Verslaafd aan wanhoop

Sommige spelletjes speel je en na winst of verlies vergeet je ze weer. Heel soms drijft een spel de speler tot bezetenheid. Deel 7 in een serie over passies.

Die Siedler von Catan. Uitg Kosmos Stuttgart. Ca. DM 45. In Nederland te koop bij spelletjesspeciaalzaken, bv Van der Meijden, Nachtegaalstraat 41, Utrecht: ƒ 75 (incl vertaling van de spelregels). Eind maart verschijnt de Nederlandse versie: De kolonisten van Catan, ƒ 59,95. Zie ook www.die-siedler.com

Het Duitse spel Die Siedler von Catan is ontzettend leuk. Het is zelfs ernstig verslavend, in een mate die alleen met het in de jaren tachtig populaire spel Risk te vergelijken is. Maar Risk vond ik nooit geweldig. Waarom Catan wel?

Het spel, in 1995 bekroond als Spiel des Jahres, roept veel vragen op. Vooral: hoe kan ellende leuk zijn? Kan wanhoop verslavend zijn? Verliezen is nooit leuk, maar ik schrik ervan te merken hoe existentieel ik lijd bij een nederlaag op het eiland van Catan. De gemoederen botsen en bewegen hevig. Een overwinning geeft juist weer veel kracht en zekerheid (waardoor men lichtzinnig snel een revanche-partij toestaat).

Het bord van Die Siedler von Catan is een telkens opnieuw uit 37 zeshoeken op te bouwen eiland, waarop de spelers zoveel mogelijk dorpen, steden en wegen moeten bouwen. Via dobbelsteenworpen en nummers op de velden kom je aan bouwmateriaal.

Een paar maanden geleden ontdekten we het spel, en sindsdien bouwen we soms avond aan avond het eiland vol. En vooral als we het spel met zijn tweeën spelen, is een van ons al gauw ziek van ellende.

Diepe zuchten, krachttermen, haat èn triomf - waarom toch zoveel emotie? Vooralsnog houd ik het erop dat het spel een perfecte mix van strategie en toeval vormt, waardoor ieder (toevallig) voordeel gemakkelijk als een product van superieure tactiek kan worden uitgelegd en dus ook iedere pech als een ernstig cognitief falen (maar ook weer ieder tactisch nadeel als stomme pech).

Officieel is Catan voor 3 of 4 personen, maar het gaat ook prima met z'n tweeën. Er is een officiële tweepersoonsversie, die met losse kaarten wordt gespeeld. Maar die is lang zo leuk niet: veel te ingewikkeld en met vooral veel te veel toeval in het spel. Evident toeval voelt oneerlijk.

Toch moet de verslavende werking van Catan op meer berusten dan op een perfecte mengeling van denken en dobbelstenen. Het bord is wonderschoon en telkens anders. Dat moet ook schelen (ik heb het Riskbord altijd erg lelijk gevonden). En je kunt elkaar maar beperkt dwars zitten. Afbreken van andermans dorpen of wegen is er bijvoorbeeld niet bij. Je kunt alleen een los veld blokkeren (met een Räuber) om de grondstoffentoevoer van de ander te hinderen.

Zouden echte kolonisten zich ook zo voelen? Lijdzaam moeten toezien hoe de buurman oogst na oogst binnenhaalt en almaar nieuwe huizen bouwt, terwijl je zelf niets opschiet, 'stom stom, want als ik toen mijn kaarten had gewisseld, had ik nu veel meer gekund'. En natuurlijk de heerlijke triomf bij de perfecte opstelling van huizen en wegen: 'dat heb ik toch maar mooi gedaan' (tot de dobbelsteen roet in het eten gooit).

Ik geloof niet dat Catan beschaafder is dan Risk. Het is wel biologischer: pionieren op een eiland in de vrije natuur. Binnenkort gaan we de uitbreidingsdozen kopen. (Belangrijke tip: Wie het bordspel met zijn tweeën speelt, kan het beste de overwinning leggen bij twaalf of vijftien punten. De officiële grens van tien is voor twee spelers te laag: wie dan in het begin al op achterstand komt haalt het nooit meer in, en die hopeloosheid is echt onverdragelijk. Overigens is met zijn drieën spelen waarschijnlijk het leukst).