Markt en macht

HET MOET VAN BRUSSEL. Met die verwijzing heeft menig Europees politicus de laatste jaren impopulaire bezuinigingsmaatregelen verdedigd aan het thuisfront. Europese besluitvorming beperkt inderdaad de nationale bewegingsvrijheid, maar het Brussel-argument wordt ook met regelmaat gebruikt om de eigen verantwoordelijkheid voor beslissingen af te schuiven naar Europa.

'Het mag niet van Brussel' belooft de moderne bedrijfsvariant van deze tactiek te worden. Vorige maand strandde een fusie tussen de twee accountancy-reuzen KPMG en Ernst & Young, nadat de Europese Commissie in de persoon van mededingingscommissaris Karel van Miert bezwaren had geuit tegen de dominante positie die de twee samen in deelmarkten van de Europese Unie zouden innemen. Deze week werd de fusie tussen Reed Elsevier en aartsrivaal Wolters Kluwer om dezelfde redenen afgeblazen. In beide gevallen was er ook sprake van onderlinge spanningen. Niet alle partners van KPMG en Ernst & Young bleken even enthousiast over het fusieplan. Wolters Kluwer wenste, mede op basis van desinvesteringen waartoe Brussel de beoogde uitgeverscombinatie zou hebben kunnen dwingen, te heronderhandelen over zijn aandeel.

VAN MIERT dreigt zo de zondebok te worden. Dat is een verontrustende ontwikkeling. Juist nu schaalvergroting in het bedrijfsleven om zich heen grijpt, moet de integriteit van de mededingingsautoriteiten boven elke twijfel verheven zijn. De schaalvergroting in Europa en de Verenigde Staten is een logisch gevolg van de grotere openheid van markten. In de VS heeft het teruglopen van de voorheen gegarandeerd groeiende vraag naar militaire producten al gezorgd voor een fusiegolf in de luchtvaart- en defensie-industrie. Deregulering van de financiële sector leidt daar tot eenzelfde beweging op de bancaire markt. In Europa is het de telecommunicatiesector die van zijn ketens wordt ontdaan. De komst van de euro zorgt bovendien voor een drastische verandering van de Europese binnenmarkt, die transparanter en vanzelfsprekender wordt. Wie de Europese markt als zijn werkterrein beschouwt, kan pas bij een bepaalde omvang een vuist maken. Dat geldt voor banken en industriële ondernemingen evengoed als voor uitgevers.

Effectief toezicht is de prijs voor de nieuw verworven vrijheid. Een voortvarend antitrustbeleid staat de noodzakelijke schaalvergroting van banken en bedrijven toe, zonder dat dit leidt tot machtsposities die het functioneren van de markt belemmeren. Die afweging is niet eenvoudig. In Nederland beheersen na een fusiegolf de drie grote banken ABN Amro, ING en Rabo tachtig procent van de bankzaken. Zo'n schaalvergroting zou op de veel grotere Duitse markt drie ontembare bankreuzen opleveren. Wereldwijd domineren twee firma's, het Europese Airbus en de zojuist gefuseerde Amerikaanse Boeing en McDonnell, de markt voor grote verkeersvliegtuigen waarvan de ontwikkeling immense investeringen vergt. Zo'n marktpositie is ondenkbaar op de wereldmarkt voor, zeg, grote vrachtwagens.

NIET ALLEEN de Europese Commissie, maar ook haar Amerikaanse tegenhangers, de Federal Trade Commission en het ministerie van Justitie, kampen met een lawine aan antitrustzaken. In de VS is de jacht geopend op het machtige Microsoft, en lopen onder meer zaken tegen de combinaties Lockheed Martin/Northrop, Compaq/Digital en WorldCom/MCI.

De afweging die in elke zaak moet worden gemaakt tussen marktpositie en machtspositie stelt Brussel de komende jaren voor een Herculestaak. In de meest geconcentreerde bedrijfstakken - bijvoorbeeld de accountancy en uitgeverij - lopen de grote spelers nu tegen de grenzen aan van de groei die zij door fusies en overnames kunnen bereiken. Dat de 'politiek' daar steeds vaker moeite mee heeft, zal topmanagers er aan herinneren dat er naast de belangen van aandeelhouders - waaronder steeds vaker zijzelf - ook de belangen van de consument een rol spelen. En die is gebaat bij competitie: om de beste kwaliteit voor de laagste prijs.