Voorhoeve

In zijn 'politiek testament' van 6 maart volhardt J.J.C. Voorhoeve in vier traditionele vergissingen. Hij klaagt dat de Nederlandse politiek vooral op het eigen land is gericht. Maar zijn remedie richt zich evenzeer naar binnen. Hij wil een louter organisatorische wijziging en veronderstelt dat als de Nederlandse minister-president nu maar beter coördineert, de grote staten eensklaps beter naar Nederland gaan luisteren.

De tweede vergissing betreft dan ook Nederland tussen die grote staten. Hij rept niet over de Europese Conferentie die op 30 maart begint. Die bestaat uit de 15 EU-staten en alle kandidaatleden: zes kandidaten voor de aanstaande en vijf voor de daaropvolgende uitbreiding. Dat wordt de grondslag voor het 21ste-eeuwse Europa met zoveel kleine staten dat die daarin de meerderheid krijgen.

De grotere staten zijn dan wel gedwongen te luisteren. Nederland moet zich bij die meerderheid scharen. Het moet zich niet op de grote, maar op de kleine staten richten.

De derde vergissing is de veronderstelde tegenstelling tussen 'besluitvorming bij meerderheid' en 'intergouvernementele coördinatie'.

De Europese Unie is een confederatie (statenbond) van soevereine staten en staatjes. Kenmerkend voor een confederatie is het besluiten op supranationaal (bovenstatelijk) niveau. Maar de wijze van besluiten op dat niveau kan verschillend zijn: hetzij met algemene stemmen, dus met vetorecht, hetzij bij meerderheid van stemmen; en dit laatste bij gewone dan wel gekwalificeerde meerderheid.

De vierde (impliciete) vergissing is dat Europa, als confederatie, in politiek en militair opzicht geen grote mogendheid kan zijn. Er is een illuster voorbeeld van het tegendeel.

Dit jaar herdenkt men dat een confederatie van soevereine republiekjes in 1648 door de andere mogendheden werd erkend. Ze was een grote mogendheid op economisch, politiek en militair gebied. Over haar 'buitenlands en veiligheidsbeleid' werd op bovenstatelijk niveau beslist. Ze heette: Republiek der Verenigde Nederlanden.