Garantiefonds voor deurwaarders

ROTTERDAM, 13 MAART. De branche van gerechtsdeurwaarders krijgt een garantiefonds. Deelnemers aan het fonds kunnen er daardoor voor instaan dat het geld dat ze voor een cliënt incasseren ook daadwerkelijk op de goede bestemming komt. De deurwaarders spreken van 'een nieuw fenomeen' in de incassowereld.

“Als iemand iets te vorderen heeft op een ander en hij betrekt daarin een deurwaarder, mag het niet voorkomen dat hij alsnog naar zijn geld kan fluiten, omdat de deurwaarder failliet is”, zegt de Rotterdamse gerechtsdeurwaarder M.G. van Eck, die met zijn Ommense collega J. Smit initiatiefnemer is van het Garantiefonds voor gerechtsdeurwaarders.

Het is de afgelopen twintig jaar een keer of drie voorgekomen dat een kantoor van een gerechtsdeurwaarder failliet ging. Van Eck en Smit vormen met voorzitter drs. E.H.T.M. Nijpels - voormalig minister van VROM en oud-burgemeester van Breda - het bestuur van de Stichting Garantiefonds Gerechtsdeurwaarders (SGG).

Het garantiefonds is opgezet volgens de zogeheten Lloyds-constructie. Deelnemers storten niet alleen een waarborgsom, maar zijn bij een onverhoopte calamiteit ook gehouden een bedrag bij te storten. Waarborgsom en 'bijstortverplichting' worden gerelateerd aan de hoogte van het saldo aan 'derdengelden' dat een deurwaarder gemiddeld onder zijn hoede heeft.

De stichting gaat ervan uit dat er het eerste jaar zo'n drie miljoen gulden binnenkomt. Een streefbedrag op langere termijn kan Van Eck niet noemen.

Hoeveel deurwaarders zich zullen aansluiten bij het garantiefonds is nog niet duidelijk. Op een bijeenkomst in Rotterdam deze week, waarop de initiatiefnemers tekst en uitleg gaven, waren ruim honderd deurwaarders aanwezig. Zo'n zeventig schreven bij die gelegenheid in. Volgens voorzitter Nijpels is daarmee al zo'n dertig procent van het totaal aantal gerechtsdeurwaarderskantoren lid geworden van het garantiefonds. In totaal telt Nederland ruim tweehonderd deurwaarders en nog eens rond 250 kandidaat-deurwaarders.

De deurwaarder is in Nederland half onbezoldigd ambtenaar, half vrije-beroepsbeoefenaar. Hij is belast met het uitbrengen van exploiten (dagvaardingen), het betekenen van vonnissen, het dienst doen bij terechtzittingen in zijn arrondissement en het regelen van ontruimingen en executies, het zogeheten ambtelijk toezicht. Zijn positie is geregeld in het Deurwaardersreglement, zijn tarieven worden door de overheid vastgesteld. Op aanbeveling van de rechtbank in zijn arrondissement wordt hij benoemd door de Kroon, nadat hij een 3-jarige opleiding heeft gevolgd die door de Universiteit in Utrecht wordt verzorgd.