D66 moet echte achterban zoeken

D66 heeft triomfantelijk gewonnen in Heerjansdam. Maar dit feit biedt de Democraten weinig soelaas. De zegevierende afdeling had een wel zeer eigen standpunt in de zaak van de hogesnelheidslijn, die in die gemeente gevoelig ligt. Haar pragmatisme had de tolerantiegrenzen van de landelijke partij ver overschreden.

De Democraten buigen zich nu over het verlies bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen, maar de werkelijke oorzaak zal nog wel even voor hen verborgen blijven. Veel verder dan “de partij verliest wanneer zij regeringsverantwoordelijkheid draagt” is men tot nu toe niet gekomen. Op zichzelf een trieste constatering, die een toekomst als politieke jojo veronderstelt: veel winnen in de oppositie, zwaar verliezen in de regering.

Lang geleden heeft Han Lammers D'66-in-oprichting verweten een Boerenpartij voor intellectuelen te zijn. Behalve een opportunistische, was dit een mank lopende vergelijking. Lammers meende dat een politieke partij wortels in de samenleving moest hebben. (Op zichzelf een zinnige stelling. Iedere partij heeft voor haar voortbestaan kiezers nodig die met elkaar en met de partij van hun keuze een belangengemeenschap vormen). Van Koekoeks partij kon veel negatiefs worden gezegd, maar niet dat zij geen belang vertegenwoordigde, al was het maar dat van een wegkwijnend deel van de agrarische bevolking. Bovendien, als Lammers gelijk had gekregen en de Nederlandse intellectuelen zich in meerderheid en standvastig bij D'66 hadden aangesloten, was er de mogelijkheid geweest van een duurzame band tussen die partij en nieuwe, hoger opgeleide middengroepen - waarvan het ontstaan midden jaren zestig overigens op zijn best alleen nog maar kon worden vermoed. In de praktijk is het de zwevende kiezer geworden die zo af en toe de Democraten met zijn gunst overlaadt om die bij de eerste gelegenheid weer terug te nemen.

Waarom dat zo is, is niet eenvoudig te verklaren. Het bestaan van nieuwe, in omvang toenemende middengroepen, gevolg van maatschappelijke, culturele en technologische veranderingen, wordt internationaal onderkend. Politieke krachtpatsers als Clinton en Blair hebben die groepen ingelijfd en er hun electoraal voordeel mee gedaan. Schröder, het nieuwe Duitse wonder, onderstreept dat de socialistische basis te smal is om vanaf dat platform kanselier Kohl te verslaan. Expliciet roept hij de oude, inmiddels geëmancipeerde èn de nieuwe middenstand op hem vertrouwen te schenken. De al niet meer pure arbeideristische wijn van SPD-leider Lafontaine is hij bereid verder aan te lengen. Het gaat beide aanvoerders om een hoge economische groei en een flexibeler arbeidsmarkt die banen schept voor nieuwe beroepsgroepen. Tussen Lafontaine en Schröder bestaan accentverschillen, maar beiden hebben unisono verzekerd die niet te laten escaleren. Hun strategie heeft zeker kans op succes wanneer de kiezer in september een nieuwe Bondsdag kiest. Een kanselierschap Schröder is een reële mogelijkheid. (Terwijl de liberale FDP, het Duitse midden, redenen heeft te vrezen ditmaal niet de kiesdrempel van vijf procent van de uitgebrachte stemmen te halen.)

In Nederland huizen langzamerhand alle grote politieke partijen in het midden. Dat is een cliché geworden. Doorgaans wordt ermee bedoeld dat ideologische tegenstellingen tussen partijen zijn geëvolueerd tot pragmatische nuances bij de uitvoering van beleid. Daarbij gaat het voortdurend om het kanaliseren van de geldstroom. Die is niet onbeperkt, er moet dus worden gekozen. De keuzes kunnen, in verkiezingstijd, worden opgeblazen tot ballonformaat - ballonnen waarvan iedereen weet dat zij later, bij de formatie, weer even gemakkelijk leeglopen.

Het gevolg is dat de middengroepen, nieuwe en oude, zich hebben gespreid over alle (potentieel) grote partijen. De VVD, de PvdA, D66 en zelfs het orthodoxere CDA vinden er kiezers. Voor een overheersende positie zoals Clinton en Blair die hebben verworven en waarvan Schröder droomt ontbreekt hier (nog) het geschikte politieke landschap. Iedereen is modern, iedereen verstaat de tijdgeest. Het van tijd tot tijd ontvlammende elan van D66 blijkt steeds weer te vluchtig om de Democraten greep te geven op wat een vaste aanhang had kunnen zijn.

Het jongste wapenfeit waarop D66 zich beroept is de totstandkoming van 'paars', een kabinet dat de traditionele opponenten, het liberalisme en de sociaal-democratie, in zich verenigde. De omstandigheden waren ernaar. De oude verdeler van de macht, de christen-democratie, was in de laatste Kamerverkiezingen afgestraft en na het vertrek van Lubbers en het debacle Brinkman leider- en stuurloos achtergebleven. Ook haar laatste kompaan, de PvdA, had verloren. Er was in voorgaande kabinetten met afwisselend succes gewerkt aan de sanering van de verzorgingsstaat en de wegwerking van het financieringstekort. Voor de voltooiing van die operatie was een nieuwe brede formatie gewenst. De verkiezingsuitslag was een afspiegeling van de volksverhuizing die onder het electoraat had plaatsgehad. Paars was een antwoord op al die verschijnselen en ontwikkelingen. Het was de verdienste van D66 dat deze voor Nederland nieuwe politieke verbinding tot stand kwam.

Het is vermoedelijk het noodlot van een partij die zich toelegt op staatkundige en politieke vernieuwing dat haar eigen herkenbaarheid eronder lijdt. Dat is een last die D66 van het begin af heeft gedragen. De uitval van Lammers moet, zonder de typering over te nemen, achteraf voorspellende waarde worden toegekend. Wie uit hoofde van het verkrijgen van politieke duidelijkheid het samenspel van andere partijen op de voorgrond plaatst, houdt te weinig energie over voor het verduidelijken van zichzelf. Al eerder brak dat de Democraten op toen zij zich begin jaren zeventig, tevergeefs, sterk maakten voor een Progressieve Volkspartij.

De paradoxen in het bestaan van D66 zijn achterhaalbaar. Begonnen als een groepering die de begrippen links en rechts afwees, kwam de partij al snel terecht in het vaarwater van Den Uyl. Na de diaspora ten tijde van drie kabinetten-Lubbers nam zij van de christen-democraten het midden over dat zij eerder had willen opblazen; evenwel zonder het midden in het electoraat voor langere duur aan zich te kunnen binden.

Misschien moeten de Democraten toch eens op zoek gaan naar een 'natuurlijke' achterban. Over de grens zijn er lessen te leren. Er moet ook in Nederland ruimte zijn voor een stroming zoals Clinton en Blair die met succes tot leven hebben geroepen.

    • J.H. Sampiemon