De cowboy en de eerste Cuba-crisis

Elmore Leonard: Cuba Libre. Delacorte Press, 343 blz. ƒ 44,50

Vierendertig romans schreef Elmore Leonard en zelfs zijn grootste fan moet wel erkennen dat de laatste jaren de vaart er een beetje uit was. Niet dat het er veel toe deed: de intriges van romans als Pronto en Out of Sight mochten wat trager en stroever op hun climax afstevenen, zijn personages werden er alleen maar steviger door. Daarbij was er nog altijd die strakgetrokken stijl, even ironisch als onderkoeld, oneindig veel geïmiteerd, nooit geëvenaard. Naarmate hij ouder wordt lijkt Leonard steeds minder woorden nodig te hebben. Maar het decor, donker Detroit of de zonverlichte onderwereld van Miami Beach, dreigde overbekend te worden, de komische schermutselingen van oplichters en huurmoordenaars en middelbare politiemannen net iets te voorspelbaar, net iets te genoegelijk. Leonard zal dat zelf ook gevoeld hebben. In zijn nieuwste boek keert hij terug naar een oude liefde van hem, het genre waarin hij begonnen is: de western.

Of misschien moet je zeggen: semi-western. Cuba Libre heeft alle ingrediënten van een doorsnee cowboy-verhaal - paardendieven, een treinroof, een flink aantal schietpartijen en inderdaad, een cowboy als held - alleen is het decor het eiland Cuba ten tijde van de eerste crisis, toen de Amerikanen de Spanjaarden de oorlog verklaarden, precies honderd jaar geleden. Ben Tyler moet een scheepslading paarden afleveren bij een even rijke als louche Amerikaanse plantagehouder op het eiland. Die transactie is een dekmantel voor een gevaarlijker bezigheid: het smokkelen van wapens voor de Cubaanse opstandelingen.

Ondanks zijn historische kostuum is Tyler een echte Leonard-held, een laconieke persoonlijkheid die zich plompverloren in de nesten werkt en zich er min of meer onaangedaan weer uit bevrijdt, onheroïsch, en toch onverschrokken. In Amerika heeft hij vastgezeten wegens een reeks bankovervallen; die hij ook gepleegd heeft, maar alleen om geld op te halen dat werkgevers hem weigerden uit te betalen. Hij heeft nog maar nauwelijks een voet op het eiland gezet of hij schiet tijdens een ruzie een heetgebakerd lid van de Guardia Civil dood, waarna hij wordt opgesloten in de duistere citadel de Morro. Maar niet dan nadat hij de maîtresse van de plantagehouder diep in de ogen heeft gekeken.

De Leonard-liefhebber verheugt zich vanaf dat moment op een van zijn romances tussen rijpere geliefden, een man en een vrouw die beiden heel wat hebben meegemaakt, maar daardoor des te beter in staat zijn hun ontluikende liefde op haar waarde te schatten. En ja hoor, gelukkig, de maîtresse, Amelia Brown, sluit zich in het geheim aan bij de opstandelingen en bevrijdt Tyler en zijn celmaat, een Amerikaanse marinier die de aanlag op het slagschip Maine in de haven van Havana overleefde. Ze worden achtervolgd door de Guardia Civil, onder aanvoering van de koel-sadistische officier Tavalera.

Inmiddels heb je dan door dat achter het historische decor van Cuba Libre een klassieke Leonard-intrige schuilgaat. De personages dragen andere kostuums, dat is alles. De Cubaanse rebellen blijken even streetwise als criminelen uit Detroit, de Spanjaard Tavalera blijkt harder dan de hardste mafiabaas uit Miami Beach. Achter de historische strijd die wordt uitgevochten om de toekomst van het eiland, is het toch gewoon weer ieder voor zich. Amelia Brown laat haar voormalige beschermheer, een cynische schoft die toch weet wat liefde is, veertigduizend dollar losgeld voor haar ophoesten, waarmee ze zelf en haar nieuwe minnaar een bruin leven willen leiden. De Cubaanse revolutie kan nog wel even wachten.

Vanzelfsprekend zijn er meer kapers op de kust. De geldbuit vormt de inzet van een spel van bedrog en dubbelbedrog; iedereen hobbelt er achteraan. De befaamde ironie is in Cuba Libre meer onderhuids gehouden, er worden weinig grappen uitgespeeld. Leonard lijkt vastbesloten er een avontuur vol vaart van te maken. Dat doet hij vakkundig, tot aan het spetterende einde toe. Toch begon ik gaandeweg de meer zuigende, tergend lethargische toon van de recente romans te missen. Wat minder achtervolgingen, wat meer onnavolgbare conversatie - het is nooit goed.

'Man, this Cuba', mompelt Tyler tegen zijn nieuwe geliefde, wanneer alles achter de rug is en er een hoge stapel lijken achter hen ligt. Zij leven - zoals alleen de personages van de late Leonard kunnen leven - met een ongrijpbare vitaliteit, getemperd door een gloed van menselijkheid. Ogenschijnlijk meegesleept door een stroom van gebeurtenissen, uiteindelijk hun lot in handen nemend. Ook voor dit boek waren ze er al, met evenveel achteloos aplomb, en nu leven ze gewoon verder.