Frankrijk wil wel samenwerken met tribunaal Den Haag

PARIJS, 13 MAART. Frankrijk wil “natuurlijk” samenwerken met het VN-tribunaal voor ex-Joegoslavië en Rwanda . De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, spreekt daarover maandag in Den Haag met vice-president Shahabudeen en procureur Arbour bij het tribunaal.

Frankrijk heeft tot nu geweigerd hoge militairen en andere ambtenaren te laten getuigen voor de zittingen in Den Haag, respectievelijk Arusha van het tribunaal. In december kwam het in Parijs tot een openlijke botsing tussen procureur Louise Arbour en de Franse regering. Zij verweet Frankrijk “weerstand, soms passief, soms actief”.

Tegenover deze krant verklaarde de Franse minister, die maandag een officieel bezoek aan Den Haag brengt: “Natuurlijk werkt Frankrijk samen met het tribunaal, waarvan wij de oprichting hebben voorgesteld. Maar Frankrijk wenst dat het tribunaal zijn procedure zodanig preciseert dat rekening wordt gehouden met de verschillende rechtsfamilies”. De minister doelt in de eerste plaats op de angelsaksische en de Latijns-Franse tradities. Parijs is beducht voor een sterk angelsaksische benadering bij het hof.

De Franse regering wil verder, aldus Védrine, “dat de militairen die door de VN zijn belast met vredesmissies - per definitie erg moeilijk gezien de context - niet worden behandeld als verdachten wanneer zij getuigen om het tribunaal te helpen zich een beter begrip te vormen van de omstandigheden waarin de in staat van beschuldiging gestelden hebben gehandeld”.

Volgens de Franse minister is dat “een probleem dat door Frankrijk aan de orde wordt gesteld omdat dat het land is dat het meest aan deze vredesmissies heeft bijgedragen. Maar het is niet een probleem van Frankrijk. Iedereen heeft er belang bij dat het probleem goed wordt opgelost, in het belang van de Verenigde Naties en de internationale justitie.”

De verzoenende toon van Parijs volgt op de aanhoudende druk in de Franse pers: commentaren en petities dringen steeds luider aan op opening van zaken en volledige medewerking met de internationale rechtsorde.