'Bonusprogramma KLM jaagt bedrijfsleven op kosten'

KLM jaagt het Nederlandse bedrijfsleven nodeloos op extra kosten met zijn Flying Dutchman-programma voor trouwe en regelmatig vliegende klanten (frequent flyers), die op kosten van de zaak of overheid op reis gaan en daarvoor in de vorm van spaarpunten door de luchtvaartmaatschappij worden beloond met gratis tickets en verblijf in hotels.

Die indruk bestaat met name bij de vereniging van travelmanagers (NATM), die wordt geconfronteerd met het kweken van een toenemende inefficiency binnen bedrijven omdat werknemers altijd wel een reden weten te verzinnen om KLM te vliegen om daarmee punten te verzamelen voor hun persoonlijke bonusprogramma. Daar zijn inmiddels ook autoverhuurbedrijven zoals Avis en Hertz en bepaalde - dure - hotelketens (o.m. Intercontinental en Hilton) op aangesloten. Bovendien is er een KLM-creditcard, waarbij betalingen ook punten opleveren. Datzelfde geldt voor het bellen met de PTT door middel van de Scopekaart of via het mobiele netwerk. “Laatst kreeg ik een declaratie van een werknemer onder ogen waarop een rekening van Hertz stond voor het huren van een auto waarmee maar twintig kilometer was gereden”, zegt een reismanager van een Nederlandse multinational. “Ik vroeg de betrokken werknemer: 'waarom heb je geen taxi genomen? Dat was goedkoper geweest.' Hij antwoorde: 'ik dacht dat ik meer zou moeten rijden'. Je kunt zo iemand natuurlijk niet betichten van valse voorwendsels, maar het riekt er wel naar.”

NATM-voorzitter W.J. Dayles is nog iets expliecieter in zijn scepsis ten opzichte van het frequent flyer-programma. “We weten allemaal dat het gebeurt. Dat werknemers een extra overnachting in een hotel nemen, een dagje langer wegblijven, of een andere route nemen om maar per se KLM te kunnen vliegen. Er is daarom maar een manier om aan dit puntengegrabbel een eind te maken. Wanneer Brussel beslist dat er belasting moet worden betaald over dit stukje 'extra inkomen'. Dan is het snel afgelopen met dit bonusprogramma.”Voor de belastingdienst lijkt de zaak geen prioriteit te hebben. Volgens een woordvoerder heeft de zaak van de frequent flyer programma's “de aandacht”.

KLM heeft het frequent flyer programma niet zelf bedacht maar was er wel snel bij om het als een van de eerste Europese luchtvaartmaatschappijen in 1992 in Europa in te voeren. Het idee is ontstaan in de Verenigde Staten waar American Airlines in de jaren tachtig veel vliegende klanten voor het eerst ging belonen met spaarpunten voor gratis reizen en vakanties. Het bleek een doorslaand succes. Concurrenten die hun marktaandel zagen afbrokkelen wisten niet hoe snel ze dit voorbeeld moesten navolgen. In Europa was British Airways de eerste maatschappij met een spaarprograma, KLM volgde al snel.

Een probleem voor de luchtvaartmaatschappijen is dat zij met hun spaarprogramma's een duur administratief instrument in het leven hebben geroepen dat zij gezien de al maar uitdijende omvang liever kwijt dan rijk zouden zijn. “Niemand zat er hier op te wachten”, meent een KLM-directeur. “Maar vanwege de concurrentie moesten we wel. Bij de Nederlandse luichtvaartmaatschappij zijn 900.000 reizigers bij het Flying Dutchman-programma aangesloten, waarvan 230.000 in Nederland. Op 1 juni komen daar nog eens de 70.000 aangesloten leden uit Europa bij van de Amerikaanse partner Northwest Airlines. Verwacht wordt dat nog voor de eeuwisseling meer dan een miljoen reizigers bij het spaarprogramma zijn aangesloten.195.000 mensen hebben een zogeheten Flying Dutchman Blue Wing, de simpelste spaarvorm waarvoor maar 2500 punten en vier vluchten per jaar nodig zijn. 20.000 leden lopen op zak met een Silver Wing kaart (waarmee men op vliegvelden bijvoorbeeld ook in de business class lounge mag met een economy ticket) en 15.000 reizigers hebben een Royal Wing in hun bezit. Zij vliegen zo frequent en sparen zoveel punten dat dit al snel een gratis vakantie op een exotische lokatie voor het hele gezin oplevert.

Bedrijven waarvan de werknemers veel met KLM vliegen krijgen al extra kortingen van de luchtvaartmaatschappij. De waarde van tickets in het frequent flyer programma vertegenwoordigen naar schatting 2 tot 3 procent van de contracten die bedrijven afsluiten. In plaats van spaarpunten zou de luchtvaartmaatschappij echter ook hogere kortingen kunnen geven aan de bedrijven die nu duurder uit zijn omdat de punten voor het meerendeel in de zak verdwijnen van hun werknemers, voor wie de vliegtickets en het verblijf door het bedrijf zijn betaald.

Het is een tendens die in het bedrijfsleven op toenemende weerstand stuit. Vooral in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Scandinavifor dwingen bedrijven in toenemende mate werknemers hun spaarpunten te gebruiken voor zakenreizen voor het bedrijf, extra faciliteiten of meer luxe tijdens de vlucht of opwaardering van economy naar business class. Een onderzoek van de IATA, het overkoepelende orgaan van de luchtvaartmaatschappijen, heeft uitgewezen dat een op de vijf werknemers in de VS - daartoe door zijn bedrijf gedwongen of niet - tegenwoordig spaarpunten die via het werk zijn verzameld gebruikt voor zakenreizen en niet voor prive-doeleinden. Een jaar geleden bedroeg dat percentage nog maar zeven procent. Het is een betrekkelijk recente ontwikkeling die vooruit loopt op de situatie in het Nederlandse bedrijfsleven. Uit navraag bij een aantal grote Nederlandse bedrijven blijkt dat maar weinig raden van bestuur - waarvan de meeste leden vermoedelijk ook van het douceurtje profiteren - van plan zijn om hun werknemers dit extraatje af te nemen. Zij tonen zich vrijwel unaniem in hun oordeel. Heineken: “Bij ons mogen de mensen hun punten voor prive-doeleinden gebruiken.” Philips: “Bij ons ook, hoewel we er wel scherp op toezien dat voor het bedrijf de meest efficiente reis wordt geboekt”. Nedlloyd: “Die discussie over spaarpunten speelt al een hele tijd. Wij hebben als bedrijf besloten te laten hoe het is. Een deel van de punten wordt weer omgezet in tickets voor zakenreizen, maar het meerendeel wordt besteed aan free tickets voor de werknemers. Onze mensen zijn vrij in die keuze.” Unilever: “De werknemers mogen de spaarpunten van ons houden.” Shell: “Onze mensen ook. Maar Shell bepaalt bij welke luchtvaartmaatschappij een zakenreis wordt geboekt, niet de werknemer.”

Onder de grote bedrijven vormt ING een uitzondering. Daar worden de spaarpunten weer ingewisseld voor tickets die bestemd zijn voor zakenreizen. Ook Bosal, een van de grootste fabrikanten ter wereld voor uitlaatsystemen, gebiedt zijn werknemers de spaarpunten die zijn vergaard met zakenreizen om te zetten in vliegtickets voor reizen die voor het bedrijf worden gemaakt.

Werknemers, ook in de VS, hebben in het algemeen maar weinig begrip voor een bedrijfsoekaze, waarbij ze hun punten niet mogen aanwenden voor prive-gebruik. Ruim 91 procent van de ondervraagde kaarthouders vindt het gebruik van spaarpunten voor prive-doeleinden de normaalste zaak van de wereld. Als argument wordt in veel gevallen aangevoerd dat er wel wat tegenover mag staan tegen het altijd maar van huis zijn. Bovendien wordt het reizen eerder als een last dan een verworvenheid ervaren.

Een manager: “Veel vliegen neemt in het huidige bedrijfsleven alleen maar af. Men hoeft niet zo vaak meer op pad omdat er betere communicatiemogelijkheden zijn dan vroeger en een zakenreis is veel minder een speciale aangelegenheid dan twintig jaar geleden. Het is vaak vermoeiend en vervelend. Op vliegvelden is het vaak een gekkenhuis. Er wordt nog wel veel gereisd door een lager echelon managers. Maar ook die werknemers hebben vaak al een zodanig salaris dat ze echt niet zitten te wachten op spaarpunten.”