Mogelijk nieuw kiesstelsel 'voert naar de bierpomp'

Als de kiezer op een andere manier zijn stem mag uitbrengen, raakt hij wellicht meer geïnteresseerd in politiek. Maar welke manier is de beste?

DEN HAAG, 12 MAART. Kan door een verandering van het kiesstelsel de beruchte 'kloof' tussen kiezer en gekozene worden gedicht? Daarover werd gisteren in Den Haag gedebatteerd naar aanleiding van een voorstel voor een nieuw kiesstelsel dat op verzoek van staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) is ontworpen. Het voorstel, van de hand van twee Utrechtse staatsrechtgeleerden, werd stevig bekritiseerd.

“Uw voorstel is fantastisch... voor staatsrechtgeleerden”, zei Tweede Kamerlid en hoogleraar staatsrecht Koekkoek (CDA). “Ik ben zelf gespecialiseerd in het Ierse staatsrecht en ik heb zitten smullen. Maar voor de kiezers is het echt te ingewikkeld.”

De discussie over het kiesstelsel is (in kleine kring) opgelaaid sinds een Tweede-Kamercommissie begin jaren negentig stelde dat de band tussen kiezer en gekozene kan worden versterkt door een verandering van kiesstelsel. De kiezer ziet de volksvertegenwoordiging nu als een “amorfe massa van onbekenden”, zoals de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Van Kemenade, gisteren opmerkte.

Het kabinet kwam anderhalf jaar geleden met een voorstel voor een nieuw stelsel, waarbij de helft van de 150 Kamerzetels zou worden gekozen in vijf districten, maar dat werd door de Kamer afgewezen. De disctricten waren te groot om de band tussen kandidaten en kiezers te versterken, zo vond men. Bovendien zouden de kleine partijen te veel te lijden hebben onder het nieuwe stelsel.

Het nieuwe voorstel van de Utrechtse juristen Van Schagen en Kummeling heeft, zo werd gisteren geconstateerd, veel charmes maar niet die van de eenvoud. Kern van het voorstel is dat honderd van de 150 Kamerzetels worden verdeeld via vijftien disctricten, waar de kiezer de kandidaten in volgorde van zijn voorkeur kan nummeren.

Naast de complexiteit - “de kiezer moet voor het stemmen een uurtje uittrekken”, schatte de Leidse politicoloog Andeweg - waren er ook andere punten van kritiek. Ten onrechte wordt er van uitgegaan dat de regio voor de kiezer “de meest relevante dimensie” is voor de bepaling van een voorkeur voor kandidaten, zei Van Kemenade, terwijl “geslacht, beroep, kleur, leeftijd en beroep et cetera” wellicht belangrijker zijn.

Andeweg wees op het gevaar van 'cliëntelisme'. Doordat ook kandidaten van dezelfde partij in een disctrict met elkaar moeten concurreren, zal de strijd om de kiezersgunst niet op basis van een programma worden gevoerd. Behartiging van de belangen van de regio en van de individuele kiezers zal voorop staan. In België heet dit 'dienstbetoon' en wordt het door critici in verband gebracht met corruptie. In Ierland, zei Andeweg, verwaarlozen sommige parlementsleden hun wetgevende werk omdat ze hun tijd besteden aan hun ombudsfunctie voor de kiezers. Als zij al niet in de dorpskroeg de bierpomp openzetten.

Andeweg en Van Kemenade kwamen ook met eigen voorstellen. Andeweg wilde het personele element in het huidige kiesstelsel versterken door de drempel voor voorkeursstemmen af te schaffen. “Na de verkiezingen ordenen we de kandidatenlijsten op grond van het aantal voorkeursstemmen en verdelen dan de aan de partij toegevallen zetels in die volgorde over de kandidaten.”

Van Kemenade wil de voorkeursdrempel juist handhaven, maar elke kiezer twee stemmen geven: één voor een partij en één voor een kandidaat. De zetels worden via de eerste stem over de partijen verdeeld. De zetels worden bezet door diegenen die via de tweede stem de voorkeursdrempel hebben gehaald, aangevuld met kandidaten volgens de volgorde op de kandidatenlijst.

Staatssecretaris Kohnstamm verwacht geen definitief voorstel meer naar de Kamer te kunnen sturen - hij treedt na de verkiezingen van 6 mei af - maar hoopt dat hervorming van het kiesstelsel bij de kabinetsformatie weer aan de orde komt.