'De zwijgcultuur wil alles bedekken'; Gesprek met Etienne van Heerden

De Zuid-Afrikaanse schrijver Etienne van Heerden roept in zijn werk de demonen op die verleden en heden beheersen. In zijn nieuwe roman Kikuyu komt redding uit de helende kracht van verhalen.

Etienne van Heerden: Kikuyu. Uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman. Meulenhoff, 320 blz. ƒ 39,90. Bij Meulenhoff is ook een gebonden editie verschenen van 'De betoverde berg' (vert. Rob van der Veer). ƒ 39,50.

“De Karoo doet iets met je manier van denken. Het is een heel mythologisch landschap”, zegt Etienne van Heerden, “het roept verhalen op.” Van Heerden (1954) is een van de belangrijkste Zuid-Afrikaanse schrijvers van het moment. Zijn bekendste werk is De betoverde berg (1986), een 'plaasroman' oftewel boerderij-roman over twee met elkaar verweven families, een blanke en een gekleurde.

Het uitgestrekte, dorre, overweldigende landschap van de Karoo in de Oostkaap speelt in zijn werk een centrale rol. Zijn meest recente roman, Kikuyu, gaat terug naar dat landschap van zijn jeugd, een vakantieboerderij nabij Cradock in 1960, de tijd van premier Verwoerd. Van Heerden breekt bewust met de oude patriarchale en raciale zekerheden van de Afrikaanse 'plaasroman'. In Kikuyu wordt de boerderij gerund door moeder Latsky, een voormalige actrice die graag troost zoekt in de drank, terwijl vader zich wegens zijn zenuwen op de achtergrond houdt. Verteller is hun zoon Fabian, vanuit het perspectief van een jongetje in 1960, maar ook als de volwassen schrijver die hij is geworden. Van Heerden verwerkte daarnaast invloeden uit de Afrikaanse orale traditie in het boek, zoals mythen, magisch-realistische elementen en een bewuste manipulatie van tijd waardoor heden en verleden door elkaar gaan lopen. Kikuyu is daarmee een complexe roman geworden die het niveau van De betoverde berg evenaart, over het land, het geheugen en de demonen die in ieder mens zitten.

Hoewel Van Heerden het boek nadrukkelijk presenteert als fictie, bevat het sterk autobiografische elementen: “De boerderij waarop ik ben opgegroeid was zo'n vakantieboerderij geweest. Als kind hing ik altijd al rond tussen de rondavels [ronde hutten], en vroeg me dan af: wat is daar gebeurd?” Onder de bonte verzameling gasten van de boerderij bevinden zich de machtige oom Boeta, lid van de Afrikaner Broederbond, de Veteraan, de psychiater dokter Clark, en de excentrieke lesbische wereldreizigster Tante Geert (losjes gebaseerd op Petronella van Heerden, de eerste vrouwelijke arts in Zuid-Afrika).

Het leven van allen wordt doorkruist door de kikuyu, het ongrijpbare monster uit de verhalen van de plaatselijke bevolking, half mens, half dier. Van Heerden: “Als kind heb ik de kikuyu een keer gezien. We reden 's nachts met de familie van de bioscoop naar huis, van de verharde weg naar de onverharde weg en een steeds smallere landweg. Plotseling zagen we iets bewegen in de koplampen. Het was nie een bobbejaan nie, het was nie een aap nie, het was nie een skaap nie, het was nie een mens nie. Een vreemd beest in de Karoo! Ik was versteend van angst.”

De kikuyu is alomtegenwoordig in het boek, als het kwaadaardige dier met een blinkende rij ogen op z'n borst, de overgeërfde demon van de Latskys, en als schaduwkant in ieder mens. Ook bewoont het de nachtmerries en hallucinaties van vader Latsky. Vader heeft namelijk last van depressies, en wordt daartegen behandeld door dokter Clark met een dagelijkse dosis LSD - net als de vader van Van Heerden zelf, die overleed toen hij dertien was.

Nogal wat demonen voor een schrijver die heeft gezegd dat hij met zijn vorige roman, De Stoetmeester, zijn erfelijke demonen had uitgedreven. Lachend: “Ja, dat was een beetje te snel gesproken. Dat mag ik nooit, nooit meer zeggen.”

Toch gaat de roman niet in de eerste plaats over deze demonen. Centraal staat het proces van herinneren. “Het woord 'kikuyu' slaat op een ruwig soort gras uit Kenia. Het vormt prachtige gazons, maar je moet het wel twee keer per week maaien en de ranken afsteken. Herinneringen zijn als ranken van de kikuyu: ze woekeren maar door ondergronds, en vormen als het ware ranken uit het verleden in het heden. Het mythologische dier Kikuyu krijgt de naam van dat gras wegens die boosheid die in die woekerende ranken zit.”

De rol van het geheugen en van vertellingen wordt voortdurend aan de orde gesteld in Kikuyu. Zo spreekt de verteller over het geheugen als 'een slinkse regisseur, bedrieglijk vertolker'. Van Heerden: “Dat is een belangrijke kwestie: de onvoorspelbaarheid van het verleden. Steeds wanneer we vanuit een ander punt in ons leven naar het verleden kijken, krijgen we er een ander beeld van. Deze betrekkelijkheid van het verleden is ook de problematiek van hedendaagse schrijvers en historici in Zuid-Afrika. Tegelijkertijd kan die voortdurende herbezinning op het verleden ook gezien worden als een therapie. Ik heb aan de hand van een klein vakantieboerderijtje willen laten zien hoe de zwijgcultuur in Zuid-Afrika alles wil bedekken.”

Een cruciale gebeurtenis in het boek illustreert dit. Aan het eind van de roman wordt Tsitsi, de mooie bediende van oom Boeta, verkracht. Ze zwijgt als het graf, en er wordt ook niet al te veel moeite gedaan om de dader te vinden. “Zodat die arme kleine Fabian tot de conclusie komt dat dat het geheim is van volwassen zijn: het vermogen om het erbij te laten en niet onnodig vragen te stellen, niet altijd alles te willen oprakelen. Maar toch groeit dat gras steeds weer uit. En uiteindelijk wéét Fabian wie Tsitsi heeft verkracht, net zoals hij weet dat die boosheid in elke mens zit.”

Maar Fabian besluit een daad te stellen. Samen met zijn vriendje Willempie laat hij de 'schrijfvrouw' Olive Schreiner verrijzen, de beroemde Afrikaanse schrijfster die in haar geschriften het land weer tot leven wist te brengen. “De kinderen kruisigen haar. Ze binden haar beenderen aaneen met koperdraad, doen haar een jurk aan, en hangen haar vervolgens op, zodat de winden van de Karoo de hele zomer lang verhalen door haar schedel loeien. Dat is heel belangrijk, de helende kracht van verhalen.”