Een onzekere toekomst voor Bosnisch Bro

Zondag valt het besluit over de status van de strategische, Noord-Bosnische stad Bro. De Amerikaanse arbiterrechter Roberts Owen maakt dan bekend of de stad deel mag blijven uitmaken van de Republika Srpska, of toegekend zal worden aan de Bosnische Federatie.

BRCKO, 13 MAART. Het puin ligt keurig opgestapeld, de mijnen zijn geruimd en het eerste uienloof breekt door de zware rivierklei van Bro. De narcissen staan in volle bloei en moslimvrouwen lappen hun ramen. Mujo Turnovic staat voor zijn huis een boomstam te splijten. Het wordt de nieuwe omheining voor de moestuin die hij met eigen hand aan de woestenij van puin en schroot heeft ontworsteld. Het huis staat in de zuidelijke buitenwijk van Bro, ruim drie jaar lang frontlijn in de gevechten tussen Serviërs en moslims. Toen de zware wapens zwegen in november 1995 stond hier geen steen meer op de andere.

Over een paar weken zullen de oude Mujo en zijn vrouw voor het eerst sinds 1992 weer van eigen grond eten. Al die tijd hebben ze als vluchtelingen geleefd, een paar kilometer zuidwaarts aan de 'andere' kant, in de Bosnische Federatie. Sinds oktober zijn ze terug in hun oude huis vlak bij wat in Bro nog altijd de demarcatielijn heet, maar ze zitten aan de Servische kant en dat mag een wondertje heten.

Op een enkel incident na is het rustig in het gebied waar de afgelopen maanden honderden moslimfamilies zijn teruggekeerd. Vóór de winter was dat anders, toen kreeg Mujo nog stenen naar zijn hoofd toen hij zijn huis stond te repareren. Servische nationalisten dachten nog dat ze het tij konden keren.

Bro is één van de gevoeligste plaatsen in Bosnië. Het is de noordelijkste stad van het land en de belangrijkste schakel tussen de Servische gebieden in West-Bosnië rond Banja Luka en die van Oost-Bosnië rond Pale. Van vitaal belang dus voor de Republika Srpska. Maar ook de moslims en Kroaten maken aanspraak op de stad: gelegen aan de Sava is het de enige echte haven in het gebied en een cruciale verbinding met Kroatië en het Midden-Europese transportnet.

Voor de oorlog was Bro een provinciestad met 88.000 inwoners, van wie ongeveer de helft moslims, een kwart Serviërs en een kwart Kroaten. Het was met zijn gunstige ligging een van de industriële centra van het land. Nu ligt de industrie praktisch stil en wonen er alleen nog Serviërs (47.000), voor een groot deel vluchtelingen uit andere delen van Bosnië en Kroatië. De moslims zijn verdreven, evenals de Kroaten.

De kwestie-Bro bleek bij de vredesonderhandelingen van 1995 op de Amerikaanse luchtmachtbasis Dayton dermate gevoelig te liggen dat de stad bewust buiten de stukken is gehouden. Toewijzing van de omstreden stad aan de Bosnische Serviërs òf aan de Federatie van Moslims en Kroaten zou het hele vredesproces onderuit hebben gehaald. Bepaald werd dat een arbitragecommissie (bestaande uit moslims, Kroaten en Serviërs) onder leiding van de Amerikaan Roberts Owen een jaar later over het lot van Bro zou beschikken. De Amerikaan kreeg het laatste woord.

Maar daarmee kwam de zaak niet minder gevoelig te liggen. Tot twee keer toe heeft de Amerikaanse arbiter moeten besluiten tot uitstel. Vorig jaar januari werd besloten om de Serviërs een jaar de tijd te geven om hun goede wil de tonen. Ze zouden Bro kunnen behouden, en de doorgang van de Servische gebieden in West- naar die in Oost-Bosnië zeker kunnen stellen als ze aan een aantal voorwaarden zouden voldoen: vrijheid van beweging garanderen, terugkeer van vluchtelingen (moslims en Kroaten) bewerkstelligen, een multi-etnische politiemacht oprichten en een multi-etnisch gemeentebestuur installeren.

Intussen stond de stad onder strak internationaal toezicht. De Amerikaan Robert Farrand werd aangesteld als bestuurder en rechtstreekse vertegenwoordiger van Carlos Westendorp, de Hoge vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap (OHR). De aanwezige internationale politie werd versterkt, en de Amerikaanse SFOR-basis pal op de demarcatielijn bleef op volle sterkte.

Op 15 maart bepaalt de Amerikaanse arbiter of de Serviërs voldoende hun best hebben gedaan om Bro te mogen houden. Valt de uitspraak uit in het nadeel van de Bosnische Serviërs, dan dreigt er nieuwe oorlog, hebben de 'gematigde' president Biljana PlavEÉc en premier Milorad Dodik al bij voorbaat laten weten.

Milenko KojiEÉc woont midden in het gebied waar de moslims nu in groten getale naar terugkeren. Hij is Serviër en zelf vluchteling uit Midden-Bosnië. Een jaar geleden werd hij door de Servische autoriteiten hierheen gestuurd om een 'biologische grens' op te werpen tegen terugkerende moslims. De haviken onder de Serviërs waren niet van plan om ook maar één centimeter toe te geven. Maar de sfeer lijkt te veranderen. De haviken in Pale hebben de machtsstrijd verloren en de Bosnische Serviërs worden nu aangevoerd door de premier Milorad Dodik, een man die in 'Dayton' zegt te geloven. Milenko drinkt 's morgens rustig een kopje koffie met zijn nieuwe vriend, Sead Ajanovic, een moslim.

Milenko en Sead voelen zich allebei slachtoffer van politieke manipulatie. Over de oorlog praten ze niet. De Serviër heeft bij Sarajevo gevochten, de moslim bij Bro. Maar dat is bewust geen onderwerp. Een soldaat moet nou eenmaal vechten als het oorlog is, de één aan de ene, de andere aan de andere kant. Milenko en Sead zijn vrienden geworden omdat ze in dezelfde situatie zitten. Ze zijn allebei goed opgeleid, rond de veertig met jonge gezinnen en er is geen werk. Ze helpen elkaar waar ze kunnen. Ze willen graag een eigen bedrijfje opzetten maar lopen vast op muren van bureaucratie, zowel aan de kant van de Bosnische Serviërs, als aan de kant van de Bosnische Federatie. Overal is het vriendjespolitiek en ze komen er niet tussen.

Moslims mogen Bro-stad zelf nog niet binnen. De SFOR kan hun veiligheid nog niet garanderen. Als Sead toch zaken heeft in de stad gaat hij met Milenko mee in zijn autootje met Bosnisch-Servische nummerplaat. Andersom neemt Sead Milenko mee de Federatie binnen. De distributie van algemeen Bosnische nummerplaten, waarop niet te zien is waar iemand vandaan komt, ligt stil. “Niemand heeft er kennelijk belang bij dat de mensen zich verplaatsen”, stellen de twee somber vast. Ze hopen vurig dat Bro nog een tijdje onder internationaal toezicht blijft. “Als de arbiter Bro aan één van de partijen zou toewijzen, zou het hier onmiddellijk misgaan.”

Ian McLeod, de plaatsvervangend supervisor voor Bro, geeft toe dat het voor iedereen het beste zou zijn als de zaken nog even bleven als ze nu zijn. “We zitten nu in een proces dat kennelijk werkt.” Er zijn al 700 moslimfamilies terug in het gebied. Zeker 2.600 huizen zijn vrijgegeven voor terugkerende vluchtelingen. En daarmee is in Bro, dankzij de dwingende aanwezigheid van de internationale gemeenschap, een voor Bosnië uniek proces op gang gekomen. Mcleod is vooral trots op de multi-etnische politie-eenheden die sinds een paar weken door de straten van Bro patrouilleren. Serviërs, moslims en Kroaten met elkaar. Ze worden op afstand in de gaten gehouden door VN-politiefunctionarissen.

Op het gemeentehuis van Bro legt de Serviër Nikola RistiEÉc uit dat de Serviërs volgens hem aan alle voorwaarden hebben voldaan. Hij zit zelf in de gemeenteraad samen met moslims en Kroaten. Ze hebben net een gemeenschappelijke begroting opgesteld. De moslims en Kroaten worden iedere dag naar het centrum van de stad gebracht in speciale auto's van de OHR. Zelfs de gemeenteraadsleden kunnen nog niet vrij het centrum in. Wat RistiEÉc verzwijgt is dat de gemengde gemeenteraad pas na maanden van touwtrekken geïnstalleerd kon worden. Hij zegt evenmin dat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen van september net zolang bewerkt zijn door de Europese veiligheidsorganisatie OVSE (de de verkiezingen organiseerde) tot ze uiteindelijk aanvaardbaar waren voor de Bosnische Serviërs. Ook wordt RistiEÉc liever niet herinnerd aan de gebeurtenissen van 28 augustus vorig jaar, toen de machtsstrijd tussen de haviken in Pale en gematigde Bosnische Serviërs in Banja Luka voor een deel werd uitgevochten in de straten van Bro. De VN-politie werd toen doelwit van georganiseerde 'relschoppers'.

“Aan de vooravond van het arbitragebesluit speelt iedereen hier toneel”, zegt een internationale waarnemer in de stad. “De multi-etnische politie loopt braaf haar rondjes, het gemeentebestuur stelt een keurige begroting op, en er worden duizenden huizen hersteld. Maar als de uitspraak van Roberts Owen één van de partijen niet bevalt, zijn we zo weer terug bij af.”

De internationale politie bereidt zich voor alle zekerheid maar voor op een onrustig weekeinde. De vluchtkoffertjes staan klaar voor het geval de 'spontane volkswoede' zich opnieuw tegen het VN-personeel zou keren.