn minder opwekkend. Zij worden sinds Castaneda's eerste boek voor de voeten gelopen door peyote kauwende sensatiezoekers. New Age-sektes eigenen zich hun heilige plaatsen toe. Het gebruik van peyote in religieuze ceremonies is de indianen inmiddels verboden. Zo vormt de psychedelische subcultuur van de jaren zestig, verwoord in de fantasy van Castaneda, een nieuwe stap in hun culturele onderwerping. Maar dat is voor de aristocratische massa onder leiding van Jane Fonda een bijzaak.