Van Mierlo: ik ben trots op de reorganisatie

Minister Van Mierlo, op reis in Brazilië, vindt dat er te veel nadruk wordt gelegd op de kritiek die KPMG formuleerde op de reorganisatie van het ministerie van buitenlandse zaken.

RIO DE JANEIRO, 12 maart. Minister Van Mierlo staat in de slaapkamer van het Braziliaanse regeringsvliegtuig Força Aérea Brasileira 737, onderweg van Recife naar Rio de Janeiro. Hij geeft een eerste reactie op het KPMG-rapport dat de uitvoering van het zogenoemde herijkingsbeleid bekritiseerde. Twee uur eerder zijn er in de Tweede Kamer vragen over gesteld. Verderop zit prins Willem-Alexander, met wie Van Mierlo deze week een officieel bezoek brengt aan Brazilië. En er zit een geïrriteerde hofhouding: omdat Van Mierlo op het vliegveld moest wachten op faxen uit Nederland over het KPMG-rapport, vertrok het toestel een uur later dan de bedoeling was.

Van Mierlo: “Ik moet beginnen te zeggen dat de heer Pronk en ik niet op ons achterhoofd zijn gevallen. Er is nu rumoer ontstaan, en dat heeft natuurlijk ook te maken met verkiezingen. Maar we hebben dit alles zelf geregisseerd. Wij hebben om dit onderzoek gevraagd en we hebben het zelf naar buiten gebracht.”

Eerst de meest voor de hand liggende verklaring voor de problemen die in het rapport worden beschreven: veranderen is moeilijk. Van Mierlo: “Het is een gigantische operatie. Een cultuur op de departementen die tientallen jaren onaangeroerd was gebleven, wordt omgegooid.” En de tijd die er tot nu toe was voor de uitvoering van de reorganisatie was te kort. De herijking zou na een jaar worden onderzocht en dat is ook gebeurd. “Maar wij hebben niet goed ingeschat hoe het voorzittersschap van de Europese Unie zou zijn. Dat dan zo'n beetje alles stilligt. Die periode moet je eraf trekken en dan houd je, tot het onderzoek van de KPMG begon, maar zo'n vier maanden zuivere tijd over.”

Of het dan misschien niet vreemd is dat een departement volledig wordt lamgelegd omdat Nederland de EU voorzit? Nee, zegt Van Mierlo. Die taak wordt, ook door andere EU-leden, vaak onderschat. “Alles en iedereen moet ervoor worden ingezet.”

Van Mierlo vindt dat er nu buitensporig veel nadruk wordt gelegd op de kritische kanten in het rapport. “Vergeten wordt dat de KPMG wel voluit achter het herijkinsbeleid staat, dat er ook veel wordt genoemd wat goed gaat. Over een paar maanden zijn we alweer veel verder. Ik ben nog steeds trots op het herijkingsbeleid, we moeten het doorzetten en afmaken.”

Een “beetje pech” noemt Van Mierlo het beroerde moment voor zo'n rapport. Kort na de desastreuze gemeenteraadsverkiezingen voor zijn partij D66, en niet lang voor de landelijke. Het KPMG-rapport zal door andere partijen worden uitgebuit. Van Mierlo had de publicatie ervan kunnen uitstellen tot na de verkiezingen maar dat vond hij niet goed voor de voortgang van de reorganisatie. Het was misschien wel iets beter geweest voor Van Mierlo zelf en zijn partij. “Maar het is gevaarlijke stuf, er is altijd kans dat het uitlekt. De minister wil de Tweede Kamer uitleggen hoe het precies zit, waarom het nog niet goed gaat en wat juist al wél goed gaat. “En als me dat niet lukt, hebben we in ieder geval laten zien dat we geen lafaards zijn. Ik heb dit onderzoek zelf gewild.”