Half werk koningskoppel

Klaas Langendoen en Arthur Vierboom: Het Koningskoppel. Klaas Langendoen en de oorlog rond zijn criminele inlichtingendienst (CID). Balans, 293 blz. ƒ 35,-

Samen met zijn collega en 'maatje' Joost van den Vondel speelde Klaas Langendoen, destijds chef van de Haarlemse criminele inlichtingendienst, in de jaren negentig een hoofdrol bij de invoer van 49 grote partijen soft drugs in Nederland. In totaal importeerde de politie Hakkelaar-achtige hoeveelheden van 229.970 kilo hasj. Ruim honderdduizend kilo daarvan liet de politie in het criminele milieu verdwijnen. Het was een tactiek die de politie goed zicht had moeten verschaffen op de bovenlaag van de onderwereld maar het eindigde in de ontmanteling van het speciale IRT-politieteam waarin korpsen uit Amsterdam, Utrecht en Haarlem samenwerkten.

De opzienbarende bevindingen over de drugsimporten staan in een onderzoek naar de RCID Kennemerland dat de rijksrecherche twee jaar geleden openbaar maakte. Het was de omvangrijkste klus die deze dienst - die het handelen van de politie onderzoekt - ooit heeft uitgevoerd. De resultaten waren zo opmerkelijk dat ook voor het eerst werd besloten de gegevens openbaar te maken.

Ondanks al het gespit moest de rijksrecherche vaststellen dat op een aantal cruciale vragen geen antwoord kon worden gegeven. Zo kon niet worden verklaard waarom niemand bij het openbaar ministerie op de hoogte was van de import van zeker vijftien drugscontainers.

Ook werd niet duidelijk waarom het Koningskoppel van de Haarlemse politie vanaf 1993 samen met een Belgische limonadeproducent (de 'Sapman') plannen ontwikkelde voor de oprichting van een vruchtensapfabriek in Ecuador. Een front store voor drugsactiviteiten waarvan niemand bij justitie bleek af te weten. Zo waren er veel vragen die onopgehelderd bleven, voornamelijk doordat Langendoen en Van Vondel niet of nauwelijks een administratie van hun activiteiten hadden bijgehouden en niet erg bereidwillig meewerkten aan het onderzoek. Het werk van de rijksrecherche was in hun ogen onderdeel van een Groot Amsterdams Complot om Haarlem in een kwaad daglicht te stellen. Bovendien zou een onderzoek naar drugsimporten door de politie het leven van informanten in gevaar brengen.

Die wetenschap maakte dat werd uitgezien naar de memoires van Klaas Langendoen, die samen met free lance-journalist Arthur Vierboom openheid van zaken beloofde te verschaffen. Hun boek Het Koningskoppel bestaat uit vier delen waarin de ontmanteling van het IRT-politieteam wordt beschreven en de parlementaire enquête opsporingsmethoden en het rijksrecherche-onderzoek die daarvan het gevolg waren.

De echte liefhebber grijpt direct naar het laatste hoofdstuk, dat door Langendoen zelf is geschreven. Maar wie nu eindelijk eens hoopt te vernemen hoe deze rechercheur erin is geslaagd zoveel drugs te importeren, en voor wie, en met welk doel, komt bedrogen uit. In een paar zinnen bestrijdt Langendoen de, nooit eerder weersproken, vaststelling van de rijksrecherche over de omvang van zijn drugsimporten. Langendoen houdt het erop slechts 54.000 kilo hasj in het milieu te hebben laten verdwijnen. Het verschil met de oorspronkelijke schattingen kan hij niet verklaren.

Langendoen geeft meer frustraties weer dan feiten. Hij vindt zichzelf een martelaar, die onderuit is gehaald omdat hij te vooruitstrevend de zware criminaliteit wilde aanpakken. Natuurlijk ging het wel ver om drugs te importeren als politieman 'met als enig nadeel dat er soft drugs op de markt zijn gekomen' maar er is geen betere tactiek. 'In de toekomst zal de methode, zij het met de leermomenten van nu, nieuw leven worden ingeblazen. Daarvoor was ze te doordacht en te goed.'

Dat niet iedereen er zo over denkt, komt volgens de in Rotterdam geboren Langendoen omdat een aantal vileine Amsterdammers twee eenvoudige jongens van de boerenpolitie hun succes misgunden. Vooral de officieren Vrakking, Teeven en Valente en de commissarissen Nordholt en Van Riessen hebben volgens hem met hulp van hun vriendjes bij De Telegraaf en Het Parool de boel bedonderd. 'Amsterdammers die op oorlogspad waren', aldus Langendoen.

Die stelling zou pas overtuigen als Langendoen een bevredigende verklaring voor zijn eigen handelen kon geven - maar dat doet hij in het geheel niet. Hij legt niet of nauwelijks uit wat hij beoogde met zijn bedrijfsplan in Ecuador. De Sapman, de infiltrant die zijn CID jarenlang inschakelde bij onderzoeken, is volgens hem nu een oplichter en fantast. Maar waarom bood Van Vondel de Sapman in augustus 1995 dan 125.000 gulden om een half jaar in de VS onder te duiken zodat hij niet zou kunnen worden verhoord door de enquêtecommissie? Langendoen zegt er niets van te hebben geweten, en dat is een meinedige verklaring volgens justitie. Het Koningskoppel moet hiervoor nog terecht staan bij de Haagse rechtbank.

Ook Vierboom slaagt er niet in het criminele handelen van de Haarlemse politie te duiden. De methode-Langendoen noemt hij op de eerste pagina 'een ingenieus plan'. Maar omdat het niet vernuftig genoeg is om Etienne U. te arresteren, 'zal dat uiteindelijk Langendoen zijn baan kosten'. Daarmee wordt de toon meteen wel erg vals.

Vierboom vergeet ook enkele belangrijke zaken te vermelden. Over de vraag, ook door de rijksrecherche opgeworpen, of buitenlandse inlichtingendiensten mogelijk betrokken waren bij de drugsimporten van Van Vondel en Langendoen schrijft Vierboom dat dit niet aannemelijk is. Hij haalt een Amerikaanse deskundige aan die een rol van de DEA uitsluit. Maar hij vermeldt niet dat de in Nederland gestationeerde DEA-agenten tot twee keer toe hebben geweigerd in te gaan op uitnodigingen van de parlementaire enquêtecommissie.

De IRT-raadsels zijn ook met dit boek nog lang niet opgelost. 'We hebben een groot aantal fouten gemaakt maar met de beste bedoelingen. Wij hebben onze nek uitgestoken ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Maar om ons op zo'n manier af te rekenen, gaat mij veel te ver. Ik ga daar echter niet over. Daar gaan anderen over, en dat heb ik gemerkt', concludeert Langendoen.

Het wachten is nu op de memoires van Joost van den Vondel.