Angstige ogenblikken I

We maken een ommetje in de boomgaard. Het heeft een paar dagen gevroren en er is sneeuw gevallen. Sara en Lijsje hebben lol. Ze draven rond met een witbesneeuwde snuit. Sara doet alles na wat ze haar oudere zuster ziet doen. Ze is in de leer bij Lijsje, lijkt het wel.

Ik zie het peinzend aan. Leert Sara niet de verkeerde dingen van Lijsje? Dan stuift plotseling een haas weg. Keffend zet Lijsje de achtervolging in. En Sara volgt.

Hier! roep ik. Terug!

De haas springt over de greppel en in een mum van tijd zijn ook Lijsje en Sara aan de andere kant. Ze verdwijnen tussen de appelbomen van de buren. Zie je wel, denk ik, Sara leert toch de verkeerde dingen van haar zuster, daar moeten we gauw iets aan doen. Maar ongerust maak ik me niet, ze komen wel terug.Toch steek ik de greppel over en loop een eindje de boomgaard in. Ik roep, maar krijg geen antwoord. Op mijn knieën in de sneeuw tuur ik onder de bomen door. Geen spoor van ze te bekennen. Als ik de hele boomgaard heb doorkruist, zie ik ze plotseling voorbijrennen. Ze zijn alweer een diepe greppel overgestoken en draven nu in de volgende boomgaard.

Sta! roep ik.

Ze blijven staan.

Maar mijn dringende verzoek om terug te keren leggen ze naast zich neer. Dan kom ik jullie wel halen! schreeuw ik en driftig laat ik me in de greppel glijden. Dat was onvoorzichtig van me. Met beide voeten zak ik door het ijs. Mopperend klauter ik weer terug.

Lijsje wacht niet af wat ik nu ga doen. Bekijk het maar, denkt ze waarschijnlijk en met haar neus over de grond volgt ze weer het spoor van de haas. Sara aarzelt nog. Maar als ik verderop eindelijk de greppel ben overgestoken, zie ik ze geen van tweeën meer. In gedachten geef ik Lijsje een pak slaag; het is allemaal haar schuld.

En ik begin me nu toch ongerust te maken.

Plotseling hoor ik in de verte Lijsje blaffen.

Ik hol de boomgaard uit, klim over prikkeldraad, steek een weiland over en bereik hijgend de dichtgevroren spoorsloot.