Een boterham is een boterham

Een taart van slagroom en mocca in zeven kleuren, in de vorm van de scheve toren van Pisa of een schaakbord. Vlaggetjes erbovenop en vuurwerk binnenin.

Of er vliegt een witte duif uit als je het mes erin zet of Madonna begint te zingen. Bij een taart kun je je van alles voorstellen.

Maar een boterham is maar een boterham.

Er zit boter op, en jam of kaas. Of iets anders. Want als je wil kun je eigenlijk alles op een boterham doen. Niet alles natuurlijk, maar wel alles wat je lekker vindt. Warme boterham kan ook. Uit de oven. Het is een bijzondere warme boterham want er zit geen jam op. Maar wel boter en kaas.

En nog iets daartussen. Je begint heel gewoon en smeert wat boter erop.

En dan? Bleekselderij! Dat is een lichtgroene struik groente die je rauw, maar ook gekookt kunt eten. Voor één, maar zelfs voor twee selderijboterhammen heb je helemaal niet zoveel nodig. Eén lange sliert is genoeg. Aan de buitenkant is selderij soms wat hard. Dus schil je hem daar eerst. De rest snij je in kleine stukjes. Tijdens dat snijden moet je vooral flink van die rauwe bleekselderij snoepen, want dat is lekker. De kleingesneden stukjes leg je bovenop de boter, dat plakt meteen al een beetje. Vallen ze er niet meer af. Wat peper erop strooien, maar niet teveel.

Uit een zakje geraspte kaas van de supermarkt een dunne laag kaas over. Die kaas is al zout, dat heb je dus verder ook niet meer nodig.

De boterhammen, je kunt er ook vier tegelijk maken, op een vuurvaste schotel of een stuk aluminiumfolie in de warme oven. Wanneer zijn ze klaar? Als de kaas is gesmolten, makkelijker kan het niet. En in plaats van Madonna kun je er ook zelf bij zingen.