De historische barok van T.C. Boyle; Gooi een kwartje in de oceaan

T.C. Boyle: Riven Rock. Viking, 466 blz. ƒ 64,60 (geb.)

'De geschiedenis is niet door God in beton gezet' zei de Amerikaanse schrijver T. Coraghessan Boyle ooit in een interview met deze krant. In zijn historische romans schrikt hij er niet voor terug om feit en fictie te verknopen en bekende figuren te voorzien van een verzonnen verleden. Zo varieerde hij in Water Music (1981) vrijelijk op het leven van de Schotse ontdekkingsreiziger Mungo Park, en baarde hij in The Road to Welville (1993) opzien door de negentiende-eeuwse gezondheidsgoeroe Dr. Kellogg (uitvinder van de cornflake) een moord te laten plegen op zijn onuitstaanbare adoptiefzoon. Want, vindt de zowel in Amerika als Europa populaire Boyle, 'voor mij is de geschiedenis het startpunt van een fuga, een denkbeeldige reis waarbij je steeds weer terugkeert naar de feiten.'

Ook Boyle's nieuwe roman, de opvolger van The Tortilla Curtain (1995), is geworteld in de geschiedenis, al zullen de namen van de historische personages de Nederlandse lezer weinig zeggen. Riven Rock beschrijft het hopeloze leven van Stanley McCormick, de zoon van de industrieel die in negentiende-eeuws Chicago de oogstmachine uitvond. Voor zijn dertigste openbaart zich bij de schatrijke McCormick een gevaarlijke vorm van gekte, of om preciezer te zijn psychopathia sexualis. Op last van zijn behandelend arts, die in hem een ideaal proefkonijn ziet voor de ontluikende psychiatrische wetenschap, wordt hij in 1904 opgesloten in een 'wereld zonder vrouwen': het landgoed Riven Rock in Californië, waar zelfs Stanley's jonge echtgenote Katherine twintig jaar lang geen toegang krijgt. De gewelddadige en seksueel verknipte rijkaard wordt onderworpen aan steeds andere therapieën van wisselende doktoren - Freudianen, Jungianen, proto-behavioristen - maar wordt maar niet beter. Hij blijft even geil en onberekenbaar als de apen waarmee zijn eerste arts zich omringt, en even gespleten als de rots waarnaar zijn Californische landerijen zijn genoemd. Zoals Boyle in The Road to Welville de draak stak met de Amerikaanse gezondheidsmanie, zo maakt hij zich in Riven Rock vrolijk over de pioniersdagen van de psychiatrie, gekenmerkt door absurdistische experimenten en goedbedoelende zielknijpers die van andermans gezond niet afweten. Toch gaat het hem dit keer niet in de eerste plaats om spot of satire. Zijn onderwerp is de tragische verhouding van Stanley en Katherine, twee begaafde en veelbelovende jeunes dorés die gefnuikt worden in hun grote verwachtingen. De kunstzinnige en humanistische grootindustrieel verandert door erfelijke aanleg en traumatische ervaringen in een seksmaniak; de intelligente society lady, die als een van de eerste vrouwen is afgestudeerd aan het Massachusetts Institute of Technology, sublimeert haar verlangen naar liefde en kinderen in een carrière als voorvechtster van het vrouwenkiesrecht en de Drooglegging.

Riven Rock, dat een periode van twintig jaar beslaat, heeft behalve de historische Stanley McCormick en Katherine Dexter een derde hoofdpersoon, die geheel aan het brein van Boyle ontsproten is: de Iers-Amerikaanse verpleger Edward O'Kane. Aan het begin van het boek lijkt hij de 'normale' tegenhanger van Stanley: een voor het geluk geboren charmeur die zijn ondeugden (drankzucht en wellust) in de hand heeft en die met toekomstplannen voor een eigen sinaasappelboomgaard in het gevolg van de McCormicks naar het naargeestige landhuis in Californië gaat. Maar ook hij ziet zijn Amerikaanse dromen in duigen vallen. Mislukt in de liefde en geremd door alcoholisme en financiële problemen blijft 'handsome Eddie O'Kane' ('who'd failed every test put to him, and wasn't rich and wasn't free') zijn leven lang vastzitten aan zijn baan als hoofdverpleger - al speelt zijn loyaliteit aan de zo zwaar getroffen Mr McCormick daarbij ook een rol.

Trouw en teleurstelling zijn de belangrijkste thema's van Riven Rock, dat zich kenmerkt door de brede opzet en de flair waarmee de - voor Boyle's doen weinig spectaculaire - plot uitgewerkt wordt. Met behulp van flashbacks en een steeds wisselend perspectief houdt Boyle de spanning erin en reconstrueert hij voor de lezer beetje bij beetje de levensverhalen van zijn tragische helden. En net als in The Road to Welville, of in het tien jaar oude meesterwerk World's End (over een gedoemd Hollands geslacht in de Hudsonvallei), is het Boyle's flamboyante stijl die je daarbij doet vergeten dat je een dik boek aan het lezen bent.

Boyle houdt van lange maar licht-verteerbare zinnen, die soms wel een derde bladzij beslaan; van humoristische persoonsbeschrijvingen, die getuigen van mededogen en vriendelijke spot ('He was Irish and he loved an audience'); van goed getimede spreektaaldialogen en originele, sterke vergelijkingen. Een schurftige aap stinkt als 'alle zielen in de hel, gekookt in hun eigen sop en daarna een week in de zon te drogen gelegd.' Eddie wordt door Mrs McCormick terechtgewezen 'met het soort stem waarmee ze de katten toesprak als die de meubels bekrast hadden.' Een zonnige winterdag is 'zacht als een hand op je wang', en de letterlijk smerige smaak in de mond die Eddie overhoudt aan een nare gebeurtenis is 'like the very kiss of despair.'

Barok is nog altijd het handelsmerk van T. Coraghessan Boyle. Maar zijn voorliefde voor absurdistische situaties en uitzinnige bijvoeglijke naamwoorden betekent niet dat er om Riven Rock alleen te grinniken valt. De aandoenlijke manier waarop Stanley Katherine het hof maakt, hun tragisch verlopen huwelijksreis in Europa, de wanhopige pogingen van Katherine om contact te maken met de man van wie ze ondanks zijn verregaande krankzinnigheid blijft houden - het wordt door Boyle allemaal zonder één valse noot beschreven. De mooiste passage is misschien wel die waarin Eddie na de zoveelste broken dream wegzinkt in fatalisme, en zijn eigen misplaatste optimisme samenvat als: 'throw a nickle in the ocean and see if it makes a splash.'

Als er één schrijver is met wie Boyle vergeleken kan, en vooral wil, worden, dan is het Charles Dickens. Net als de schrijver van Great Expectations en Bleak House (twee titels die samen de kortste beschrijving vormen van Riven Rock) werkt Boyle graag met alwetende vertellers, cliffhangers en excentrieke bijfiguren die door middel van hun spraakgebruik gekarakteriseerd worden. Bovendien specialiseert hij zich in brede maatschappelijke panorama's waarin een belangrijke plaats is ingeruimd voor klassetegenstellingen. Dat Boyle zich uiteindelijk toch niet met zijn grote voorbeeld kan meten, komt doordat hij het grootste talent van Dickens mist: het vermogen om de lezer niet alleen mee te slepen, maar ook te laten houden van zijn personages. De hoofdpersonen van Riven Rock zijn goede vehikels voor het verhaal dat Boyle wil vertellen, maar ze zijn niet van hetzelfde vlees en bloed als Pip of Kleine Dorrit of Oliver Twist. De kans is dan ook klein dat iemand zich over een jaar of tien nog Eddie O'Kane of het echtpaar McCormick zal herinneren.