Bepalen cijfers of sfeer kwaliteit school?

Heeft een goede school hoge eindexamencijfers, een goede sfeer of beide? Niemand weet het. Toch moeten scholen vanaf volgend jaar hun 'kwaliteiten' publiceren.

DEN HAAG, 13 MAART. Wat is een goede school? Een school waar iedereen goede cijfers haalt, maar ook waar kinderen de kans krijgen om hoger te grijpen dan ze op het eerste gezicht aankunnen, vindt rector A. van Geels van het Scala College in Alphen aan de Rijn. Een school die leerlingen aflevert met belangstelling voor de samenleving, is het eerste dat rector J. Nagel van de Eindhovense Scholengemeenschap Augustinianum te binnen schiet. “Leerlingen die beseffen dat er meer is dan hun individuele belang.”

Een definitie van een goede school hebben de Tweede Kamer en staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) in elk geval niet, zo bleek gisteren tijdens het debat over invoering van de zogeheten 'schoolgids'. Toch zijn basis- en middelbare scholen vanaf volgend jaar verplicht zo'n schoolgids te publiceren waarin ze hun 'kwaliteiten' opsommen. Cijfers over het aantal zittenblijvers en de ongediplomeerde schoolverlaters, maar ook beschrijvingen van het pedagogische klimaat en uitleg over dyslexie, faalangst of sportfaciliteiten. Ouders en kinderen, tegenwoordig ook wel aangeduid als onderwijsconsumenten, moeten zo goed geïnformeerd een school kunnen kiezen.

Aanvankelijk verzette Netelenbos zich tegen openbaarmaking van de “kille cijfers”. Maar nadat ouders blijk hadden gegeven van grote belangstelling voor de landelijke ranglijst van scholen in Trouw vorig jaar, heeft ze haar opvatting bijgesteld. Als duidelijk wordt gemaakt welke categorie leerlingen (sociaal-economisch milieu) er op een school zit en hoe de school denkt over bijvoorbeeld leerlingbegeleiding, mogen ouders inzicht in die cijfers eisen. In een “moderne democratie” hebben ouders, maar ook belastingbetalers, recht op de cijfers over scholen waar de Onderwijsinspectie over beschikt, vindt ze nu. Behalve de schoolgids per school, gaat de overheid vanaf augustus ook 'kwaliteitskaarten' uitgeven, ofwel regionale overzichten van de prestaties van middelbare scholen, inclusief eindexamenresultaten.

Het uitdrukken in cijfers van de waarde van onderwijs maakt veel emoties los. Onbespreekbaar, noemde Netelenbos gisteren het verlangen van D66 en VVD om basisscholen te verplichten ook hun CITO-resultaten te publiceren in de schoolgids. De staatssecretaris werd hierin gesteund door haar partijgenoot Liemburg en de CDA'er Koekkoek. “De CITO-toets voor twaalf-jarigen is geen eindexamen voor de basisschool en daar willen wij niet naar toe”, zei Netelenbos. Bovendien gebruikt maar 70 procent van de basisscholen de CITO-toets. Het grootste bezwaar is echter dat de CITO-resultaten volgens Netelenbos niets zeggen over de effectiviteit van een school.

Effectiviteit is de kern van het debat. Niemand weet wat kleuters kunnen als ze aan de basisschool beginnen. De één kent geen woord Nederlands, de ander kan al boekjes lezen. Het ene kind heeft ouders die nooit naar hem omkijken, de ander wordt elke avond voorgelezen. Het is geen kunst om die tweede groep een hoog CITO-resultaat te laten halen, vinden PvdA en CDA, en dus zeggen die cijfers niets over de effectiviteit van een school. Ouders hebben toch recht op die cijfers, werpen D66 en VVD tegen. Ouders kunnen zelf wel bedenken welke welke conclusies zij eraan verbinden.

Op middelbare scholen is de effectiviteit iets beter te meten, omdat de Inspectie de adviezen van leraren op de basisschool voor hun leerlingen en de CITO-resultaten inventariseert. Zo is vanaf volgend jaar de 'input' op een middelbare school te vergelijken met de 'output'. Dit inzicht moet leiden tot intelligente rendementsberekeningen, vindt de Eindhovense rector Nagel. “Want zo'n goede berekening van het rendement voert momenteel niemand uit.”

Het schrikbeeld zijn “Engelse toestanden”, zoals het in de Tweede Kamer wordt genoemd. Daar worden middelbare scholen al enkele jaren door de pers en de overheid beoordeeld op hun eindexamencijfers. De concurrentie tussen scholen wordt zo bevorderd. Slecht presterende scholen krijgen steeds minder leerlingen en moeten uiteindelijk sluiten. Met name CDA'er Koekkoek waarschuwde daar gisteren voor: “We móeten voorkomen dat ons onderwijs wordt besmet met deze Engelse ziekte.”

Netelenbos wil dan ook niet dat cijfers van achterstandsscholen, zoals de ruim 300 'zwarte' basisscholen of middelbare scholen in grote steden, worden vergeleken met cijfers van scholen in buurten met weinig sociale problemen. “Ik beschouw het als mijn missie om recht te doen aan wat scholen presteren”, zo zei ze gisteren. De D66'er Lambrechts verwierp dit idee: “Dan beschouw je de segregatie als een voldongen feit - dan ga je ervan uit dat een zwarte school nooit aan de norm van een witte school kan voldoen.”

Rector B. van der Hilst van het Nijmeegse Montessori College relativeert het kwaliteitsdebat. “Goede cijfers en een goede sociaal-pedagogische sfeer gaan hand in hand. Als dat niet zo is, dan is het evident dat een school faalt. Niemand wil een gezellige school waar iedereen lage cijfers haalt. Op een school waar leerlingen allemaal hoge cijfers halen maar met buikpijn naar school gaan, zit ook niemand te wachten.”