Een visum is in China snel geregeld als je maar betaalt

Minister Sorgdrager (Justitie) kan in China bijna met eigen ogen zien hoe er wordt geknoeid met visa.

PEKING, 13 MAART. Een visum voor Nederland kost 40.000 yuan (10.000 gulden), dat voor de Verenigde Staten 10.000 yuan meer. “Maar dan regelen wij ook alles voor u”, zegt de jongeman achter de balie.

Zijn Chinese klant, die even daarvoor de wens te kennen heeft gegeven binnen zeer afzienbare tijd naar Nederland te vertrekken, zonder persoonlijk een aanvraag te doen bij de Nederlandse ambassade in Peking, vraagt op grond waarvan hij het visumadviesbureau kan vertrouwen. “Wij hebben overal contacten. Wilt u naar Duitsland, geen enkel probleem. Naar België? Nog gemakkelijker. U noemt een land in Europa, en wij kennen wel iemand onder het ambassadepersoneel van dat land met wie wij bevriend zijn. Bovendien, u betaalt pas nadat wij het visum voor u hebben bemachtigd.”

Het voorstel klinkt aantrekkelijk. Veertigduizend yuan is op te brengen voor een visum dat toegang biedt tot een land, dat, wanneer je eenmaal binnen bent, grote mogelijkheden biedt om er (illegaal) te blijven. Bovendien, het bureau garandeert dat het persoonlijk contact tussen de aanvrager en het loketpersoneel van de ambassade kan worden vermeden. En zonder verdere details te geven vertelt de medewerker van het zelfstandige adviesbureau, dat praktisch gelegen is tegenover de ingang van de visumafdeling van de Amerikaanse ambassade, hoe goed hij bevriend is met een buitenlands militair attaché. Dit kan geen oplichter zijn.

“In China hebben ze een hekel aan vervalsingen”, zegt Joris Demmink, directeur-generaal Internationale aangelegenheden en Vreemdelingenbeleid van het ministerie van Justitie. Hij is meegereisd in het gevolg van minister W. Sorgdrager (Jusititie), die deze week in China is om te praten over samenwerking op justitieel gebied, waaronder de aanpak van het probleem van illegale migratie. Met zijn opmerking wil Demmink onderstrepen hoezeer de Chinese autoriteiten, evenals zijn ministerie, zijn begaan met de uitbanning van de illegaliteit: de visumhandelaren, de paspoortvervalsers en andere oplichters. “Nederland neemt een bijzondere positie in”, zegt Demmink, “want één op de honderdvijftig inwoners van Nederland is van Chinese komaf. Dat maakt het belang van samenwerking met China in deze wel duidelijk.”

Pagina 6: Snelle handel in valse paspoorten

Hoeveel illegale Chinezen in Nederland verblijven, is uiteraard onbekend, maar Demmink houdt het op vele honderden. Van het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers behoorden Chinezen het afgelopen jaar, met 650 kinderen, tot veruit de grootste groep.

De vijf man sterke visumafdeling van de ambassade in Peking draait overuren. Zij besteedt een groot deel van haar tijd aan het dubbelchecken en achterhalen van frauduleuze praktijken.

Zo heeft de ambassade in 1997 volgens Demmink ruim 15.000 visa afgegeven, tegenover bijvoorbeeld 30.000 in Frankrijk, maar het aantal aanvragen dat werd verwerkt lag met bijna 22.000 aanmerkelijk hoger. Onder die aanvragers bevonden zich ogenschijnlijk fraudeurs of lieden die niet aan de voorwaarden bleken te voldoen.

De ambassade in Peking is ieder commentaar door Den Haag ontzegd, maar het is duidelijk dat de formele aanvraagprocedure wel enige ruimte biedt voor illegale handelingen. Hoewel de ambassade van ieder individu vereist dat de aanvraag voor een Nederlands visum persoonlijk wordt ingediend, weten Nederlandse bedrijven en enkele Chinese toeristenbureaus dat het ook anders kan. De door de bedrijven voorgedragen aanvragers ontkomen doorgaans aan de plicht persoonlijk te komen opdraven, omdat de ambassade er van uitgaat dat die bedrijven wel te vertrouwen zijn. Maar de kans is aanmerkelijk veel groter dat zich onder deze groep aanvragers mensen bevinden die tegen betaling van fikse bedragen hun visum hebben geregeld via een bemiddelingsbureau.

Een enkeling gaat alle onzekerheid van een visumaanvraag dan ook liever uit de weg en koopt een Nederlands paspoort. Zo meldde mevrouw L. zich enige tijd geleden bij het kantoor van NRC Handelsblad in Peking. Ze was wanhopig. Haar paspoort, zo vermoedde zij, was vals. En dat terwijl ze er flink voor had betaald, maar liefst honderdduizend gulden. Of NRC Handelsblad kon nagaan wat er mis was met het paspoort.

Mevrouw L. , een Chinese, was getrouwd met iemand uit het gemeentebestuur van de Taiwanese havenstad Kaohsiung, en het paspoort bood haar onbelemmerd de mogelijkheid te reizen tussen het vasteland en het eiland. Haar echtgenoot had het paspoort gekocht. Volgens mevrouw L. was dat de service van een Nederlands bedrijf waarin haar man voor een bedrag van honderdduizend gulden had geïnvesteerd. En nu was zij plotseling staande gehouden aan de grens met Hongkong.

In het Brabantse Reusel, volgens het paspoort van mevrouw L. haar woonplaats, wordt onmiddellijk een verklaring gegeven. H. Roeters van de gemeente Reusel: “In 1989, net na de decentralisatie van de paspoortuitgifte, zijn ongeveer vijftien paspoorten en stempels gestolen. Het stempel in het paspoort van die mevrouw uit China is van ons geweest.” Sindsdien zijn geen paspoorten en stempels meer gestolen, vertelt Roeters, maar zij acht de kans aanwezig dat meer valse paspoorten met het stempel uit Reusel circuleren. “In die tijd is bij meer gemeenten in Nederland ingebroken.”

De Nederlandse ambassade in Peking, die onlangs de afgifte van visa heeft uitgebreid met de opening van een loket op het consulaat in Shanghai, is gewaarschuwd. “De ambassade in Peking is erkend kritisch”, zegt Demmink. Maar blijkbaar niet voldoende. Algemeen wordt door diplomaten geklaagd over het onbegrip dat bestaat aan het thuisfront. Immers, Chinese migranten worden doorgaans “niet lastig” bevonden. Ze zijn zelfvoorzienend, zelden crimineel en door de bank genomen brave, weinig eisende burgers. Maar in Peking wordt daar anders tegenaan gekeken. Daar wordt geklaagd over de niet aflatende corruptie, die tot in alle facetten van de Chinese samenleving is doorgedrongen.

Statistieken van internationale onderzoek- en adviesbureaus, zoals de Political and Economic Risk Consultancy, geven dat overtuigend weer. Het Hongkongse bureau stelde na een anoniem onderzoek onder een groot aantal buitenlandse bedrijven vast, dat van de twaalf landen in Azië waar de ondervraagde bedrijven opereerden, China het meest corrupt werd bevonden. Op wereldwijd niveau zou China een vierde plaats innemen. Gegevens die volgens veel ambassades in Peking weinig aanleiding geven tot vertrouwen.

Dat dergelijke ervarigen ten koste gaan van vrijwel alle welwillende Chinese burgers, is een gevolg dat de Nederlandse ambassade voor lief lijkt te nemen.